Jaarverslag Nederlandse Unesco Commissie 2016

Jaarverslag 2016

‘Duurzame ontwikkeling is de overtuiging dat de verdere ontplooiing van de mensheid niet kan plaatsvinden zonder een vitale aarde.

Een duurzame toekomst voor iedereen gaat over menselijke waardigheid, sociale inclusie en bescherming van het milieu. Een toekomst waarin economische groei niet leidt tot toenemende ongelijkheid, maar tot welvaart voor alle mensen.’

Irina Bokova, directeur-generaal van Unesco

Voorwoord

Mens én aarde: voor minder doen we het niet. Unesco, in 1945 opgericht als vredesproject, is nooit teruggeschrokken voor wereldomspannende doelstellingen. In ons deel van de wereld kennen mensen de organisatie vooral van het cultureel erfgoed, nog nauwkeuriger, van de Werelderfgoedlijst. Bij tijd en wijle gaan er dan ook stemmen op om ons daartoe te beperken: cultuur en cultureel erfgoed. Bij het doornemen van het jaarverslag van de Nederlandse Unesco Commissie over 2016 drong zich bij ons de gedachte op: wat zou je veel kinderen met het badwater weggooien, als je dat deed.

Meer dan ooit hebben we bij onze activiteiten getracht onderlinge verbindingen te maken tussen de vier pijlers en de bijbehorende gedachtenwereld van Unesco: onderwijs, wetenschap, cultuur en communicatie & informatie. Tussen erfgoed en technologische ontwikkelingen, tussen wetenschap en mensenrechten, tussen onderwijs en culturele diversiteit. Daarmee legden we ook verbindingen tussen werelden die elkaar nauwelijks kenden. Zoals tijdens de even boeiende als verontrustende conferentie over erfgoed en terrorisme in het Rijksmuseum. Die verbindingen vindt u terug in dit jaarverslag.

Mens en aarde staan ook centraal in de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties, in het spraakgebruik inmiddels SDG’s geheten. Zeventien doelen, opvolgers van de VN-millenniumdoelstellingen uit 2000. Die SDG’s hebben we omarmd, met een online masterclass van onze Unesco-hoogleraren en ook met activiteiten in ons scholennetwerk. Neem als voorbeeld ontwikkelingsdoel nummer 4: Ensure inclusive and quality education for all and promote lifelong learning. Wie die tekst, in zijn beknoptheid, tot zich laat doordringen ervaart de grootsheid van de opdracht. Het is een over de hele wereld door velen gedeelde ambitie. Mens én aarde.

De commissie probeert de wereldomspannende doelstellingen van de VN en van Unesco om te zetten naar concrete, zichtbare activiteiten in ons land. Met als nieuwste loot aan de stam het Unesco-debat in september.

Wij werkten ook in 2016 met veel inzet en plezier. Dat was mede mogelijk dankzij een groot aantal samenwerkingspartners. Hen willen wij van harte bedanken.

 

 

Het grote interview - Corinne Hofman & Peter-Paul Verbeek

Corinne Hofman is hoogleraar archeologie van het Caribische gebied en decaan van de faculteit Archeologie aan de Universiteit van Leiden. Zij is tevens lid van de Nederlandse Unesco Commissie. Peter-Paul Verbeek is hoogleraar filosofie van mens en technologie aan de Universiteit Twente. Sinds 2016 is hij lid van Comest, een adviesraad van Unesco.

Het heeft wat voeten in de aarde om twee drukbezette wetenschappers bijeen te brengen voor een dubbelinterview. Na het nodige heen en weer bellen ontmoeten archeoloog Corinne Hofman en techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek elkaar uiteindelijk bij de faculteit Archeologie van de Universiteit Leiden – via Skype.

Over tijd gesproken: het vakgebied van archeoloog Corinne Hofman richt zich op het verleden en wat dat betekent voor het heden. Dat van techniekfilosoof Peter-Paul Verbeek gaat over de ethiek van technische ontwikkelingen en hoe die de mens van vandaag en morgen beïnvloeden. Wat kunnen zij aan elkaar hebben? Veel, denkt Hofman: ‘Ik kan jouw verhaal verdiepen, Peter-Paul, met hoe mensen door de eeuwen heen met technologie omgingen.’ Verbeek grijpt geregeld terug op het verleden om te verhelderen hoe vroegere ontwikkelingen de hedendaagse beïnvloeden: ‘Wat jou en mij verbindt zijn “de dingen”; oftewel voorwerpen, gebouwen, noem maar op. Objecten van vroeger vertellen iets over wat mensen ooit maakten en over hoe we nu onze maatschappij vormgeven. We willen beiden de invloed van de materiële cultuur op mens en maatschappij begrijpen.’

‘Dat zeg je wel heel filosofisch’, reageert Hofman lachend. Verbeek heeft een voorbeeld paraat; hij begeleidde promotieonderzoek naar het ontwerp van beerputten in de Middeleeuwen: ‘Daaruit kun je veel opmaken over hoe mensen toen leefden.’ Hofman onderzoekt huizenbouw in het Caribisch gebied, een regio waar geregeld orkanen, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen voorkomen. De woningen van vroeger waren daar beter tegen bestand dan wat tegenwoordig voor de armere bevolking wordt gebouwd: ‘Met die kennis zou bijvoorbeeld de wederopbouw van Haïti na de recente natuurrampen te verbeteren zijn.’

Terug naar de kern

Beide wetenschappers zetten zich in voor Unesco, beiden kennen de kritiek op de organisatie over politisering. Hofman, lid van de Nederlandse Unesco Commissie: ‘Unesco is opgericht in een tijd met andere maatschappelijke omstandigheden. De organisatie kan een rol blijven vervullen als ze teruggaat naar waar ze in de kern voor staat.’ Ze beseft dat er een spanningsveld bestaat met wat lidstaten willen. Op het niveau van bijvoorbeeld de Werelderfgoedlijst wordt veel bepaald door grote politieke mogendheden. Hofman: ‘Een nationale commissie kan enigszins uit dat politieke vaarwater blijven en haar eigen koers bepalen, anders was ik nooit lid geworden.’

