Jongeren debatteren over de toekomst van het Haags Verdrag

Op maandagochtend 12 mei vond het jongerendebat over de toekomst van het Haags Verdrag plaats. En wat een debat was dat! Om 11:00 stroomde de zaal in de bibliotheek van het Vredespaleis vol. Zo kom je nog eens ergens als jongerenvertegenwoordiger.

Het Haags verdrag is een UNESCO-verdrag uit 1954, over de bescherming van cultureel erfgoed in tijden van gewapend conflict. Niet zomaar een verdrag dus, want de bescherming van cultureel erfgoed is heel belangrijk. Dat mensen beseffen hoe belangrijk erfgoed eigenlijk is, zien we regelmatig in het nieuws naar voren komen. Het nieuwsbericht over de ‘human chain’ die jonge Egyptenaren bijvoorbeeld maakten, toen het Egyptisch Museum in Caïro beroofd dreigde te worden, heeft veel indruk op mij gemaakt. TIME berichtte er toentertijd zelfs over.

Na een informatieve introductie over het verdrag door Edwin Maes, werkzaam bij de sectie Culturele Betrekkingen & Informatie van het Ministerie van Defensie, gingen de jongeren met elkaar in debat. De deelnemers kwamen uit Nederland en België en debatteerden over vijf verschillende stellingen en sloten af met een vraag. Ik kan niet wachten om je de uitkomsten te vertellen. Hier de highlights uit het debat!

Jongeren in debat over het Haags Verdrag in het auditorium van het Vredespaleis.

1. Cultureel erfgoed mag beschadigd worden wanneer dat noodzakelijk wordt geacht vanuit een militair perspectief.
De jongeren waren hier heel duidelijk over: nee, dat mag niet. Want wat betekent noodzakelijk nou eigenlijk? En waarom zou het ooit noodzakelijk moeten zijn? De strategische keuze van een leger om erfgoed in gevaar te brengen is altijd een keuze gebaseerd op de waarden van degenen die oorlog voeren of daartoe aanwijzingen geven. Natuurlijk gaan mensenlevens altijd voor, maar we moeten voorkomen dat die keuze gemaakt moet worden.

2. Het onderwijzen van militairen, met name soldaten gestationeerd in andere landen, over het belang van (het beschermen van) cultureel erfgoed is zinloos. In oorlog gelden andere regels.
Ook hier was een overweldigende meerderheid tegen de stelling. Wel werden er alternatieven genoemd, maar het versterken van het bewustzijn van soldaten wordt volledig gezien als een zaak met toegevoegde waarde. De jongeren raden sterk aan om vooral te mikken op het onderwijzen van degenen die de orders geven. Daar draait het immers om in oorlogstijden.

3. De UNESCO 1954 conventie, ook wel bekend als de The Hague Convention, is zestig jaar oud. Sinds de Tweede Wereldoorlog zijn samenlevingen en oorlogsvoeringen sterk veranderd. Hierdoor kan je stellen dat de The Hague Convention achterhaald is.
De jongeren blijven het maar met elkaar eens en vonden deze stelling absolute onzin. De kern van het verdrag, namelijk het inzetten op bescherming van cultureel erfgoed, is nog steeds actueel en zal dat altijd blijven. Natuurlijk veranderen de omstandigheden. We leven nu in een digitaal tijdperk en zullen daarom goed naar effectieve implementatie van het verdrag moeten kijken. Ook het feit dat veel landen het verdrag nog niet geratificeerd hebben en zich niet aan de regels van het verdrag houden baart de jongeren zorgen, maar met de inhoud van het verdrag zit het wel goed.

4. Een internationale overeenkomst heeft geen nut en waarde als lidstaten zich er niet aan houden.
Met maar liefst 93% van de jongeren tegen deze stelling zijn we weer op een overweldigende meerderheid uitgekomen. De jongeren zien absoluut toegevoegde waarde in de conventie, maar gaven net als bij voorgaande stelling duidelijk aan dat er wél iets moet veranderen. De implementatie van het verdrag moet strakker, er moeten hardere maatregelen worden genomen tegen partijen die het verdrag schenden en meer landen moeten het ratificeren.

5. De bescherming van cultureel erfgoed is niet alleen de verantwoordelijkheid van de vechtende partijen, maar een internationale verantwoordelijkheid Daarom moet de Verenigde Naties meer verantwoordelijkheid nemen en zwaardere maatregelen en consequenties introduceren als cultureel erfgoed wordt beschadigd in tijden van gewapend conflict.
Een ruime meerderheid van 87% van de jongeren is het met deze stelling eens. Immers, werelderfgoed is ook een wereldwijde verantwoordelijkheid. Daarbij komt dat het beschermen van erfgoed van anderen niet kan bestaan als er geen sprake is van respect voor elkaars culturen, de basis van bescherming. Ratificeren en niet willen dat jouw erfgoed vernietigd wordt betekent dus ook dat je andermans erfgoed niet vernietigt.

6. Wat is de toekomst van de The Hague Convention? Hoe kunnen we de bescherming van cultureel erfgoed in tijden van gewapend geweld veilig stellen en wat kan er gedaan worden voor een effectievere implementatie van de regels/maatregelen?
De conclusie kan eigenlijk al getrokken worden uit voorgaande stellingen. De conventie ís relevant en moet blijven bestaan, maar wel moet ze aangepast worden aan de huidige tijd. Hardere maatregelen zijn noodzakelijk om de effectiviteit van het verdrag te waarborgen. Conclusie: updaten en bijstellen van het verdrag binnen de huidige kaders.

Frits Brouwer en Esther van Duin, de twee kersverse jongerenvertegenwoordigers naar UNESCO, hebben vervolgens ’s middags de mening van de jongeren vertegenwoordigd bij de expert-rondetafelbijeenkomst. Eén ding werd daar in ieder geval glashelder: jongerenparticipatie heeft zin en draagt bij aan de discussie. Jongeren hebben zéker wat in te brengen, ook als het gaat om internationale verdragen, en verdienen het om betrokken te worden bij dit soort inhoudelijke discussies. De Nationale UNESCO Commissie en het Bureau hebben er zeer goed aan gedaan om dit project zo vorm te geven. Een mooi voorbeeld om te volgen!

Ilona Rozenboom