Koloniën van Weldadigheid nog niet op Werelderfgoedlijst Unesco

Op 30 juni heeft het Werelderfgoedcomité van Unesco besloten de Koloniën van Weldadigheid nog niet op de Werelderfgoedlijst van Unesco te plaatsen. Het comité beoordeelde het nominatiedossier met een referral. Unesco erkent daarmee de werelderfgoedwaardigheid van de Koloniën, maar heeft aan Nederland en België gevraagd het nominatiedossier aan te passen en opnieuw in te dienen. Op basis van de feedback van het comité zal onderzocht worden welke stappen de Koloniën moeten zetten om alsnog werelderfgoederkenning te krijgen.

Inschrijving

Dat de inschrijving geen sinecure was bleek eerder al uit het kritische rapport van ICOMOS, het internationale adviesorgaan van Unesco, dat de nominatie ondezocht. ICOMOS adviseerde slechts een deel van de Koloniën in te schrijven als Werelderfgoed en maakte daarbij vooral een onderscheid tussen vrije en onvrije Koloniën. Het lichtere referral-oordeel dat het comité nu heeft genomen maakt dat de inschrijving van de Koloniën op relatief korte termijn alsnog succesvol kan zijn.

Cees Bijl, gedeputeerde provincie Drenthe en voorzitter van de Stuurgroep Koloniën van Weldadigheid. “Het advies was pittig. Er moest wel wat gebeuren natuurlijk. In Bahrein waar het Werelderfgoedcomité bijeen is, hebben wij veel landen kunnen overtuigen van de unieke waarde van dit erfgoed. Daarmee hebben we een belangrijke stap gezet. Het is nu zaak om de gevonden steun te verzilveren zodat de Koloniën werelderfgoed kunnen worden.”

Gedeputeerde Inga Verhaert van Antwerpen, tevens covoorzitter van Kempens Landschap laat zich ook niet uit het veld slaan: “Wij hebben geen moment aan de samenhang tussen de Koloniën van Weldadigheid getwijfeld. We weten nu waar we mee aan de slag moeten om straks erkend te worden als werelderfgoed.”

 

Wat zijn de Koloniën van Weldadigheid?

De Koloniën van Weldadigheid zijn ’s werelds eerste, meest grootschalige en langst functionerende voor­beeld van binnenlandse agrarische koloniën om armoede te bestrijden. De zeven koloniën van Weldadigheid zijn: Veenhuizen, Frederiksoord, Wilhelminaoord, Willemsoord en  Ommerschans in Nederland, en Wortel en Merksplas in Vlaanderen. Ze kennen een geschiedenis van tweehonderd jaar.

Utopisch experiment

De Koloniën zijn zeven landschappen in Nederland en België die gevormd zijn tijdens een sociaal-utopisch experiment van armoedebestrijding aan het begin van de 19de eeuw. Aan de basis hiervan lag de idee dat armen uit de stad een nieuw leven konden opbouwen op het platteland. Door als landbouwer hard te werken, of naar school te gaan en discipline te leren, zouden deze mensen op termijn in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Uit het hele land werden grote aantallen mensen en families in armoede ernaartoe gestuurd. Landlopers, bedelaars en ook weeskinderen werden gedwongen opgenomen. 

Prototype verzorgingsstaat

In amper zeven jaar tijd, tussen 1818 en 1825,werden er zeven Koloniën opgericht onder de vleugels van de ‘Maatschappij van Weldadigheid’. De kolonisten vormden maar liefst 80 km² onontgonnnen stukken land eigenhandig om tot landbouwgrond, met kaarsrechte lanen of dreven en keurige gebouwen. Deze structuur is nog steeds duidelijk zichtbaar in het landschap. Aan de basis van dit ambitieuze initiatief lag enerzijds een groot maatschappelijk probleem (armoede) en anderzijds het geloof in de maakbaarheid van de mens en het landschap. De Koloniën kunnen gezien worden als prototype voor latere sociale ontwikkelingen, uitmondend in de verzorgingsstaat. De Koloniën vertellen het verhaal van duizenden kolonisten en landlopers. Eén miljoen Nederlanders en Belgen heeft voorouders in de Koloniën van Weldadigheid. 

Internationale verplichting

Als de Koloniën later alsnog op de Werelderfgoedlijst worden geplaatst verplichten Nederland en België zich om er zo goed voor te zorgen dat het voor toekomstige generaties behouden blijft. De tien sites in het Koninkrijk die nu reeds de werelderfgoedstatus hebben vindt u op de Werelderfgoedkaart