Verbeek trad in 2016 toe tot Comest, een Unesco-adviesraad die zich richt op ethische vragen rond technologie, klimaatverandering, ramppreventie en biodiversiteit. De commissieleden zijn onafhankelijke experts; hij ervaart geen politieke inmenging: ‘Bij mijn eerste bijeenkomst trof me dat je met de hele wereld aan tafel zit. Als voormalig voorzitter van de internationale vereniging van techniekfilosofen meende ik de belangrijkste spelers te kennen, maar bij Comest ontmoette ik diverse mensen die nieuw voor me waren. Het deed me beseffen hoe beperkt mijn perspectief was, hoe Angelsaksisch. We spraken onder andere over de invloed van robots op de samenleving. Deelnemers uit Azië en Afrika keken daar vanuit een totaal andere culturele context naar.’

Wetenschap onder de loep

Zowel de archeologie als de filosofie proberen te doorgronden hoe de wereld in elkaar zat en zit. Nieuwe technologische ontwikkelen dwingen ons bijvoorbeeld na te denken over wat vriendschappen betekenen en wat sociale relaties zijn. Verbeek en Hofman delen dus in zekere zin een ambitie. Wetenschap is ook maar een mening, lees je tegenwoordig vaak. In hoeverre trekken ze zich daar iets van aan? Verbeek: ‘Wetenschappers vormen in de ogen van een groeiend aantal mensen een elite die te veel macht heeft. Ergens vind ik het wel gezond: als onderzoekers niet willen ingaan op dergelijke kritiek is dat een arrogantie die je ook onwetenschappelijk kunt noemen. In discussieprogramma’s op televisie, ik zag er laatst een over vaccinaties, krijgen activisten meestal evenveel spreektijd als wetenschappers. Wetenschappers beklagen zich daar weleens over, terwijl activisten zich soms ook beroepen op wetenschappelijk onderzoek. Ik zie het als emancipatie van “het volk”. Wetenschappers moeten beter leren omgaan met kritische vragen uit de maatschappij.’

‘We willen beiden de invloed van de materiële cultuur op mens en maatschappij begrijpen.’

Door zich sterker te verbinden met de samenleving kan de wetenschap betere onderzoeksvragen stellen en zijn uitkomsten beter toepasbaar, vindt Hofman. Veel onderzoek wordt betaald met gemeenschapsgeld, ze kan zich voorstellen dat mensen willen weten
wat ze daarvoor terugkrijgen: ‘Die verantwoordelijkheid moeten wetenschappers nemen.’ Precies, beaamt Verbeek: Wetenschapscommunicatie gaat nog te vaak over in simpele taal uitleggen wat voor geweldigs je hebt ontdekt in plaats van anderen een kijkje onder de motorkap te gunnen en uit te leggen hoe je tot die resultaten komt.’

Duurzame toekomst

Als we het toch hebben over het nut van de wetenschap: hoe kan ze bijdragen aan duurzame ontwikkeling? Hofman ziet genoeg aanknopingspunten. Ze onderzoekt bijvoorbeeld resten van medicinale planten op oude wrijf- en maalstenen en vergelijkt die met het hedendaagse gebruik van planten: ‘Zo bouw je relevante kennis op over oude tradities die nog altijd van nut zijn en relatief eenvoudig toepasbaar.’ Verbeek legt de lijn naar duurzaamheid in de interactie tussen mens en technologie. Door inzicht te krijgen in die interactie wordt wetenschap maatschappelijk relevant. ‘Je kunt wel producten ontwerpen die zo min mogelijk vervuilend zijn’, stelt hij, ‘maar we leven in een tijd waarin mensen bruikbare spullen weggooien omdat ze erop uitgekeken raken. Je kunt duurzaamheid ook definiëren als “blijvendheid” en bevorderen dat mensen waarde hechten aan spullen. Denk aan een modulair opgebouwd mobieltje waarvan je onderdelen gemakkelijk kunt vervangen.’ 

‘Ik doe het liefst veldwerk omdat ik dan mijn vak en de maatschappij verbind.’

Wat betekent duurzaamheid vertaald naar erfgoed? Het digitaal vastleggen van objecten en erfgoedsites gebeurt al veel. Verbeek wijst enthousiast op de mogelijkheden van 3D-brillen: ‘Als je nu virtueel zou kunnen lopen op de historische plekken die IS heeft vernield…’ Er ontstaat ook erfgoed in de digitale wereld. Kinderen van vandaag zijn digital natives – internet hoort bij hun wereld en levert vluchtige, maar waardevolle dingen op. Het is goed om je af te vragen hoe we de digitale wereld zo kunnen vormgeven dat we delen daarvan als cultureel erfgoed kunnen behouden, vindt hij. Hofman knikt: ‘Maar de vraag is of de digitale wereld alles kan vervangen. Ergens maak je naar mijn idee een te vlugge stap, alsof je zegt: wat er ook gebeurt, het maakt niet uit want we hebben het digitaal. Daar moet je voor oppassen.’ ‘Helemaal mee eens’, beaamt Verbeek, ‘het gaat me om het toegankelijk maken van erfgoed.’ Tijdens haar veldwerk ervaart Hofman hoe sterk erfgoed bijdraagt aan samenhang in een maatschappij: ‘Niet voor niets wordt het bij conflicten vaak opzettelijk beschadigd om tegenstanders te raken. Palmyra leert ons hoe snel erfgoed kan verdwijnen.’ 

Actief tegen klimaatverandering

Gewapende conflicten vormen niet de enige bedreiging. Klimaatverandering kan minstens zo verwoestend zijn. Hofman ziet in het Caribisch gebied door natuurrampen en de stijging van de zeespiegel natuurlijk en cultureel erfgoed verloren gaan. In die
regio komen steeds vaker orkanen voor: ‘Mede door menselijk ingrijpen verandert het klimaat op aarde en verergeren natuurrampen, je vraagt af waar het eindigt.’ Ze komt terug op de eerder besproken relevantie van wetenschap: ‘Dit is waarom je de bevolking en de politiek bij je onderzoek moet betrekken, anders kun je nooit de vertaling maken naar hun belangen en zullen ze zich er niet mee verbinden.’

