Overslaan en naar de inhoud gaan

Bedreigd als wetenschapper? Dit adviseren experts uit binnen- en buitenland

Jon Verriet 17 juni 2026

In binnen- en buitenland zijn de afgelopen jaren handreikingen, toolkits en rapporten verschenen over de bescherming van wetenschappers. In dit artikel zetten we de belangrijkste adviezen naast elkaar: wat kun je als onderzoeker zelf doen, wat mag je van je instelling verwachten, en waarom raakt dit aan vrije wetenschap?

Bedreigd als wetenschapper?

In binnen- en buitenland zijn de afgelopen jaren handreikingen, toolkits en rapporten verschenen over de bescherming van wetenschappers. In dit artikel zetten we de belangrijkste adviezen naast elkaar: wat kun je als onderzoeker zelf doen, wat mag je van je instelling verwachten, en waarom raakt dit aan vrije wetenschap?

Volgens UNESCO kan wetenschap alleen goed functioneren in een omgeving waarin ideeën vrij worden uitgewisseld en onderzoekers veilig hun werk kunnen doen. De veiligheid van wetenschappers is dus een noodzakelijke voorwaarde voor academische vrijheid en voor vernieuwende, maatschappelijk relevante wetenschap.

Hoe groot is het probleem?

Bedreiging en intimidatie van wetenschappers komt overal voor. De Nederlandse Monitor externe intimidatie, haat en bedreiging van wetenschappers uit 2024 liet zien dat in een jaar tijd in totaal 45 incidentele en 14 structurele beveiligingsmaatregelen zijn getroffen voor wetenschappers of medewerkers van Nederlandse universiteiten.

Ook in andere landen komt intimidatie vaak voor. Volgens onderzoeker Niels Mede, die een literatuurstudie deed, laten nationale onderzoeken uit het buitenland zien dat zo'n 30 tot 45 procent van academici minstens één vorm van intimidatie, bedreiging of aanval hebben meegemaakt. Bij wetenschappers die veel in de media verschijnen, liggen de percentages nog veel hoger: grofweg 50 tot 80 procent.

Het internationale UNESCO-rapport over de veiligheid van wetenschappers wijst ook op peilingen van onder meer vakblad Nature (2021) en Global Witness (2023). Meer dan één op de vijf wetenschappers die zich bezig hielden met COVID-19, en ongeveer twee op de vijf klimaatonderzoekers hebben bedreigingen ervaren, waaronder ook regelmatig doodsbedreigingen. 

Niet elke kritische reactie is intimidatie. Kritiek hoort bij wetenschap. Maar bedreigingen, doxing, haatberichten, lastercampagnes, intimiderende klachten en juridische procedures (zogenoemde SLAPP-zaken) kunnen zeer intimiderend zijn.

Wat kun je als wetenschapper doen?

Experts zijn het over één punt opvallend eens: neem bedreiging serieus, maar draag het niet alleen.

De Nederlandse handreiking van WetenschapVeilig adviseert wetenschappers om online bedreigingen, intimidatie en haat altijd bij hun werkgever te melden. Dat kan via een leidinggevende, meldpunt, beveiliging of communicatieafdeling. Bij direct gevaar geldt: bel 112. Bij concrete dreiging kan je instelling contact opnemen met de politie, of kun je zelf aangifte doen als je dat liever doet.

Ook PEN America adviseert in een Online Harassment Field Manual om bij online bedreiging direct te beoordelen of jij, je naasten of je werkomgeving fysiek onveilig kunnen zijn. Worden privégegevens gedeeld? Zijn er specifieke dreigingen? Gaat het om herhaalde aanvallen over meerdere platforms? Neemt de ernst toe? Dan is het verstandig om je werkgever, politie, juridische ondersteuning en/of vertrouwde mensen in je omgeving in te schakelen. 

Leg ook vast wat er gebeurt. PEN America adviseert om e-mails, voicemails, screenshots, links, gebruikersnamen, telefoonnummers, data en tijdstippen te bewaren. Dat helpt bij meldingen aan platforms, werkgever, politie of juridische ondersteuning. Omdat documenteren belastend kan zijn, adviseert PEN America om dit zo nodig te delegeren aan iemand die je vertrouwt. 

Kort gezegd:

  • meld bedreiging of intimidatie bij je instelling
  • bewaar bewijs, of vraag iemand anders dat te doen
  • schakel bij concrete dreiging beveiliging of politie in
  • vraag om digitale, juridische en psychosociale steun

Moet je reageren of juist niet?

Niet elke aanval verdient een reactie. CLEAR, het Civic Laboratory for Environmental Action Research, maakt een nuttig onderscheid tussen kritiek en aanvallen op onderzoek. Kritiek kan gaan over methode, interpretatie of maatschappelijke gevolgen. Aanvallen zijn er vooral op gericht om onderzoek te vertragen, te delegitimeren of onderzoekers persoonlijk te raken. CLEAR noemt onder meer doxing, dreigen met rechtszaken, publieke watchlists, het uitvergroten van losse citaten, dreigen met klachten bij een leidinggevende, en het uitputten van onderzoekers met eindeloze vragen of beschuldigingen. 

