Hoe inclusief is ons onderwijs voor Aziatische studenten?

Hoe inclusief is ons onderwijs voor Aziatische studenten?

De campagne #StopAsianHate was voor de Unesco Jongerencommissie het startsein om te kijken in hoeverre studenten op Nederlandse onderwijsinstellingen de mate van inclusie en daarmee kwaliteit van onderwijs ervaren.

Als jongerencommissie gingen we in gesprek met studenten die een Aziatisch uiterlijk hebben over hun ervaringen gedurende hun onderwijsperiode. Daarnaast vroegen we aan deze studenten om handvatten waarmee het Nederlandse onderwijssysteem inclusiever kan worden gemaakt. 

Eerst geven we een beschrijving van hun ervaringen in het onderwijs, waarna we enkele aanbevelingen voor inclusiever onderwijs uitlichten.

Inclusief

Hoe inclusief is dat Nederlandse onderwijs eigenlijk? Een aantal studenten biedt een kijkje in hun schooltijd. ‘Het begon eigenlijk al op de basisschool. Joey, Amy en Wen Xin delen allemaal verhalen over hoe het lied Hanky Panky Shanghai hen confronteerde met het feit dat ze er anders uitzagen - en dat de andere studenten hen ook als anders zagen. Dat kwam ook terug in andere ervaringen: ‘Ik kreeg in mijn basisschooltijd vaak de vraag ‘of ik Chinees en geadopteerd was’’, vertelt Amy. ‘Dit voelde erg ongemakkelijk omdat dit niet de eerste vraag was die andere klasgenoten kregen’.

Over de middelbare school delen de studenten heftige verhalen. Rosie werd echt gepest: ‘Ik ben op school wel uitgescholden voor ‘kankerchinees’, klasgenoten hebben wel eens geroepen dat ik ‘terug naar mijn eigen land moest’ of ‘je hoort hier niet’’. Ze werd zelfs bespuugd, en bedreigd: ‘Een klasgenoot heeft zelfs ooit gezegd dat ik een ‘sushirol was die ze in stukken zouden snijden.’ Rosie noemt dat ze soms werd behandeld als een exotisch stuk fruit. ‘Docenten veronderstelden dat ik vanwege mijn Aziatische uiterlijk alles wist over de Chinese cultuur omdat ik daarvandaan kom’. De andere studenten deelden in deze ervaringen. 
    
Hoger onderwijs wordt door de studenten als inclusiever ervaren, wat door hen toegeschreven wordt aan het feit dat het een diverse omgeving is. Echter, in het sociale leven rondom de Hogeschool of Universiteit is dit soms anders. Rosie vertelt: ‘Iemand heeft bijvoorbeeld ooit gevraagd of mijn vagina ook horizontaal was net zoals mijn ogen’. Ook Amy ervoer soms stereotypering: ‘Tijdens een spelletje Scribble met medestudenten aan de Universiteit van Amsterdam’, ‘werden een ander meisje en ik geraden met het woord ‘buitenlander’. Dit voelde wel gek want ik ben in Nederland geboren en mijn ouders zijn Nederlands-Japans van oorsprong’.

SDG's

Unesco zet zich in voor de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. SDG 4 is de ‘verzekering van gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs’. Uit de gedeelde ervaringen blijkt dat het Nederlandse onderwijs hier nog een slag in moet maken. Studenten met een Aziatisch uiterlijk hebben niet altijd het gevoel ‘erbij te horen’. Het gevoel van inclusie ontbreekt soms. Daarom hebben we, als Unesco Jongerencommissie, onze geïnterviewden ook gevraagd om aanbevelingen op het gebied van (i) individueel gedrag, (ii) gedrag van docenten, (iii) aanpak van scholen en (iv) maatschappelijk niveau. Deze aanbevelingen worden gepresenteerd aan de Nederlandse Unesco Commissie.

De Nederlandse onderwijssector heeft dus nog een aantal grote stappen te maken op het gebied van SDG 4. Het probleem is misschien groter. Het is bijvoorbeeld onduidelijk of de ervaringen vergelijkbaar zijn op mbo-instellingen. Als jongerencommissie hopen we bij te dragen aan de bewustwording en de mogelijkheden die er zijn om het onderwijs inclusiever te maken, zodat de onderwijskwaliteit verbetert.
Dit artikel is geschreven door Mere Wolfensberger en Marguérite van der Spek.

Loading...