‘Hoe ontwikkelen we technologie die meer rekening houdt met de natuurlijke omgeving’

De mens heeft volgens Verbeek een mentale afstand gecreëerd tussen zijn handelen in het heden en de gevolgen daarvan voor de toekomst. Zelfs nu de signalen steeds duidelijker worden, gebeurt nog te weinig om actief opwarming van de aarde tegen te gaan. Klimaatverandering noemt hij bij uitstek een Unesco- en ook een VN-probleem: ‘We kunnen alleen gezamenlijk tot oplossingen komen. Dus: hoe leer je kinderen deze problemen te zien? Hoe ontwikkelen we technologie die meer rekening houdt met de natuurlijke omgeving? Hoe kun je als wetenschapper een populistisch standpunt weerleggen? Niet door te beweren dat andersdenkenden dom zijn, eerder door aansluiting te zoeken. Op dat vlak kan Unesco iets betekenen, juist omdat daar zo veel mensen uit alle werelddelen en vakgebieden samenkomen.’ ‘Daar doelde ik eerder op’, vult Hofman aan. ‘Via Unesco vinden mensen elkaar over de grenzen van cultuurverschillen heen voor een gedeeld maatschappelijk ideaal.’

Wereldbeeld

Hofman werkt gemiddeld vier maanden per jaar in de Cariben. Andere culturen verrijken haar, merkt ze: ‘Ik zit bij wijze van spreken aan tafel met een analfabeet en een koning, en ik kan met beiden mijn wetenschap delen. Ik doe het liefst veldwerk omdat ik dan mijn vak en de maatschappij verbind.’ Verbeek reist aanmerkelijk minder, voor zijn onderzoek volstaan drie stappen naar de boekenkast. Maar hij is wel veel op pad om lezingen te geven en conferenties bij te wonen: ‘Voor mij is het meditatief om in een vliegtuig boven de aardbol te hangen. Dat geeft een prettige fysieke en geestelijke afstand waardoor je denkt: wat is nou echt belangrijk?’

‘Ik heb nog wel een vraag aan je’, besluit Hofman. ‘Je zegt dat je je tussen techniek en maatschappij begeeft, maar hoe dicht sta jij bij de gewone man?’ Verbeek geeft veel interviews en werkt mee aan een science-café: ‘Daar komen allerlei mensen op af, niet alleen hoogopgeleiden. Hoe doe jij dat?’ Hofman onderzoekt momenteel de eerste contacten tussen de Indiaanse bewoners van de Cariben en de Europeanen en Afrikaanse slaven: ‘In de schoolboeken daar begint de geschiedenis met de komst van Columbus. Ik onderzoek nederzettingen en materialen uit de periode daarvóór. Er is nog veel, maar het is niet opgegraven en het krijgt geen aandacht.’ Hofman praat met lokale bewoners. Ze nodigt hen uit bij opgravingen, sommigen werken mee: ‘Dan merk ik dat ze, beter dan onze studenten, begrijpen wat we zoeken. Die antwoorden zoeken zij ook: mensen willen weten hoe hun voorvaders reageerden op de kolonisatie. Hebben ze zich verzet en waarom is de westerse cultuur zo dominant geworden? Het interessante is dat je door die uitwisseling respect voor elkaar krijgt en daar draait het om, zowel in jouw als in mijn verhaal.’

Unesco

Sinds haar oprichting heeft Unesco, de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap, cultuur en communicatie & informatie, bijgedragen aan stabiliteit en vrede in de wereld. Langdurige vrede moet zijn oorsprong vinden in ‘de intellectuele en morele solidariteit van de mensheid’, volgens de constitutie van de organisatie. Unesco’s inspanningen voor vrede lopen daarom via de lijnen van kennisopbouw en -uitwisseling, interculturele dialoog, duurzame ontwikkeling, mondiaal burgerschap en gedeelde verantwoordelijkheid.

De uitvoering van dit mandaat staat echter onder druk. Dat komt doordat het vertrouwen in internationale samenwerking afneemt, solidariteit minder vanzelfsprekend wordt en de financiering van de organisatie problematisch blijft. Lidstaten willen vrijwillige donaties aan Unesco-projecten die los staan van de verplichte contributie vaker uitsluitend inzetten voor specifieke doelen – en zo meer hun eigen belangen dienen. Landen stellen ook steeds hogere eisen aan transparantie en meetbare resultaten. Dat laatste is een gevolg van deels terechte kritiek op de bureaucratie van de organisatie. Aan de andere kant kan Unesco hierdoor moeilijker op eigen initiatief projecten organiseren en financieren. De Nederlandse Unesco Commissie maakt zich zorgen over deze ontwikkeling en agendeert deze in haar netwerk.

SDG's

Voor de periode tot 2030 hanteert de VN een mondiale ontwikkelingsagenda met zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s). Unesco heeft deze SDG’s in 2016 breed in haar programma’s verankerd. Uitgangspunt is het besef dat de mensheid zich niet verder kan ontplooien zonder een vitale aarde. De gevolgen van klimaatverandering dringen zich steeds duidelijker op en duurzame ontwikkeling krijgt daarom de hoogste prioriteit. De organisatie draagt bij aan de realisatie van ten minste acht SDG’s. Voor het behalen van SDG4, kwaliteitsonderwijs voor iedereen, is Unesco wereldwijd coördinator.

Europese Unesco Commissies

Het netwerk van Europese Unesco Commissies kwam in februari bijeen in Krakow, Polen.

De Nederlandse commissie presenteerde daar haar ervaring rond erfgoed in conflictsituaties en modereerde een sessie over wat Unesco kan betekenen op het gebied van migratie. Er waren vertegenwoordigers uit 32 Europese landen aanwezig. Tijdens de netwerkbijeenkomst kregen open educational resources en geoparken veel aandacht.

De website van de Europese Unesco Commissies fungeert steeds beter als discussieforum en als platform voor de onderlinge uitwisseling van informatie en best practises.