Het advies is daarom niet simpelweg om alles te negeren, maar wel om je publiek te kiezen. Ga niet in discussie met mensen die intimideren. Richt je op mensen die wél openstaan voor uitleg: studenten, collega’s, journalisten, beleidsmakers of het bredere publiek. Als reageren nodig is, doe dat kort, feitelijk en in gewone taal. CLEAR adviseert om je eigen boodschap centraal te houden en niet in het frame van de aanvaller te stappen. 

Zorg daarnaast dat betrouwbare informatie over je onderzoek vindbaar is. Denk aan een duidelijke profielpagina, een projectpagina, een korte Q&A of een verklaring van je instelling. Wees helder over methode, onzekerheden, financiering en beperkingen. Zo blijft betrouwbare kennis beschikbaar, ook wanneer online discussie ontspoort.

Wat te doen bij juridische intimidatie?

Bedreiging van wetenschappers is niet altijd fysiek of online. Experts wijzen ook op juridische intimidatie: dreigende brieven, klachtenprocedures, smaad- of lasterclaims, of SLAPPs (strategic lawsuits against public participation). Zulke procedures zijn vaak niet heel kansrijk, maar kunnen intussen wetenschappers wel frusteren en intimideren.

De Raad van Europa en Scholars at Risk Europe waarschuwen dat SLAPPs academisch werk of publieke uitingen direct kunnen raken. Vooral procedures van staten, bedrijven of andere machtige partijen kunnen, los van de juridische uitkomst, een middel worden om critici te intimideren of tot zwijgen te brengen.

Bij juridische dreiging geldt daarom: reageer niet alleen. Bewaar alle correspondentie, ga niet overhaast akkoord met rectificaties of geheimhouding, betrek je instelling en vraag tijdig juridisch advies. Instellingen moeten hiervoor niet pas na een eerste dreigbrief beleid gaan maken.

Wat moeten instellingen regelen?

Bedreiging van wetenschappers is zeker niet een probleem van individuele onderzoekers. Het platform WetenschapVeilig werd opgezet om informatie, ondersteuning, maatregelen en afstemming met politie en justitie te versterken. Maar onderzoekers die bedreigd worden, moeten vooral kunnen rekenen op hun eigen instelling. 

Internationale toolkits benadrukken vooral dat instellingen getroffen personen dienen te ontlasten, zodat zij niet zelf alle monitoring, documentatie, blokkades en meldingen moeten afhandelen. De Toolkit for Institutions van het Researcher Support Consortium noemt het belang van een goede infrastructuur: instellingen kunnen vooraf beleid te maken, een meldformulier klaar hebben en een Researcher Support Team inrichten met onder meer bestuur, HR, communicatie, IT, beveiliging, juridische ondersteuning en mentale zorg.

Ook de Association of Internet Researchers benadrukt in haar Risky Research Guide dat onderzoekers niet schuldig zijn aan de schade die zij door bedreiging of intimidatie oplopen. Een onderzoeker kan alle verstandige adviezen opvolgen en alsnog doelwit worden. Daarom moet bescherming niet alleen draaien om individuele weerbaarheid, maar ook om collectieve zorg, institutionele verantwoordelijkheid, peer support, snelle respons en ondersteuning die trauma-sensitief is.

Voor instellingen betekent dit praktisch:

  • één vindbaar meldpunt of eerste aanspreekpunt
  • snelle beoordeling van dreiging en veiligheidsrisico’s
  • hulp bij bewijs, monitoring en platformmeldingen
  • steun van communicatie, IT, HR, juridische zaken en beveiliging
  • bescherming van persoonlijke gegevens op openbare pagina’s
  • juridische steun bij dreigbrieven, klachtenprocedures en mogelijke SLAPPs
  • psychosociale hulp en nazorg
  • zichtbare, openbare steun wanneer een onderzoeker publiek onder vuur ligt

Waarom dit raakt aan vrije wetenschap

Wanneer wetenschappers worden geïntimideerd, raakt dat de academische vrijheid. Niet omdat wetenschappers gevrijwaard zouden moeten zijn van kritiek, maar omdat bedreiging, doxing, haat en juridische druk ertoe kunnen leiden dat onderzoekers zich terugtrekken, voorzichtiger worden of bepaalde onderwerpen vermijden.

De Nederlandse UNESCO Commissie stelt in haar advies Een vrije en veilige wetenschap (2025) dat academische vrijheid en de veiligheid van wetenschappers samen cruciaal zijn voor een goed functionerende wetenschap. De Commissie ziet hierin ook een rol voor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: die moet het programma WetenschapVeilig blijven ondersteunen, en dient zichtbaar op te komen voor de rol van wetenschap in de samenleving.

 

Advies van de Commissie

Lees hier het advies van de Nederlandse UNESCO Commissie aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de vrijheid en veiligheid van wetenschappers. 

 

 

Het belang van goede data en internationale samenwerking

Omdat de veiligheid van wetenschappers wereldwijd onder druk staat, is het belangrijk dat landen hier informatie over uitwisselen en van elkaar leren over effectieve oplossingen. In 2026 presenteerde UNESCO een vragenlijst waarmee lidstaten kunnen onderzoeken hoe zij ervoor staan op het gebied van de vrijheid en veiligheid van onderzoekers.