Nineveh, meer dan een tentoonstelling

INTERVIEW – Anna de Wit is tentoonstellingsmaker van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. In de hectische week voordat de grote ‘Nineveh’-tentoonstelling opent, vertelt ze over de bijzondere samenwerking met Irak.

Door Koosje Spitz

De ontmoeting met Anna de Wit vindt plaats in de centrale hal van het museum, toepasselijk naast de Tempel van Taffeh. Deze tempel is een geschenk van Egypte aan Nederland als dank voor de bijdrage aan het veiligstellen van erfgoed in de Ashwan-vallei in de jaren 60 van de vorige eeuw. Het veiligstellen van erfgoed is ook bij de ‘Nineveh’-tentoonstelling een belangrijk thema. Recent kwam de stad in het nieuws vanwege de bloedige strijd in de nabijgelegen moderne stad Mosul. Naast de vele mensenlevens die de oorlog eist, is ook het erfgoed in de regio ernstig beschadigd.

Voorbereidingen

De voorbereidingen van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) om een tentoonstelling te wijden aan de Assyrische stad Nineveh begonnen echter al veel eerder, in 2014. “Nooit eerder is een dergelijk compleet overzicht van archeologische opgravingen uit de stad gepresenteerd”, stelt De Wit. De tentoonstelling bestaat uit tal van reliëfs, beelden en zelfs een (reconstructie van een) heuse paleiszaal, afkomstig uit musea wereldwijd, waaronder het British Museum en het Iraaks Nationaal Museum. In totaal zo’n 250 topstukken.

Terreur

In de jaren die het kost om de tentoonstelling samen te stellen, slaat terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) hard toe in het noorden van Irak. Communicatie met de Iraakse overheid en het Iraaks Nationaal Museum loopt daardoor moeizaam en contactpersonen moeten vluchten. Ondanks de onzekerheden blijft het RMO samenwerking met Irak nastreven. “We werken bij voorkeur altijd samen met het land van herkomst”. Daarnaast wil De Wit, samen met conservator Lucas Petit, een zo volledig mogelijk verhaal vertellen. “En dat gaat niet alleen over de archeologische opgravingen in de 19e en 20e eeuw. Het erfgoed in Irak dat ons herinnert aan eeuwenoude beschavingen ligt letterlijk onder vuur. Wij willen de uitzonderlijkheid van het erfgoed aan het publiek tonen, maar ook uitdragen waarom het belangrijk is dat we gezamenlijk het erfgoed beschermen. De veiligheid van de lokale gemeenschappen staat voorop, maar het belang van cultureel erfgoed als middel van hoop en veerkracht, moet niet onderschat worden”. 

Persoonlijk contact

Maar hoe doe je dat, samenwerken met een land in conflict? Waarschijnlijk zijn volharding en geduld het antwoord. De Wit reisde er samen met directeur Wim Weijland zelfs voor naar Bagdad. Hoewel de Nederlandse ambassade in Irak nauw betrokken was bij de bemiddeling, bleek persoonlijk contact noodzakelijk om wederzijds begrip en een waardevolle basis voor samenwerking te creëren. “Het is niet zoals hier of bij het British Museum, dat je je wens voor een bruikleen per brief kunt aangeven. Het opbouwen van vertrouwen en persoonlijk contact is essentieel. Irak kent geen wetgeving die bruiklenen aan het buitenland toestaat. De gehele ministerraad moet goedkeuring geven. Dit om onrechtmatige uitvoer en illegale handel tegen te gaan”. Een maatregel die door het gewapend conflict extra noodzakelijk is geworden. Ondanks de veiligheidsrisico’s blijkt de reis naar Bagdad een belangrijke stap. Concrete afspraken over de bruiklenen worden gemaakt en de neuzen worden dezelfde kant op gezet. Het is voor het eerst sinds 1986 dat het Iraaks Nationaal Museum objecten aan een westers museum wil uitlenen.