Nederlands Caribisch gebied

In het Nederlands Caribisch gebied hebben Aruba, Curaçao en Sint Maarten een eigen Nationale Unesco Commissie. De bijzondere Nederlandse gemeentes Bonaire, Saba en Sint Eustatius vallen voor de Unesco-thema’s onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse commissie. De commissie heeft voorbereidingen getroffen om in 2017 een rondreis langs de eilanden te maken.

In Curaçao vond de laatste gezamenlijke training plaats van het Unesco-capaciteitsopbouwprogramma over immaterieel erfgoed voor Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten en Suriname.

De commissie onderzocht met vertegenwoordigers van Aruba en Curaçao de mogelijkheden om samen te werken bij de organisatie van een vervolgtraining van de ‘First Aid Course for Heritage in Times of Crisis’ voor de Cariben. De focus van deze training zou moeten liggen op de bescherming van erfgoed bij een natuurramp. Ook werkte de commissie mee aan een haalbaarheidsonderzoek naar het verkrijgen van de werelderfgoedstatus voor het Bonaire Marine Park.

Nederlandse Unesco Commissie

In 2016 trad Charlotte Huygens aan als lid van de commissie. Zij is gespecialiseerd in Arabische kunstgeschiedenis en heeft veel ervaring met internationale culturele noodhulp. Huygens is tentoonstellingsmaker en publiceert over de islamitische wereld. Haar onderwerpkeuze varieert van cultureel erfgoed en klassieke kunst tot hedendaags design. Verder is Huygens lid van de Raad van Toezicht van zowel de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten als het Koninklijk Conservatorium. Dankzij haar komst is de commissie met elf leden weer op volle sterkte.

De commissie is verheugd samen te kunnen werken met de twee nieuwe Unesco-liaisons die de ministeries van OCW en Buitenlandse Zaken hebben aangesteld, respectievelijk Dorine van Norren en Nélida Moll.

Diverse activiteiten van de commissie haalden in 2016 de media. Ze kwamen aan bod in een interview op NPO Radio 1 met commissievoorzitter Andrée van Es en in artikelen in landelijke en regionale dagbladen, opiniebladen en vaktijdschriften. Commissieleden, de algemeen secretaris en bureaumedewerkers gaven door het jaar heen lezingen. Ze namen ook deel aan
debatten en verzorgden gastlessen.

Het bezoek aan de website van de commissie (unesco.nl) en aan unescoscholen.nl steeg in 2016 tot bijna 150.000 respectievelijk 8.000 sessies. Ook het aantal volgers op sociale netwerken - Twitter, Facebook en YouTube – groeide gestaag. De website
unesco.nl onderging diverse aanpassingen om de gebruikservaring te verbeteren. Op de site verschenen zo’n 100 nieuwe berichten, opiniestukken en achtergrondartikelen. Grote delen van de dossiers zijn geactualiseerd. Het populairste deel van de website blijft vooralsnog de kaart met alle werelderfgoederen van Unesco.

Samenstelling Nederlandse Unesco Commissie

Commissieleden

Andrée van Es
voorzitter; voormalig wethouder in Amsterdam, voormalig Directeur-Generaal Bestuur en Koninkrijksrelaties bij het ministerie van Binnenlandse Zaken

John Marks
vicevoorzitter; internationaal adviseur wetenschaps- en onderzoekbeleid

Jan van den Akker
voormalig directeur van het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling (SLO)

Rietje van Dam-Mieras
lid Topconsortium voor Kennis- en Innovatie Biobased Economy

Dirk van Delft
directeur Museum Boerhaave, Leiden

Yvonne Donders
hoogleraar Internationale Mensenrechten en Culturele Diversiteit, Universiteit van Amsterdam

Corinne Hofman
hoogleraar Archeologie van hetCaribisch gebied, Universiteit Leiden 

Charlotte Huygens (vanaf mei 2016)
expert Arabische kunstgeschiedenis, tentoonstellingsmaker en publicist over de islamitische wereld

Fouad Laroui
schrijver en universitair docent ‘Epistemologie’ en ‘Franse letterkunde’, Universiteit van Amsterdam

Katrien Termeer
hoogleraar Bestuurskunde, Universiteit Wageningen

Erik-Jan Zürcher
hoogleraar Turkse talen en culturen, Universiteit Leiden

 

Algemeen Secretaris

Marielies Schelhaas
hoofd bureau

 

Adviserende leden

Karin Dekker
hoofd Mondiale Zaken, Directie Internationaal Beleid, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Esther van Duin (tot juni 2016)
VN jongerenvertegenwoordiger naar Unesco

Mary Kachavos
VN jongerenvertegenwoordiger naar Unesco

Murielle van der Meer (vanaf juni 2016)
VN jongerenvertegenwoordiger naar Unesco

Lionel Veer
ambassadeur, permanent vertegenwoordiger van het Koninkrijk der Nederlanden bij Unesco

 

Bureaumedewerkers

Marike Bontenbal
beleidscoördinator wetenschap

Marieke Brugman
beleidscoördinator onderwijs en cultuur

Martijn van Eck
communicatieadviseur

Cornelieke de Klerk
Beleidscoördinator onderwijs en cultuur (interim)

Guggi Schaeffer von Wienwald
office manager

Koosje Spitz
beleidscoördinator cultuur en erfgoed in gevaar

Vincent Wintermans
beleidscoördinator communicatie & informatie

Onderwijs

In vervolg op de millenniumdoelstellingen stelden de Verenigde Naties in 2015 nieuwe doelen vast voor internationale ontwikkeling. Deze Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen – oftewel Sustainable Development Goals, kortweg SDG’s – hebben het jaar 2030 als horizon.

Als onderdeel van de VN is Unesco medeverantwoordelijk voor het behalen van de SDG’s. Met haar brede mandaat speelt de organisatie een rol bij de verwezenlijking van alle doelen. Unesco coördineert bovendien wereldwijd activiteiten rond de vierde duurzame doelstelling: kwaliteitsonderwijs voor iedereen. Over de hele wereld zijn meer dan 10.000 scholen lid van het Unesco-scholennetwerk. In 2016 liet Unesco een evaluatie van dit netwerk uitvoeren. De uitkomsten benadrukten de belangrijke rol die de deelnemende scholen kunnen vervullen bij het verwezenlijken van de SDG’s. Deze doelen vormen dan ook de rode draad in de onderwijsactiviteiten van de commissie. Kwaliteit van onderwijs, duurzame ontwikkeling en interculturele dialoog staan daarbij centraal.

