Wat is een UNESCO biosfeergebied

UNESCO biosfeergebieden zijn regio’s waarin de relatie tussen de mens en zijn omgeving centraal staat. Het wereldwijde netwerk van UNESCO biosfeergebieden is de kern van het wetenschappelijke programma ‘Man and the Biosphere’ dat UNESCO in 1971 introduceerde. Het was in die tijd het eerste wereldwijde, intergouvernementele initiatief voor milieubescherming en natuurbehoud op lokaal en regionaal niveau.

Actueel

Hoewel het programma meer dan veertig jaar oud is, zijn de uitgangspunten nog verrassend actueel: centraal staat het streven naar duurzame ontwikkeling, waarbij alle lokale en regionale partijen - lokale overheden, bewoners, bedrijven, scholen, kennisinstellingen en NGO’s - betrokken zijn en werken vanuit een gezamenlijke visie. 

Meer dan natuurbehoud

Het Man and the Biosphere programma gaat verder dan natuurbehoud alleen. UNESCO Biosfeergebieden zijn geen natuurgebieden die de mens met rust moet laten; het gaat juist om het zoeken naar manieren om de mens met de natuur te laten samenleven, waarbij innovatieve methoden om natuurbehoud en bescherming van biodiversiteit hand in hand gaan met sociaal-economische ontwikkeling. Het programma vertaalt de principes van duurzame ontwikkeling naar een lokale context en maakt zo de verbinding tussen wetenschap, maatschappij en beleid.

Modelgebieden

Voor UNESCO zijn biosfeergebieden modelgebieden, waarbinnen de missie van UNESCO kan worden uitgedragen op lokaal niveau. Het belang van onderwijs, cultuur en wetenschap voor een duurzame ontwikkeling staat hierbij centraal. Op deze wijze wordt er aandacht besteed aan deze grote thema’s op lokaal, concreet niveau. Samen vormen de biosfeerregio’s een dynamisch internationaal netwerk waarin kennis wordt uitgewisseld op het gebied van lokale duurzaamheid en het samengaan van economie, wetenschap, natuur en maatschappij. In biosfeerparken wordt onderzoek verricht naar biodiversiteit, zetten lokale ondernemers duurzaam toerisme in de markt, krijgen scholieren informatie over natuur en milieubehoud, en produceren lokale boeren biologische streekproducten die de lokale identiteit versterken. 

Functies

Elk biosfeergebied heeft drie complementaire functies. Dit zijn behoud (het beschermen van de culturele diversiteit en biodiversiteit, ecosystemen en landschappen), duurzame ontwikkeling (bevordering van een duurzame sociaal-economische ontwikkeling), en onderzoek en monitoring (het bevorderen van onderzoek, toezicht, onderwijs en kennisuitwisseling op het gebied van duurzame ontwikkeling). 

Zonering

Om deze drie functies in te vullen, werken biosfeergebieden met een zonering. De kernzone is meestal een wettelijk beschermd gebied met belangrijke natuurlijke waarde. In de kernzone staat behoud centraal – van natuur maar dat kan ook cultuur zijn, of een bepaalde activiteit, zoals landbouw. Om of naast de kernzone ligt een bufferzone, waar activiteiten plaatsvinden die kunnen samengaan met het behoud van de kernzone maar die ook gebruik maken van die kernzone: milieueducatie, recreatie, toerisme en wetenschappelijk onderzoek. In de derde zone, de transitiezone, vinden mens en natuur elkaar en staat duurzame ontwikkeling centraal. Hier wonen en werken mensen, vindt productie en consumptie plaats, en werken inwoners, wetenschappers, ondernemers, lokale en regionale overheden en actiegroepen samen aan een sociaal en economisch duurzame toekomst van het gebied. 

Balans

UNESCO biosfeergebieden richten zich kortom op de balans tussen de mens en zijn omgeving. De effecten van klimaatverandering, verstedelijking en energieverbruik op een gezond, aangenaam leefklimaat hebben speciale aandacht. Het genereren en uitwisselen van kennis en leerkansen over milieuvraagstukken en duurzame ontwikkeling is een belangrijk speerpunt in het biosfeernetwerk. Dit wordt bereikt via het doen van onderzoek, het opstellen van beleid, training en capaciteitsopbouw, informatievoorziening en publieksvoorlichting en het versterken van de culturele identiteit van de gebieden. Een sterkere lokale, vaak groene economie en het creëren van werkgelegenheid zijn belangrijke winstpunten. 

Waddenzee

Nederland kent momenteel één UNESCO biosfeergebied, de Waddenzee. Deze status is in 1986 toegekend. Momenteel verkennen enkele andere gebieden in Nederland de mogelijkheden om biosfeergebied te worden. 

Het ‘Mens en Biosfeer’-programma (MAB) van UNESCO ontwikkelt nieuwe wetenschappelijke kennis voor een evenwichtige relatie tussen de mens en zijn natuurlijke leefomgeving. MAB wordt ondersteund door een netwerk van biosfeeregio’s – 669 gebieden in 120 landen (stand 2016) – UNESCO's proeftuinen voor duurzame ontwikkeling. Natuurwetenschappen, sociale wetenschappen, onderwijs en economie vinden elkaar in het programma. Nederland telt één UNESCO biosfeergebied: de Waddenzee.

Uitkomsten

‘Man and the Biosphere’ is een wetenschapsprogramma van UNESCO dat bestaat sinds 1971. Vanuit wetenschappelijke inzichten wordt gewerkt aan een evenwichtige relatie tussen mens en omgeving in gebieden die een belangrijke ecologische waarde hebben.

Het huidige netwerk telt 660 biosfeergebieden in 120 landen.

Nederland kent één UNESCO biosfeergebied, de Waddenzee. Deze status is toegekend in 1986. Daarnaast verkennen enkele regio’s in Nederland momenteel de mogelijkheden om biosfeergebied te worden. 

Meer berichten