Vollediger beeld

Beide landen zien Nineveh als een kans om een vollediger beeld te schetsen van de culturele rijkdom van Irak. De waardevolle objecten die wereldwijd verspreid in musea te vinden zijn kunnen hier in een gezamenlijke context worden getoond. “Irak is meer dan oorlog, een nogal eendimensionaal beeld dat de media vaak presenteren.” 

Ook in de tentoonstelling komen meer aspecten aan bod dan alleen de archeologische opgravingen. Dat  blijkt bijvoorbeeld uit de samenwerking met de Nederlandse Unesco Commissie. Samen met het Prins Claus Fonds droeg de Commissie bij aan het deel van de tentoonstelling waar de actuele situatie in Noord-Irak aan bod komt. 

Veerkracht en continuïteit

Volgens Jan Bolten, medewerker bij de Commissie, biedt de daartoe ontwikkelde foto-installatie de Nineveh-bezoeker een unieke kans zich te verplaatsen in de lokale bevolking en in de trots op hun verleden. “We hopen mensen bewust te maken van het feit dat erfgoed over identiteit en waardering gaat, dat het niet statisch is. De objecten maken deel uit van het verhaal van een samenleving. Erfgoed symboliseert veerkracht en continuïteit. Want ondanks de oorlog gaat het leven gewoon door en ondanks de moedwillige pogingen van IS om het verleden uit te wissen, zal het erfgoed blijven bestaan. Het zit ín de mensen.” 

Dit gevoel van continuïteit herkent De Wit. Het mooiste moment van haar reis naar Bagdad was toen ze door een verkeerde afslag over de rivier de Tigris reed. “Die rivier speelde ook al in de tijd van de Assyriërs een belangrijke rol. In de tentoonstelling tref je op eeuwenoude reliëfs al verwijzingen naar de rivier aan. Het was op die brug dat heden en verleden voor mij samenkwamen.” 

Patronage

De internationale betekenis en waarde van de tentoonstelling is ook door Unesco opgemerkt. Het RMO ontving met de Nineveh-tentoonstelling als eerste Nederlandse museum Unesco-patronage, een erkenning die slechts enkele musea ter wereld eerder ten deel viel, zoals het Grand Palais in Parijs en het Aga Khan Museum in Toronto. De Wit ziet de samenwerking tussen het Nationaal Museum van Irak en het RMO als een vorm van culturele diplomatie. “Het gaat om de erkenning van elkaars cultuur, het tonen van wederzijds respect en het uitdragen van het belang van het erfgoed voor de mensheid als geheel. We willen meer bereiken dan alleen het presenteren van ‘mooie’ objecten, we willen een ‘a-ha’-moment creëren. 

Teleurstelling

Dat werken met een land in conflict een grillige affaire is, blijkt uit een teleurstellend bericht dat De Wit enkele dagen voor de opening ontvangt. Hoewel de bruiklenen uit Irak klaarstaan voor transport, geeft de ministerraad uiteindelijk geen toestemming om de objecten uit te voeren naar Nederland. Volgens De Wit is dit zeker niet het eindstation. “Samen met het Iraaks Nationaal Museum blijven we proberen om de objecten in Nederland tentoon te mogen stellen. Maar ook zonder deze specifieke bruiklenen uit Irak blijven we het verhaal van Nineveh vertellen”. 

De tentoonstelling Nineveh - hoofdstad van een wereldrijk, is te zien van 20 oktober tot en met 25 maart in het RMO in Leiden. 

 

Darul Aman Palace (Foto: CC / Bruce MacRae)

Diverse internationale verdragen dragen bij tot de bescherming van cultuur: De Haagse 1954 Conventie helpt cultureel erfgoed te beschermen in geval van een gewapend conflict. De Conventie uit 1970 draagt bij aan de bestrijding van illegale handel in cultuurgoederen en stimuleert teruggave van ontvreemde culturele objecten.

Uitkomsten

Lees op unesco.org meer over de hulp van UNESCO aan Mali. U vindt hier ook de mogelijkheid om te doneren.

Meer berichten