In 2016 werkte de commissie in de themagroep Onderwijs samen met de volgende experts:

Jan van den Akker, Nederlandse Unesco Commissie (voorzitter) ∎ Willemijn Balk, Nuffic ∎ Jan Berkvens, SLO ∎ Marieke Brugman, Nederlandse Unesco Commissie, bureau ∎ Ron Dekker, Carolus Clusius College (tot juli 2016) ∎ Dirk van Delft, Nederlandse Unesco Commssie ∎ Herman van Holt, Sardes ∎ Mary Kachavos, NJR jongerenvertegenwoordiger ∎ Joke van der Leeuw, Euroclio ∎ Murielle van der Meer, NJR jongerenvertegenwoordiger ∎ Stephan Meershoek, Nuffic ∎ Wim van Nispen, Hofstad Lyceum (vanaf juli 2016) ∎ Anja Plugge, Haagse Hogeschool ∎ Marielies Schelhaas, Nederlandse Unesco Commissie, algemeen secretaris ∎ Jos Rikers, Open Universiteit.

Interview Marjolein Maarleveld: Unesco-basisschool: klein beginnen

Marjolein Maarleveld is intern begeleider van de Juliana Daltonschool in Bussum. In schooljaar 2016-2017 doorliep de school de oriëntatiefase om Unesco-school te worden.

Op de Juliana Daltonschool in Bussum werken ze met passie aan hun onderwijsfilosofie en -praktijk. Vijf jaar geleden kregen ze het predicaat ‘excellent’. Volgend jaar hopen ze definitief Unesco-school te worden.

‘We hebben hier een populaire traditie: aan het eind van de basisschool stuurt de juf van groep 8 haar leerlingen letterlijk de wijde wereld in. Met een schop onder hun billen. Dwars door een haag van medescholieren. Hoe mooi zou het zijn als we deze kinderen dan de bagage hebben meegegeven waarmee ze zich betrokken voelen bij die wereld? Alleen cognitieve vaardigheden zijn daarvoor niet genoeg.’ Intern begeleider Marjolein Maarleveld zet gloedvol uiteen waarom de Juliana Daltonschool Unesco-school wil worden: ‘Basisschoolkinderen staan nog zó open, zijn zó sociaal. Wie in deze fase het gedachtengoed en de waarden van Unesco overbrengt, geeft ze ‘het pakketje’ al mee. Voordat ze als pubers vooral met zichzelf bezig zijn.’

Geluk doorgeven

De Juliana Daltonschool huist met 230 leerlingen in een monumentaal pand uit de jaren twintig. Bij de ingang staat een levensgrote vaas met bloemen. Dat ze van plastic zijn doet niets af aan de welkome uitstraling. Aan de muur hangen grote vellen papier met woorden als ‘toekomstdromen’ en ‘positief denken’. Het is onderdeel van een lesprogramma waarbij de leerlingen hun eigen ‘geluk’ doorgeven aan anderen, het afgelopen jaar aan ouderen in een zorgcentrum. Dit soort activiteiten vinden we belangrijk, vertelt Maarleveld: ‘Als Daltonschool zijn we al intensief bezig met waarden die Unesco ook uitdraagt, waaronder verantwoordelijkheid nemen en samenwerken. We leren de leerlingen bijvoorbeeld dat het waardevol is om ook met kinderen te kunnen samenwerken die ze minder aardig vinden.’ Vooralsnog gaat de school aan de slag met drie Unesco-thema’s die deels al in hun onderwijsactiviteiten zijn ingebed: vrede en mensenrechten, duurzame ontwikkeling en wereldburgerschap. Het thema ‘intercultureel leren’ pakt de school in een latere fase op. ‘We hopen daarvoor ideeën op te doen als we met de Unesco-scholen bij elkaar komen.’

Kinderen die zelfvertrouwen hebben, hebben een positiever beeld van zichzelf en van de wereld om hen heen.

De gedachte erachter is simpel: kinderen die zelfvertrouwen hebben, hebben een positiever beeld van zichzelf en van de wereld om hen heen. De lessen maken kinderen bewust van de kracht van positieve gedachten, maar ook dat zij keuzes hebben en zelf invloed kunnen uitoefenen op hun geluk. Daardoor zijn ze uiteindelijk in staat om ook dit eigen geluk door te geven aan anderen. De Gelukskoffer geeft kinderen letterlijk en figuurlijk positieve bagage mee in een eigen koffer. Ter afsluiting van de lessen geven de kinderen hun geluk door aan anderen. Samen met de groep en de leerkracht bedenken ze hoe en aan wie.

Empathie

Om Unesco-school te kunnen worden moest de Juliana Daltonschool een eerste werkplan schrijven en daarin bij elke Unesco-activiteit aangeven wat ze ermee willen bereiken. Maarleveld: ‘Nieuwe plannen zijn een afvalvrije school, moestuinen en
een leerlingenraad. Bij de laatste leren de kinderen bijvoorbeeld luisteren en ‘reageren met argumenten’. En het doel van onze themaweek Fair Trade is het stimuleren van empathie en gevoel voor sociale gerechtigheid.’ Na het oriëntatiejaar en een evaluatie maakt de school een definitief werkplan. Dit gaat naar het hoofdkwartier van Unesco in Parijs en moet in het
Engels worden aangeleverd. Voor Maarleveld een kans om ouders erbij te betrekken: ‘Ik weet zeker dat er iemand bereid is het plan goed te vertalen.’

Elk kind kan meedoen

Naast het uitdragen van de Unesco-waarden verwacht Maarleveld dat de activiteiten een positieve bijdrage zullen leveren aan persoonlijke problemen die kinderen kunnen hebben. Als intern begeleider is het haar rol om leerlingen daarbij te helpen. ‘Neem kinderen met gedragsproblemen, kinderen die cognitief zwak of heel sterk zijn of die sociaal niet mee kunnen komen. Een hyperactief kind kan in een moestuin helemaal tot zijn recht komen. Een leerling die zwak is in rekenen kan prima bijdragen aan de Internationale Dag van de Rechten van het Kind. En het hoogbegaafde kind? Laat hem of haar voor de afvalvrije school uitpluizen hoeveel extra elektriciteit we verbruiken als we de lichten aanlaten in de pauze. Zo kunnen we elk kind laten groeien en bloeien. Goed voor hun zelfvertrouwen, goed voor de wereld.’

