Afscheidsinterview
Jan van den Akker opent het Unesco-debat 2018 over Wereldburgerschap. (Foto: Jan Sluijter)
Afscheidsinterview
Over deze foto
Jan van den Akker opent het Unesco-debat 2018 over Wereldburgerschap. (Foto: Jan Sluijter)

Jan van den Akker: ‘Kloof overbruggen tussen droom en daad’

Jan van den Akker: ‘Kloof overbruggen tussen droom en daad’

Jan van den Akker: ‘Kloof overbruggen tussen droom en daad’

In een afscheidsinterview kijkt Jan van den Akker terug op acht jaar lidmaatschap van de Unesco Commissie.

Rondom het binnenterras in de stationshal van Utrecht Centraal klinkt flink wat rumoer. Van omroepberichten over vertraagde treinen tot gesprekken van reizigers, op weg naar hun bestemming. Jan van den Akker laat zich er geen seconde door afleiden. Hij praat als een waterval over wat hem drijft: onderwijs, en dan vooral de kwaliteit ervan.

In zijn eerste jaar bij de Commissie ging Jan mee naar de Algemene Vergadering van Unesco in Parijs. Daar drong het mondiale karakter van de organisatie zich aan hem op. Jan: ‘Bijeenkomsten met duizenden mensen in de zaal en een paar honderd tolken langs de wand. Dat heeft iets vervreemdends en indrukwekkends tegelijk, want op de een of andere manier slaagt Unesco erin mensen uit de hele wereld bijeen te brengen om te praten over gezamenlijke doelen. Ik zie het als een geweldige compromissenmachine waar je soms tot ijle abstractieniveaus moet komen om iedereen mee te krijgen. En op een gegeven moment ligt er dan toch een resolutie.’

De kracht van symboliek

Twee termijnen als Commissielid verder kan Jan naar eigen zeggen Unesco nog altijd moeilijk doorgronden, maar heeft hij er wel meer kijk op. Het internationale aspect spreekt hem het meest aan, mede omdat hij voor zijn werk geregeld naar ontwikkelingslanden reisde: ‘Daar zie je de thema’s waar Unesco zich mee bezighoudt overal.’

Ook dichter bij huis komt hij de Unesco-doelen tegen. Jan is voorzitter van de Raad van Toezicht van het Utrechtse Grafisch Lyceum. Bij de bespreking van de jaarrekening adviseerde de accountant de school duidelijk te maken hoe ze bijdraagt aan de Sustainable Development Goals. Jan: ‘Ik was stomverbaasd. Het jaarverslag van een mbo-school lijkt mijlenver verwijderd van Unesco. Naderhand bedacht ik hoe bijzonder het is dat Unesco als baken fungeert waar zo veel uiteenlopende partijen graag naar verwijzen. Hoewel ik van nature vrij nuchter ben, zie ik tegenwoordig meer de waarde van symboliek. Misschien schuilt daarin wel de kracht van Unesco.’

Wat leren kinderen?

Bureaucratie en politisering belemmeren de daadkracht van Unesco. Toch vindt Jan het zinvol dat er zo’n club bestaat: ‘Mondiaal gezien geniet Unesco breed respect. Dat geeft de organisatie gezag, omdat ze dingen zegt waar “we” het op deze wereld met z’n allen over eens zijn.’

‘Education for all’ is zo’n gedeeld doel. Jan onderschrijft dat volledig, wel mag het van hem meer gaan over de kwaliteit van onderwijs: ‘Nog te vaak zitten kinderen jaren op school, maar steken ze door gebrek aan deugdelijke programma’s, lesmaterialen en goed opgeleide docenten nauwelijks iets op. Daar ligt een uitdaging voor Unesco.’ Samen met Marieke Brugman, adviseur Onderwijs en Cultuur bij het bureau, en een SLO-collega schreef Jan het boekje ‘Adressing the quality challenge’, bedoeld om juist dat kwaliteitsaspect meer op de voorgrond van de internationale onderwijsdiscussie te plaatsen. Tijdens het World Education Forum in Incheon (Zuid-Korea) gaf hij een voordracht over kwaliteitsdenken in het onderwijs.

Dromen waarmaken

Een belangrijke verdienste van Jan in de Commissie is zijn inzet voor het Unesco-scholennetwerk. Hij lette erop dat het netwerk groeide – op basis van kwaliteit. Als het aan hem ligt gaat die groei gestaag door en komt er meer variatie: ‘Het accent ligt sterk op het voortgezet onderwijs, er zit weinig basis- en beroepsonderwijs in het netwerk. Ook geografisch is meer spreiding wenselijk. De meeste Unesco-scholen vind je in de Randstad.’

Op internationaal niveau onderhield Jan intensief contact met het International Bureau of Education, een Unesco-onderwijsinstituut, en de OECD. De OECD richtte zich jarenlang op meten en vergelijken van leerprestaties. Langzamerhand ziet hij daar meer aandacht komen voor de ‘voorkant’ van onderwijs, oftewel aandacht voor de na te streven doelen. Zo wordt in het project ‘Education 2030’ geprobeerd op mondiale schaal principes te formuleren voor kwaliteitsrijk onderwijs. Jan schreef papers en ging naar bijeenkomsten in Parijs om die discussie handen en voeten te geven. ‘Mijn insteek is pragmatisch’, benadrukt hij. ‘Je wilt onderwijs zo ontwerpen dat er van je dromen werkelijk iets terechtkomt. Leerlingen gaan dat pas merken als het curriculum ook bij hun leraren verandert. Noem het de kloof overbruggen tussen droom en daad. Kinderen groeien op in een gemondialiseerde samenleving en tegelijk in een lokale omgeving. Ik hoop dat Unesco kan bijdragen aan de wisselwerking tussen de lokale, nationale en wereldwijde invalshoek. Zoveel thema’s van vandaag kun je alleen internationaal benaderen, kijk naar klimaatverandering. Het mooie is dat Unesco wordt gezien als onverdachte, neutrale bron, dat maakt haar boodschap geloofwaardig.’

Jan van den Akker was hoogleraar Onderwijskunde aan de Universiteit Twente en directeur van onderwijskenniscentrum SLO (nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling). Voor internationale onderwijsprojecten deed hij advieswerk in onder meer Afrika en Azië. Jan was van 2011-2019 lid van de Nederlandse Unesco Commissie.