‘Het verschil maken’ - Jaarverslag Nederlandse UNESCO Commissie 2025
Lees het jaarverslag van de Nederlandse UNESCO Commissie over 2025.
Immaterieel erfgoed
In 2025 werd een belangrijke stap gezet richting een Koninkrijksbrede aanpak voor nominaties van immaterieel erfgoed bij UNESCO. In maart vond een bijeenkomst plaats op Curaçao om verder te werken aan de nominatieprocedure. Als uitgangspunt werd vastgesteld dat alle zeven entiteiten (de vier landen en drie openbare lichamen in het Koninkrijk) de mogelijkheid krijgen om – om de beurt – te nomineren. Ook kan er gezamenlijk met andere landen worden voorgedragen. De nog op te richten Kingdom Nomination Board krijgt een adviserende rol in de keuze van de erfgoedelementen. De UNESCO Commissie krijgt een ondersteunende rol ten aanzien van deze Board.
Doordat het vaststellen van de nieuwe Koninkrijksbrede procedure tijd vergde, was er een tijdslot vrijgekomen waardoor Europees Nederland alvast een nominatie kon indienen via de bestaande internationale procedure. De minister van OCW verzocht de Raad voor Cultuur haar te adviseren om vijf elementen uit de inventaris immaterieel erfgoed voor te dragen die hiervoor in aanmerking zouden kunnen komen. Op basis van deze voordracht zal de minister één element kiezen om te nomineren. De nominatie dient uiterlijk in maart 2027 te worden ingediend, zodat plaatsing op de internationale lijst tijdens de vergadering van UNESCO-comité in december 2028 mogelijk is.
Na een reflectiejaar besloot het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN), de inventaris immaterieel erfgoed op een andere manier te gaan organiseren. De bestaande toetsingscommissie voor de Nederlandse inventaris Immaterieel erfgoed, waaraan de UNESCO Commissie sinds 2017 deelnam, werd opgeheven. De portefeuillehouder immaterieel erfgoed van de Commissie blijft op een andere manier betrokken. Ook de secretaris-directeur van de Commissie blijft als voorzitter van de Raad van Advies van het KIEN nauw verbonden aan de organisatie.