In Afghanistan leren we weinig van elkaar

Civiele organisaties die actief zijn in de wederopbouw van Afghanistan delen weinig kennis en leren weinig van elkaar. Dit is een van de conclusies die naar voren komt uit het onderzoek dat de Nationale UNESCO Commissie uitvoerde naar ‘lessons learned’ bij de wederopbouw van Afghanistan.

Het onderzoek spitst zich toe op de UNESCO-werkterreinen cultuur, onderwijs en media, en is onderdeel van een breder overleg over de strategie van UNESCO in post-conflict en post-disaster situaties (PCPD). Met dit onderzoek wil de Nationale UNESCO Commissie de discussie op gang brengen over het vastleggen en delen van ‘lessons learned’ bij wederopbouw in conflict- en post-conflict situaties.

Meisjes op school in Afghanistan.

In theorie zou iedere strategie voor ontwikkelingsinterventies in een complexe omgeving gebaseerd moeten zijn op een grondige analyse van eerdere ervaringen. Niet alleen die van de eigen organisatie, maar ook die van anderen. Wat werkt, en wat werkt niet? Welke valkuilen moet je vermijden, en welke succesvolle strategieën kun je overnemen? In de praktijk blijkt echter dat veel internationale organisaties en NGO’s onvoldoende zijn uitgerust om ‘geleerde lessen’ te analyseren, te borgen in de organisatie en uit te wisselen met anderen. De nadruk ligt op doen, niet op leren. Dat is een gemiste kans. Door krachten te bundelen en ervaringen uit te wisselen kunnen internationale organisaties zoals UNESCO, maar ook overheden en NGO’s, een effectievere strategie opzetten en vermijden dat het wiel telkens weer opnieuw wordt uitgevonden.

Een tweede conclusie uit het rapport gaat over de invloed die de aanwezigheid van militaire troepen heeft op wederopbouw in Afghanistan. In deze militaire context moeten wederopbouwprojecten niet alleen voldoen aan de behoefte van de locale bevolking, maar ook aan die van het thuisfront. De politieke wens van het thuisfront is om op korte termijn positieve en zichtbare resultaten te genereren. Hiervoor worden grote hoeveelheden geld beschikbaar gesteld; meer dan ter plaatse op een verantwoordelijke manier kan worden besteed. Dit gaat ten koste van de kwaliteit, en werkt corruptie en slechte coördinatie tussen donoren in de hand.

Niet alle sectoren profiteren van de ruime beschikbaarheid van ontwikkelingsgeld. Slechts een klein deel komt ten goede aan de UNESCO-sectoren onderwijs, cultuur en media.  Van de totale Nederlandse bijdrage aan de wederopbouw van Afghanistan tussen 2002 en 2010, werd maar 2% besteed aan deze drie sectoren samen. Dat is een gemis. Wederopbouwprojecten in deze sectoren hebben een brede uitstraling, en kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan normalisatie na een conflict en de totstandkoming van vrede. Kinderen van verschillende culturele achtergronden ontmoeten elkaar in het klaslokaal. Televisie en radioprogramma’s leren op neutrale wijze bevolkingsgroepen over elkaars gebruiken en levenswijze. Cultuur en culturele verschillen liggen vaak aan de wortel van een conflict. En zo zijn culturele projecten ook onmisbaar bij de oplossing van dat conflict.

De Nationale UNESCO Commissie wil de rol die cultuur, onderwijs en media spelen bij vredesbouw in conflict en post-conflict situaties meer zichtbaar maken, en het belang van interventies in deze sectoren onder de aandacht brengen van de Nederlandse overheid.

U kunt het rapport Culture, Education and Media Projects in Afghanistan: What lessons can be learned hier downloaden.

Darul Aman Palace (Foto: CC / Bruce MacRae)

Diverse internationale verdragen dragen bij tot de bescherming van cultuur: De Haagse 1954 Conventie helpt cultureel erfgoed te beschermen in geval van een gewapend conflict. De Conventie uit 1970 draagt bij aan de bestrijding van illegale handel in cultuurgoederen en stimuleert teruggave van ontvreemde culturele objecten.

Uitkomsten

Lees op unesco.org meer over de hulp van UNESCO aan Mali. U vindt hier ook de mogelijkheid om te doneren.

Meer berichten