Overslaan en naar de inhoud gaan

‘Hoe kunst en cultuur kunnen bijdragen aan duurzaam samenleven in het Koninkrijk’

Marlon Titre 4 oktober 2025

Marlon Titre, directeur van Filmhuis Den Haag en lid van de Nederlandse UNESCO Commissie, gaf een voordracht op de BeNeLux-Universitair-Centrum-Conferentie. 

Duurzaam, samenleven, Koninkrijk

Duurzaam, samenleven, Koninkrijk. Drie grote termen samengebald tot een krachtige leus. Een leus van het leven, zou je kunnen zeggen, want samenleven, dat is wat we iedere dag met elkaar doen, bewust of onbewust, of we het nu willen of niet. Dat samenleven doen we liefst niet op een fragmentarische manier, maar duurzaam. En waar doen we dat? In ons Koninkrijk: waar we ons ook in het Koninkrijk mogen bevinden. 

En waar we het vandaag over hebben, we hoorden het al in de bijdrage van professor van Heck, is hoe de kracht van kunst en cultuur ons dichter bij dat punt aan de horizon kan brengen, bij het duurzaam met elkaar samenleven in het Koninkrijk. 

Om te beginnen zou ik al op willen merken: kunst en cultuur zijn meer dan een middel. Kunst en cultuur hebben een waarde op zich. Ze zijn diep genesteld in onze samenleving en zijn een uitingsvorm van die samenleving. De duurzame kracht van kunst en cultuur is de duurzame kracht van onze samenleving. Die kracht laat zich niet onderwerpen aan kwantificering of definitie, maar laat zich alleen ervaren. 

Maar toch: vandaag ga ik proberen in drie voorbeelden te schetsen hoe de kracht van kunst en cultuur een uitwerking heeft op de manier waarop we ons in onze samenleving tot elkaar verhouden. In het Koninkrijk, in Nederland en in Den Haag.

“Kunst is een krachtig middel om de culturele verschillen binnen het koninkrijk te weerspiegelen, te vieren en te benutten voor meer intensieve samenwerking”

Marlon Titre

− Lid Nederlandse UNESCO Commissie −

Uitwisseling met Aruba en Curaçao

Ten eerste: op mijn oude werkplek, hier tegenover het stadhuis, op het Koninklijk Conservatorium, nam afdelingshoofd educatie, Suzan Overmeer, enkele jaren geleden het initiatief om samen met drie studenten, uit Nederland, Aruba en Curaçao, een bezoek te brengen aan muziekinstellingen en scholen op Aruba en Curaçao. 

Ze legde contact met andere conservatoria in Nederland, en met een delegatie van docenten en studenten van muziekopleidingen staken ze de oceaan over. Tot zover een verhaal als vele andere. Maar wat de uitwisseling zo bijzonder maakt, is dat uit dit eerste contact een wederkerig vlechtwerk van samenwerking voortkwam.

De docenten uit Aruba en Curaçao kwamen vervolgens namelijk naar Nederland, voor hun eigen deskundigheidsbevordering, maar ook om hun kennis en kunde over te brengen op de studenten en docenten van Nederlandse conservatoria. Een Nederlandse 3e-jaars conservatoriumstudent vertrok naar Curaçao om daar stage te lopen en haar blik op muziek te verrijken met de neerslag van eeuwenlang Caribisch muzikaal erfgoed, dat op Curaçao diepe sporen heeft achtergelaten.

Op Curaçao dacht ze mee over de vraag: hoe verwerken we dit erfgoed in lesmethodes die we kunnen inzetten op de eilanden. En minstens net zo belangrijk, in Nederland kon ze verder met de vraag: hoe kunnen we dit Caribische erfgoed, oftewel Koninkrijkserfgoed, inzetten in de context van Nederlands muziekonderwijs dat mee wil bewegen met een nieuwsgierige en een veranderende samenleving. 

Advies over the culture

Dan een ander voorbeeld: in 2023 bracht de Nederlandse UNESCO Commissie een advies uit met de titel “On(ver)vangbaar – de innovatieve kracht van the culture”. En in dat advies vestigde de Commissie onze aandacht op the Culture, oftewel, een al decennia in Nederland bestaande culturele beweging die mede voort is gekomen uit diasporische jongerencultuur. Want the Culture onderging grote invloed van generaties Caribische Nederlanders die in de loop der tijd naar Nederland kwamen. 