Unesco-scholennetwerk

De groei van het Unesco-scholennetwerk in Nederland zette ook in 2016 door. De commissie verwelkomde zes nieuwe oriëntatiescholen: één basisschool en vijf middelbare scholen. De belangstelling uit het primair onderwijs neemt toe. In 2017 verwacht de commissie nog vijf basisscholen aan het netwerk te kunnen toevoegen. Vier scholen verruilden de oriëntatiestatus voor de officiële Unesco-status. Het totale aantal Unesco-scholen komt hiermee op 41.

Tijdens de Internationale Dag van de Leraar op 5 oktober verzorgde de commissie de Nederlandse lancering van het ‘Global Education Monitoring Report’ (GEMR), een Unesco-rapport dat ieder jaar de staat van het onderwijs in de wereld belicht. De lancering vond plaats tijdens de Unesco-scholendag, waardoor de scholen concreet inzicht kregen in de onderwijsdoelen van Unesco en wat wereldwijd nodig is om die te bereiken. Het bracht diverse scholen ertoe de SDG’s actief een plaats te geven in hun onderwijs, juist ook omdat deze goed aansluiten op de Unesco-thema’s: vrede & mensenrechten, wereldburgerschap, intercultureel leren en duurzame ontwikkeling.

Advies

De commissie deelde de ervaringen uit het scholennetwerk op diverse momenten in de discussie over de toekomst van het onderwijs in Nederland. Zowel voor het platform Ons Onderwijs 2032 als voor het advies van de Onderwijsraad over internationalisering in het onderwijs. Kern van het advies van de commissie is dat de vaardigheden die horen bij de pijlers van Jacques Delors (learning to do, learning to be, learning to know, learning to live together) essentieel zijn om leerlingen voor te bereiden op hun rol in de maatschappij. Delors introduceerde de pijlers in 1996 in zijn rol als voorzitter van de internationale Unesco-commissie voor onderwijs in de 21ste eeuw. Juist Unesco-scholen richten zich bewust op het aanleren van dit soort vaardigheden bij leerlingen, en op de hierboven genoemde vier Unesco-thema’s.

Tijdens Munesco, een Unesco-simulatie voor scholieren, debatteerden leerlingen van zeventien Nederlandse en Vlaamse scholen over onderwijs en migratiestromen. Het Hofstad Lyceum en de Haagse Hogeschool verzorgden de ontvangst. De leerlingen konden zich via een online module inhoudelijk en procedureel voorbereiden op de debatten. De gedachte achter Munesco is dat leerlingen kunnen kennismaken met debatteren en met de soms complexe politieke verhoudingen die kunnen spelen in een mondiale organisatie. 

Binnen het scholennetwerk neemt het belang van lokale samenwerkingen toe. Zo organiseerden de Hogeschool Rotterdam en basisschool Cosmicus uit dezelfde stad samen een wereldmarkt voor ouders en leerlingen, en speelde de hogeschool een rol in een project rond immaterieel erfgoed bij de Rotterdamse West-Kruiskade. Ook in andere steden nemen Unesco-scholen het initiatief om samen te werken en partners te zoeken binnen de gemeente of de regio. Vanuit die basis richten zij vervolgens de blik naar buiten, bijvoorbeeld door partnerscholen in andere landen te zoeken.

Patronage

In Amsterdam deden twee Unesco-scholen mee aan het project ‘Voices of tolerance’, een initiatief van Museum Ons’ Lieve Heer op Solder om Vmbo-leerlingen onder leiding van rolmodellen te laten spreken over tolerantie en respect. Het evenement vond plaats op de Internationale dag van de Tolerantie, en viel onder patronage van de commissie.

 

De commissie verleende ook patronage aan het project ‘The mobile educator’. Dit initiatief van de Universiteit Leiden biedt Syrische vluchtelingen met een onderwijsachtergrond een korte introductie in het Nederlandse onderwijs, met speciale aandacht voor de rol van ict. Bijzonder aan de training is dat deze is gemaakt voor en door docenten. Commissievoorzitter Andrée van Es reikte in november de certificaten uit aan de eerste en tweede groep deelnemers. In totaal volgden bijna veertig mensen de training.

Nederlandse Unesco-scholen in 2016

Basisonderwijs

Basisschool Cosmicus, Rotterdam ∎ De Vrije Ruimte, Den Haag (ook Voortgezet Onderwijs) ∎ J.P. Coenschool, Amsterdam (oriëntatieschool 2016-2017)

Voortgezet onderwijs

Arentheem College, locatie Titus Brandsma, Velp ∎ Baarnsch Lyceum (oriëntatieschool 2016-2017) ∎ Berlage Lyceum, Amsterdam ∎ Bernard Nieuwentijt College, Monnickendam ∎ Bonhoeffer College, Enschede (oriëntatieschool 2016-2017) ∎ Carolus Clusius College, Zwolle ∎ Christelijk College Nassau Veluwe, Harderwijk ∎ Christelijk Gymnasium Utrecht ∎ CSG Winsum ∎ Dongemond College, Raamsdonksveer ∎ Erfgooierscollege, Huizen ∎ Grotius College, Delft (oriëntatieschool 2016-2017) ∎ Gymnasium Felisenum, Velsen-Zuid ∎ Hofstad Lyceum, Den Haag ∎ Jac. P. Thijsse College, Castricum (oriëntatieschool (2016-2017) ∎ Lorentz Lyceum, Arnhem ∎ Lyceum Kralingen, Rotterdam ∎ Lyceum Schravenlant, Schiedam (oriëntatieschool 2016-2017) ∎ Maaswaal College, Wijchen ∎ Metis Montessori Lyceum, Amsterdam ∎ Oostvaarderscollege, Almere ∎ Porta Mosana College, Maastricht ∎ Sancta Maria, Haarlem ∎ Sint Bonifatiuscollege, Utrecht ∎ Tabor College, locatie Werenfridus, Hoorn ∎ Willem de Zwijger College, Bussum 

