In 2018 wonnen Liesbeth van Vliet en Aimee Van Wynsberghe een l'Oréal-Unesco ‘For Women in Science’-beurs. 

2018: Van Vliet & Van Wynsberghe

Liesbeth van Vliet
Image

Liesbeth van Vliet werkt als onderzoeker bij het Nivel (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg). Ze is daarnaast verbonden aan het OLVG ziekenhuis te Amsterdam, afdeling Anesthesie; de Universiteit van Leiden, afdeling Gezondheids- Medische- en Neuropsychologie; en het Cicely Saunders Institute van King’s College London.

Het onderzoek van Liesbeth bevindt zich op het snijvlak van communicatie, palliatieve zorg, en placebo- en nocebo-effecten. Met andere woorden: ze probeert beter te begrijpen hoe communicatie patiënten en hun naasten kan helpen en schaden als ze geconfronteerd worden met een ernstige en veelal ongeneeslijke ziekte.

Goede informatie en emotionele ondersteuning

De dood en levensbedreigende ziekten horen bij het leven. Op het moment dat patiënten en hun dierbaarden geconfronteerd worden met ernstige ziekten, hebben ze naast goede medische zorg ook goede informatie en emotionele ondersteuning nodig. Liesbeth richt zich in haar onderzoek op welke communicatie (zoals informatie en emotionele steun) patiënten en hun dierbaren in die periode helpt, maar ook welke communicatie hen op die momenten schaadt. Het beter begrijpen van het belang van communicatie en hoe dit beter in te zetten op het moment dat dit het allerbelangrijkste is, vormt een rode draad in Liesbeths onderzoek. 

Studie en promotie

Liesbeth studeerde Psychologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (2008). Ze promoveerde vervolgens in het SPINOZA programma van prof. dr. Jozien Bensing (2013) aan de Universiteit Utrecht, waarvoor ze de CaRe PhD Award ontving. Na haar promotie werkte ze enkele jaren bij het Cicely Saunders Institute van King’s College London (inclusief een secondment aan Lancaster University), alvorens weer terug te keren naar Nederland. Sindsdien werkt ze primair bij het Nivel en het OLVG.  Liesbeth is momenteel een KWF Young Investigator Grantee, en ontving eerder subsidies van onder meer the Foundation for the Science of the Therapeutic Encounter, the British Psychology Society Division of Health Psychology, Zorg Instituut Nederland, en Stichting Wetenschap OLVG.

Psychosociale zorg

Al tijdens haar studie Psychologie wist Liesbeth dat ze wilde bijdragen aan de verbetering van de psychosociale zorg voor patiënten en naasten op het moment dat zij geconfronteerd worden met een levensbedreigende ziekte. Medische vakken, haar bijbaan in het Rotterdams oncologisch ziekenhuis, en persoonlijke ervaringen motiveerden haar om haar afstudeeronderzoek uit te voeren bij de palliatieve kinderoncologische zorg. Ze werd gegrepen door de wetenschap, waarbij je door gedegen onderzoek uitspraken kunt doen over het effect van zorg en communicatie. Uitspraken waarmee de klinische zorg uiteindelijk verbeterd kan worden. Sinds die tijd heeft zij zich bezig gehouden met de vraag hoe communicatie en zorg zo kunnen worden ingezet dat het de kwaliteit van leven van, veelal ernstig zieke, patiënten en hun dierbaren zoveel mogelijk optimaliseert .

Nocebo-effecten

In haar tijd bij het NIAS wil Liesbeth zich verder verdiepen in (het minimaliseren van) de nocebo-effecten van communicatie bij levensbedreigende ziekten. Daarvoor zal ze data uit haar KWF YIG analyseren, en een workshop organiseren. Ook zal ze haar kennis over nocebo-effecten vergroten via een geplande stage aan het Programs in Placebo Studies & Therapeutic Encounter (Beth Israel Deaconess Medical Center/Harvard Medical School). Ze kijkt er vooral naar uit om samen met inspirerende collega-fellows te werken in de intellectuele oase die het NIAS vormt. 

Aimee Van Wynsberghe
Image

Aimee Van Wynsberghe heeft als missie om het ethisch en verantwoord ontwikkelen, gebruiken en handhaven van robots en kunstmatige intelligentie op de agenda te zetten. Ze begon haar academische carrière in Ontario, Canada in 2002, met een studie Celbiologie aan Western University. Daar nam ze ook deel aan een onderzoeks naar operatierobots en dat zette haar aan het denken over de betekenis van deze robots waarvan het effect op de chirurgie niet alleen kwantitatief te meten is.

Aimee vervolgde haar studie op het gebied van ethische vraagstukken rondom robots in twee Masters en een PhD. Op dit moment is zij assistant professor in Ethiek en Technologie aan de TU Delft en heeft zij een NWO-beurs om de ethiek rondom ‘service robots’ te onderzoeken.

https://aimeevanwynsberghe.com/

Robots en kunstmatige intelligentie

De aard van robots en de kracht van kunstmatige intelligentie hebben ervoor gezorgd dat deze machines steeds meer deel uit gaan maken van ons dagelijks leven. Denk bijvoorbeeld aan kinderopvang, gezondheidszorg en politie, domeinen waar voorheen alleen mensen aan te pas kwamen en waar moraliteit geldt. Dit vraagt om extra wetenschappelijke aandacht. Zowel voor de mensen die met de machines gaan werken, als voor de mensen die bijvoorbeeld zorg krijgen van de machines. 

Service robots

Dankzij de NWO-beurs die Aimee eerder ontving, kan zij zich richten op zogenaamde service robots. Dit zijn alle robots die zich buiten een fabriek begeven, zoals bijvoorbeeld robots in warenhuizen of pakketbezorging. Binnen dit onderzoek houdt zij zich bezig met het in kaart brengen van de sociale en ethische kenmerken die bij nieuwe ontwikkelingen met robots en kunstmatige intelligentie komen kijken. Daarmee wil zij het grote publiek, handhavers en ontwikkelaars bewust maken van deze aspecten, zodat machines verantwoord gebruikt, gereguleerd en ontworpen worden.

Interactie

Doordat mensen steeds meer in contact zullen komen en zelfs samen gaan werken met robots, zal er ook sprake zijn van letterlijke contactmomenten. Tast is een menselijk zintuig dat we gebruiken voor communicatie en het uiten van emoties. De interactie met robots zal groeien, maar hoe verhoudt zich dat tot het menselijk gedrag van aanraking? Gezien het toegenomen fysieke contact tussen mens en robot, zou je verwachten dat aanraking een aandachtspunt is geworden voor ontwerpers, ethici en ontwikkelaars van robots. Maar de menselijke ervaring bij het aanraken van robots is nog een hiaat in het academisch debat. Hier zal Aimee zich op richten tijdens haar verblijf aan het NIAS vanuit de volgende vraagstelling: wat is de ethische beteken betekenis van mens-robotcontact?