De uitingsvormen van the culture lopen uiteen van muziek tot film, van mode tot ontwerp, van beeldende kunst tot dans. Met hiphop als basis en bubbling als uniek product van deze beweging. De UNESCO Commissie, aangespoord door Commissielid Martin van Engel, adviseerde beleidsmakers en fondsen: heb oog voor deze culturele beweging, en neem the culture mee in erkenning en financiering. En het gevolg is: stap voor stap meer aandacht bij beleidsmakers, fondsen en culturele instellingen. En het indalend besef: erfgoed bouw je samen. Want het erfgoed van the culture is echt heel karakteristiek voor één plek op de wereld: Nederland. Juist door onze samenstelling en mede door de banden in ons Koninkrijk.

Het Spuiplein

En tenslotte een derde voorbeeld, dichtbij huis, aan het Spuiplein, dat in dit verhaal fungeert als cultureel en maatschappelijk podium voor de Haagse samenleving. Precies een jaar geleden, het Spuiplein was nog under construction, vroeg de gemeente Den Haag aan de culturele instellingen aan het plein om mee te denken over de toekomst van het plein. Er lag er een duidelijke opdracht: maak van dit plein een levendig cultureel hart van de stad. Als culturele instellingen waren we daar natuurlijk enthousiast over.

Maar al snel, onder de inspirerende leiding van stadmaker Rinske Brand, kwamen we als culturele instellingen tot een belangrijk inzicht: alleen culturéel programmeren is niet genoeg om een plein écht leefbaar en duurzaam te maken. Daarvoor heb je een brede coalitie nodig, van bewonersverenigingen tot horeca, hoger onderwijs, de gemeente, en natuurlijk de culturele instellingen. Kortom: iedereen die dit plein zijn thuis noemt.

In een traject van workshops brachten we die stemmen samen en zo ontstond gaandeweg een gezamenlijke visie: Spuiplein als het beste gedeelde plein van Nederland. Een plein waar ontmoeting, dialoog en creativiteit centraal staan. Een buurttuin én een cultureel podium, laagdrempelig en werelds tegelijk. 

Een plek waar je met je eigen dansgroep kunt optreden, naar yogales kunt gaan, kunt lunchen met een picknickkleedje, maar waar ook concertzaal Amare een openluchtconcert programmeert. En waar de skaters, die veel gebruik maakten van het oude Spuiplein van voor de verbouwing, een eigen plek krijgen. 

Die visie is inmiddels tastbaar. Het plein is vorige maand geopend, de eerste evenementen zijn afgerond. Er waren theatervoorstellingen, concerten en een buitenbioscoop. En als je op een zonnige middag op het plein zit, zie je verschillende vormen van gebruik terug. Culturele evenementen, dansgroepen, mensen die lekker zitten te lunchen, genietend van het weer. En daarnaast: de skaters, die wedstrijden op hún gedeelte van het plein organiseren. Zoals professor van Heck ons al leerde: kunst moet verrassen. En dit cultureel-maatschappelijke plein verrast. 

Kunst en cultuur zijn genesteld in onze samenleving

Zomaar drie verhalen waarin we zien hoe kunst en cultuur zijn genesteld in onze samenleving, en hoe ze uiting geven aan wie we als individu en gemeenschap zijn. 

Maar ook: hoe we aanjagers nodig hebben om kunst en cultuur tot een transformatieve kracht in onze samenleving te maken. 

Op het Koninklijk Conservatorium begon het bij drie studenten en een afdelingshoofd, bij de UNESCO commissie was het een volhardend commissielid en bij de gemeente Den Haag een gedreven ambtenaar die keek naar de culturele pleinen in New York, Wenen en Portland en zei: laten we dat in Den Haag doen. 

Zij waren de aanjagers. En mijn oproep van vandaag is: laat u inspireren, wees ook een aanjager. Dank u wel.

Om kunst als krachtig middel te laten fungeren binnen het koninkrijk, heeft zij aanjagers nodig.

Marlon Titre

− Lid Nederlandse UNESCO Commissie −