Deze serie van erfgoedlocaties bestaat uit ondergrondse graven en begraafplaatsen op Sardinië die gemaakt zijn tussen het 5e en 3e millennium voor Christus. Ze laten zien hoe de prehistorische gemeenschappen op het eiland hun dagelijkse leven en begrafenisgebruiken organiseerden.
De domus de janas, lokaal bekend als "huizen van de feeën," zijn in rotsen uitgehouwen graven. Ze tonen de begrafenispraktijken, spirituele overtuigingen en sociale ontwikkeling van de mensen in die tijd. De graven hebben vaak een ingewikkelde opzet, symbolische versieringen en afbeeldingen die laten zien hoe de relatie tussen levenden en doden veranderde in een samenleving die steeds complexer werd.
Deze bouwwerken vormen de meest uitgebreide en rijke ondergrondse begraafarchitectuur in het westelijke Middellandse Zeegebied, met ongeveer 3.500 graven verspreid over het hele eiland.