Dit erfgoedgebied ligt tussen de Perzische Golf en de Arabische Zee en bevat sporen van menselijke bewoning uit het Midden-Paleolithicum en Neolithicum (van 210.000 tot 6.000 jaar geleden). De archeologische lagen laten zien hoe jagers-verzamelaars en herders zich aanpasten aan extreme klimaten, met afwisselend droge en natte perioden die elke 20.000 jaar terugkeerden.
Naast hun middelen om te overleven gebruikten vroege gemeenschappen ook de natuurlijke vormen van het landschap om grondstoffen te winnen. Dankzij de aanwezigheid van verschillende waterbronnen en natuurlijke materialen biedt Faya waardevolle kennis over hoe mensen wisten te overleven in zeer droge omgevingen.