Een derde en laatste mogelijke strategie is behoud van erfgoed in ongewijzigde vorm. Beleidsmakers die hiervoor kiezen, proberen soms toch aan bezwaren tegemoet te komen door de context aan te passen. Zo heeft het Rijksmuseum Amsterdam in 2015 besloten de beschrijvingen van zijn objecten te controleren op voor culturele minderheden beledigend taalgebruik – denk aan woorden als  ‘Hottentot’ of ‘Indiaan’ – en deze te vervangen door termen die minder kwetsend zijn.

3. Behouden

Image
Draagvlak kweken. De tentoonstelling over Zwarte Piet in de media in het Persmuseum in Amsterdam, 20 oktober 2016 (Foto: ANP/Sander Koning)
Draagvlak kweken. De tentoonstelling over Zwarte Piet in de media in het Persmuseum in Amsterdam, 20 oktober 2016 (Foto: ANP/Sander Koning)

Iets soortgelijks is gebeurd in Hoorn. In reactie op de protesten tegen het standbeeld van Coen besloot de gemeente in 2012 op de sokkel een nieuw tekstbord aan te brengen met onder meer de zin: ‘Volgens critici verdient Coens gewelddadige handelspolitiek in de Indische archipel geen eerbetoon’. Deze geste van de gemeente heeft het conflict rond Coen echter niet opgelost en in 2016 is het standbeeld alsnog beklad. 

De dubbele strategie van behoud en aanpassing van de context is op radicale wijze toegepast in Zuid-Afrika. Na de transitie van Apartheid naar democratie in 1994 bleef het land zitten met een groot aantal historische monumenten die waren opgericht door de voormalige witte machthebbers. Het verhaal dat deze monumenten uitdroegen was exclusief wit en niet zelden racistisch. Toch heeft de zwarte regering in het kader van haar verzoeningspolitiek veel van dit witte erfgoed intact gelaten. Beelden en bustes van Apartheidsleiders zijn wel grotendeels verwijderd, maar monumenten die herinneren aan negentiendeeeuwse gebeurtenissen zoals de Grote Trek en de Boerenoorlog, mochten blijven. Zij zijn niet gesloopt, maar aangevuld met monumenten die het zwarte Afrikaanse perspectief laten zien. 

Zo staan er op het slagveld van Ncome of Bloedrivier in de provincie KwaZulu-Natal, waar in 1838 een veldslag plaatshad tussen Nederlandstalige Voortrekkers en Zoeloes, twee verschillende musea. Het oudste werd opgericht toen de witte minderheid nog alle macht in handen had. Het vertelt het verhaal van de slag vanuit het perspectief van de Voortrekkers. Na de democratische transitie is even verderop een tweede museum verrezen, dat het perspectief van de Zoeloes op de gebeurtenissen laat zien. Tussen de musea in stroomt de eigenlijke Ncome of Bloedrivier. In 2014 is heeft president Jacob Zuma een Brug van Verzoening geopend. 

De Zuid-Afrikaanse regering gunt elke bevolkingsgroep zijn eigen monumenten en zijn eigen herinnering. In een etnisch zo verdeelde samenleving als die van Zuid-Afrika is dat wellicht verstandiger dan vruchteloos zoeken naar een gezamenlijk verhaal dat alle uiteenlopende perspectieven zou kunnen verenigen.