Opinie
De Pont de la Concorde (Foto: CC/Flickr.com | jurgen.proschinger)
Opinie
Over deze foto
De Pont de la Concorde in Parijs. (Foto: CC/Flickr.com | jurgen.proschinger)

Leiderschap

Leiderschap

Leiderschap

In haar column schrijft Andrée van Es over een bezoek aan Parijs. “Het gevoel van vrijheid op de brug was natuurlijk misleidend, de werkelijkheid in Parijs is grimmiger”.

Ik stond op een zaterdagmiddag in februari in Parijs op de brug over de Seine tussen het Place de la Concorde en de Assemblée Nationale. De brug was afgesloten voor verkeer. Het gaf een gevoel van vrijheid: waar normaal het verkeer raast, heerste nu ruimte voor voetgangers.

Aan de rechterkant was de brug onverbiddelijk afgesloten door gewapende politiemensen. Erachter lag Concorde er verlaten bij, op politiebusjes met zwaailichten na. “Les gilets jaunes”, de gele hesjes, hadden gedreigd de Assemblée Nationale, het Franse parlement, te bestormen.

Taxichauffeurs, metromedewerkers, winkeliers, de obers in cafés en restaurants, ze haalden hun schouders op en verzuchtten dat het nu al drie maanden duurde. ‘s Avonds werd het nieuws beheerst door de antisemitische scheldpartij waar de filosoof Alain Finkielkraut op getrakteerd werd door één van de demonstrerende gele hesjes. Het gevoel van vrijheid op de brug was natuurlijk misleidend, de werkelijkheid in Parijs is grimmiger.

De vraag is of de ‘grote Fransen’ van vandaag wel genoeg hun best doen voor hen.

We voeren over de Seine langs de Eiffeltoren, blingbling in de invallende duisternis. We waren in het Panthéon, met de graven van de grote Fransen, onder wie Voltaire, Rousseau, Marie Curie. In de metro komt de hele wereld samen. Een vrouw die onverstoorbaar een boek leest, ouders die hun jonge kinderen manen op tijd in- of uit te stappen, toeristen, oude mensen, lawaaiige jongens. Iedereen doet zijn best er wat van te maken in de wereldstad. De vraag is of de ‘grote Fransen’ van vandaag wel genoeg hun best doen voor hen.

Ik heb altijd een hekel gehad aan de manier waarop het begrip ‘leiderschap’ een marketingterm voor dure managementopleidingen is geworden. Ongewild kruipt het woord toch in mijn hoofd. Wie komt voor hen op, voor de miljoenen mensen die onzeker zijn over hun bestaan en vooral dat van hun kinderen? Wie komt op tegen het cynisme van ondoorgrondelijke politieke keuzes? Wie neemt nog het woord ‘saamhorigheid’ in de mond zonder zich te verontschuldigen?

Het is vijftig jaar na de ‘Summer of love’. Sentimenteel mag het zijn, maar kan die geest weer een beetje uit de fles?