Beroepsonderwijs

AOC Oost, Twello (V)MBO ∎ Groenhorst College, Almere (V)MBO ∎ Groenhorst College, Barneveld (V)MBO ∎ ROC A12, Ede ∎ ROC De Leijgraaf, Veghel ∎ ROC Midden-Nederland, Utrecht ∎ ROC Mondriaan, Den Haag ∎ Koning Willem I College, Den Bosch ∎ Haagse Hogeschool, Academy for public management, safety and law ∎ Hogeschool Leiden ∎ Hogeschool Rotterdam

Wetenschap

Binnen Unesco vallen de wetenschappen van oudsher onder twee domeinen: natural en social sciences. De mondiale ontwikkelingsagenda 2030 en de daarbij behorende Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) vormen een kapstok om deze domeinen te verbinden. Anders gezegd, om mens én aarde – het thema van dit jaarverslag – meer geïntegreerd te benaderen. De Nationale Unesco Commissie juicht deze ontwikkeling van harte toe.

In 2016 werkte de commissie onder meer aan het bevorderen van wetenschap op het gebied van duurzame ontwikkeling (Unesco-leerstoelen, geoparken), en aan het ondersteunen van een ethisch verantwoord wetenschapsbeleid dat alle mensen toegang biedt tot kennis en informatie (Unesco 1974 aanbeveling).

Interview met Anja Oskamp: Laatbloeiers in het hoger onderwijs

Anja Oskamp is rector magnificus van de Open Universiteit. In 2016 werkte de OU samen met de Nederlandse Unesco Commissie aan een masterclass over de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Verder heeft de OU als enige Nederlandse universiteit twee Unesco-leerstoelen.

Voor het interview spreken we af bij Anja Oskamp thuis. Daar werkt ze één dag per week omdat het haar een treinreis scheelt van Den Bosch naar Heerlen, waar de Open Universiteit is gevestigd. Veel van de vijftienduizend studenten aan de onderwijsinstelling leren ook op afstand.

De studentenpopulatie van de Open Universiteit bestaat uit volwassenen die naast hun werk bijleren of nooit eerder hoger onderwijs volgden. Een treffend voorbeeld vindt Oskamp de vrouw die als tiener te horen kreeg dat ze nog geen middenstandsdiploma kon halen: ‘Bij ons rondde ze halverwege de dertig – na vier jaar studeren in combinatie met een baan – een bachelor in psychologie af.’ Daarin zit het verschil met andere universiteiten: de OU hanteert als enige toelatingseis dat studenten achttien jaar of ouder zijn. 


Blijven bijleren

Afstandsonderwijs en deeltijdstuderen tekenen het karakter van de OU. In de eerste jaren van haar bestaan verliep de communicatie tussen docenten en studenten via de post. Met de opkomst van internet kon het onderwijs steeds verder worden gedigitaliseerd. Zowel het studeren als het academische debat en samenwerkingsbijeenkomsten vinden tegenwoordig grotendeels online plaats. Oskamp: ‘We doen veel onderzoek naar hoe wij onderwijzen en naar onze studenten. Het maakt uit of je lesgeeft aan iemand met levenservaring of aan iemand die net van de middelbare school komt. Onze studenten zijn intrinsiek gemotiveerd. Dat vraagt om andere didactiek. Studenten die zich via de OU verdiepen in de wetenschappelijke achtergronden van hun werk weten welke vragen in hun vakgebied leven. We streven dan ook naar kennisuitwisseling tussen studenten en docenten. In het ideale geval is de dialoog tussen hen gelijkwaardiger dan bij andere universiteiten. Dat is natuurlijk niet altijd zo, maar het gebeurt zeker.’

Het huidige onderwijs is naar Oskamps mening te sterk gericht op jonge mensen. Degenen die nu de arbeidsmarkt op komen, gaan daar bijna vijftig jaar deel van uitmaken. ‘In een maatschappij waarin ontwikkelingen snel gaan, voortdurend banen verdwijnen en nieuwe beroepen ontstaan, moet je blijven bijleren, daar wordt veel te weinig voor geregeld. Het moet normaler worden dat je tijdens je loopbaan regelmatig kennis “bijtankt”. Dat zie ik als mijn uitdaging.’

Onderwijs van goede kwaliteit

In 2016 werkten de OU en de Nederlandse Unesco Commissie samen aan een masterclass met zes sessies over de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Dat gebeurde in overleg met de Nederlandse Unesco-leerstoelhouders. Volgens
Oskamp maken de sessies op een speelse manier ingewikkelde onderwerpen begrijpelijk. En vrij toegankelijk – iedereen kan ze gratis online bekijken: ‘We gebruiken masterclasses zelf ook in ons onderwijs omdat ze laagdrempelig zijn. Het mooie aan deze serie vind ik dat hij wetenschappelijke en maatschappelijke thema’s verbindt.’ 

De OU heeft al langer een Unesco-leerstoel over duurzaamheid en leren. In 2016 is daar een tweede Unesco-leerstoel bijgekomen over Open Education. Oskamp ziet hierin voordelen voor beide organisaties: ‘Unesco vergroot haar wereldwijde netwerk van hoogleraren en wij krijgen daar toegang toe.’ De leerstoel levert geen financiële ondersteuning op. Het gaat om het uitdragen van een waarde waar Unesco en de OU beide voor staan: toegang tot (hoger) onderwijs voor iedereen. Maar Oskamp legt de lat hoog: ‘Het moet daadwerkelijk onderwijs zijn, daar gelden kwaliteitscriteria voor. Als je je richt op studenten uit verschillende landen moet het lesmateriaal passen in de cultuur van de ontvangers zodat zij wat ze leren kunnen toetsen aan hun dagelijkse omgeving.’

‘Het moet normaler worden dat je tijdens je loopbaan regelmatig kennis bijtankt.’

