Erfgoedbeleid heeft sinds het begin van de negentiende eeuw steeds als doel gehad om de (nationale) saamhorigheid binnen een samenleving te versterken. Welke overblijfselen uit het verleden beleidsmakers waardevol genoeg achten om te beschermen en te ontsluiten, wordt meestal bepaald door het collectieve historische verhaal van de dominante bevolkingsgroep. In Nederland zijn in de afgelopen jaren talloze lokale, regionale en nationale canons opgesteld, waarvan de achterliggende idee is dat alle leden van de bevolking ze ‘zouden moeten kennen’. Kennis van de canon maakt dat mensen zich meer betrokken voelen bij de eigen gemeenschap. Dit verwachten althans de opstellers.

4. Meerstemmige samenleving

Het versterken van saamhorigheid door middel van erfgoed is relatief eenvoudig zolang er binnen de samenleving consensus bestaat over de inhoud van het collectieve verhaal. Volledige consensus komt echter vrijwel niet voor. Zo vindt in Nederland sinds de eerste Nationale Dodenherdenking op 4 mei 1946 bijna onafgebroken discussie plaats over de invulling van deze jaarlijkse plechtigheid. Daarbij staat de vraag centraal: ‘Welke doden herdenken wij?’ In de loop der jaren hebben verschillende groepen – zoals Indië-veteranen en homoseksuelen – met succes hun plek in de herdenking opgeëist. Andere aanzetten tot verbreding, bijvoorbeeld door vertegenwoordigers van de Duitse overheid uit te nodigen, zijn daarentegen vooralsnog gestrand. In 2017 heeft een alternatieve 4 mei-herdenking in Amsterdam voor verdronken bootvluchtelingen geleid tot een verontruste reactie van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), dat vreest dat de slachtoffers van de Holocaust door dergelijke initiatieven naar de achtergrond worden gedrongen.

Gebrek aan consensus is ook te beluisteren in discussies over zogenaamd dadererfgoed van de Tweede Wereldoorlog. In Lunteren bevinden zich restanten van een arena die de NSB in de jaren dertig heeft laten bouwen voor massabijeenkomsten. Deze ‘Muur van Mussert’ staat op instorten en zou volgens een expert van het NIOD Instituut voor Holocaust- en Genocidestudies moeten worden gered. Het CIDI daartegen waarschuwt dat de plek na restauratie zal verworden tot een bedevaartsoord voor neonazi’s.

Image
De Muur van Mussert (Foto: Wikimedia Commons)
Dadererfgoed. De Muur van Mussert in Lunteren (Foto: Roger Veringmeier / Wikipedia)

De kans op consensus is het grootst als de bevolking in hoge mate homogeen is – etnisch, cultureel, politiek en religieus. Wanneer er daarentegen minderheden zijn met visies op het collectieve verleden die niet overeenstemmen met het dominante verhaal, of hier zelfs mee in tegenspraak zijn, ontstaat er wrijving. Wat de ene bevolkingsgroep koestert als waardevol erfgoed, kan de andere groep als aanstootgevend ervaren.

De spanningen kunnen zo hoog oplopen dat partijen elkaars erfgoed beschadigen of vernietigen. Een voorbeeld hiervan levert Zuid-Afrika, waar in 2015 onder meer standbeelden van Paul Kruger en Mohandas Gandhi zijn beklad door activisten. Kruger vanwege het koloniale regime in Transvaal waaraan hij leiding gaf, Gandhi vanwege racistische uitspraken over zwarten. Ook in Nederland bedienen actievoerders zich soms van dit middel. In 2016 spoten leden van actiegroep De Grauwe Eeuw het woord ‘genocide’ op de sokkel van het standbeeld van Coen in Hoorn.

De maatschappelijke consensus over het collectieve verleden staat in Nederland in toenemende mate onder druk. De samenleving wordt meerstemmiger als gevolg van globalisering, immigratie, emancipatie van minderheden en nieuwe media. Dit leidt tot een grotere variatie aan perspectieven, die soms lijnrecht ingaan tegen het verhaal van de dominante meerderheid. Zo nemen in het historisch bewustzijn van Surinaamse en Caribische Nederlanders slavenhandel, slavernij en onderdrukking door blanken een centrale plaats in. Het traditionele nationale verhaal, waarin de koloniale geschiedenis wordt voorgesteld als iets waar Nederlanders trots op mogen zijn, is daarom kwetsend voor grote groepen burgers. Erfgoedbeleid dat dit traditionele verhaal als leidraad neemt, miskent het historische perspectief van een deel van de bevolking en sluit mensen uit.

Image
 Het standbeeld van de Zuidelijke generaal Robert E. Lee in New-Orleans wordt van zijn plek getakeld, 19 mei 2017 (Foto: Infrogmation of New Orleans/Wikimedia Commons)

‘Vergissing’. Het standbeeld van de Zuidelijke generaal Robert E. Lee in New-Orleans wordt van zijn plek getakeld, 19 mei 2017 (Foto: David Rae Morris / Polaris Images)