Selectie aan de poort

Oskamp werkte eerder als hoogleraar en decaan aan een andere universiteit. Wat haar aanspreekt in de functie van rector is dat ze mensen de kans kan geven om hun talenten te ontplooien: ‘Daarmee bedoel ik zowel het wetenschappelijk personeel als studenten. Onderwijs moet zijn ingericht op een manier dat studenten er zo goed mogelijk gebruik van kunnen maken. Zeker de bijzondere populatie van onze universiteit; een derde van onze studenten haalde bij een eerdere studie niet de graad waarvoor ze studeerden of mist überhaupt een startkwalificatie. Tegelijkertijd neemt het aantal aanmeldingen op campusuniversiteiten toe en selecteren steeds meer instellingen aan de poort. Bovendien stoppen veel jongeren om uiteenlopende redenen met hun studie, bij ons krijgen ze later een herkansing. Ik heb zelf veel plezier beleefd aan studeren, en daarna aan lesgeven en onderzoeken, dat plezier gun ik anderen ook.’

Vrouwen in de wetenschap

Jaarlijks kent het Nederlandse L’Oréal-Unesco ‘For women in science’-programma twee beurzen toe aan excellente vrouwelijke wetenschappers. In 2016 wonnen Carlijn Kamphuis en Maeike Zijlmans deze beurs ter waarde van € 25.000. Ze kunnen zich daarmee een periode wijden aan hun wetenschappelijk onderzoek, bij het prestigieuze Netherlands Institute for Advanced Study (NIAS) in Amsterdam.

 

 

‘For women in science’-programma

Jury

Rietje van Dam-Mieras, Nederlandse Unesco Commissie (voorzitter) ∎ Annelien Bredenoord, Universitair Medisch Centrum Utrecht ∎ Ellen van Donk, NIOO-KNAW ∎ Paul Emmelkamp, NIAS-KNAW ∎ Marie-José Goumans, Leids Universitair Medisch Centrum ∎ Ana Lee, L’Oréal ∎ Wim van Saarloos, Universiteit Leiden, KNAW

Organisatie

Marike Bontenbal, Nederlandse Unesco Commissie, bureau ∎ Nick den Hollander, NIAS-KNAW ∎ Coco-Chloë Aarts, L’Oréal ∎ Inge Kaaijk-Wijdogen, L’Oréal ∎ Fernie Maas, Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren ∎ Lidwien Poorthuis, Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren

Unesco-leerstoelen en -masterclass

Een Unesco-leerstoelhouder (chairholder) is een hoogleraar aan een Nederlandse universiteit of een lector aan een hogeschool die een bijzondere Unescoleerstoel heeft en deel uitmaakt van het wereldwijde Unesco chair-netwerk. De werkvelden van de Nederlandse leerstoelen raken diverse Unesco-thema’s en SDG’s, zoals onderwijs, duurzame ontwikkeling, mensenrechten, en toegang tot kennis, informatie en besluitvorming.

In 2016 kreeg Fontys Hogeschool ICT als eerste Nederlandse hbo-onderwijsinstelling een Unesco-leerstoel. Dr. Robert Schuwer is voor deze leerstoel in open educational resources als lector benoemd. Hij verricht praktijkgericht onderzoek naar de adoptie van open leermaterialen en andere vormen van open onderwijs door docenten. Het totale aantal Nederlandse leerstoelen komt met deze toekenning op vijf.

De commissie organiseerde, in samenwerking met de Nederlandse leerstoelhouders en de Open Universiteit, een gratis online masterclass getiteld ‘Unesco en de Sustainable Development Goals: een kennismaking met beleid en praktijk’. In de afleveringen van de masterclass die in 2016 beschikbaar kwamen, verzorgden vier Nederlandse leerstoelhouders een module waarin ze de verbinding legden tussen de SDG’s, het werkterrein van Unesco en het onderzoeksgebied van hun leerstoel. De Nationale Unesco Commissie verzorgde de inleidende sessie. Het open access karakter van de masterclass onderstreept het pleidooi van Unesco voor vrije en duurzame toegang tot informatie en kennis. Politicoloog en psycholoog Anouschka Laheij presenteerde de serie. De modules zijn te zien op het youtube-kanaal van de commissie.

Unesco-leerstoelen in Nederland

Unesco Chair in Human Rights and Peace, Maastricht University, prof. Fons Coomans (2007) ∎ Unesco Chair in Knowledge Transfer for Sustainable Development supported by ICTs, Open Universiteit, prof. Paquita Pérez Salgado (2009) ∎ Unesco Chair in Social Learning and Sustainable Development, Wageningen University, prof. Arjen Wals (2010) ∎ Unesco Chair in Sustainability and Governance, Tilburg University, prof. Roel in ‘t Veld (2013) ∎ Unesco Chair in Open Educational Resources, Fontys Hogeschool ICT, dr. Robert Schuwer (2016).

Geoparken

In Unesco-geoparken worden geologisch erfgoed en landschappen van internationale allure op een integrale manier beheerd. Behoud van de bijzondere waarden, educatie over het gebied en duurzame ontwikkeling staan daarbij centraal. De geologische geschiedenis, cultuurhistorie, hedendaagse cultuur en de natuur bepalen tezamen de identiteit van een gebied. Om dit verhaal zichtbaar te maken zijn burgerinitiatieven en lokaal draagvlak onmisbaar.

Sinds begin 2016 is het Nederlands Forum Unesco Global Geoparks in functie. Dit forum, een initiatief van de Unesco Commissie, heeft als doel de Nederlandse bijdrage aan het internationale programma voor geoparken te coördineren. Het forum beoordeelt nieuwe aanvragen op haalbaarheid en brengt daarover onafhankelijk advies uit aan de commissie. Verder verstrekt het algemene informatie over het programma en de aanvraagprocedure.

In het forum zijn verschillende organisaties vertegenwoordigd: de Geologische Dienst Nederland, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, NBTC Holland Marketing, de Nederlandse Unesco Global Geoparken (op dit moment De Hondsrug), evenals een aantal onafhankelijke deskundigen. De eerste informatiebijeenkomst van het forum trok meer dan vijftig deelnemers.

In een aantal gebieden in Nederland loopt momenteel onderzoek naar mogelijkheden om de status van geopark aan te vragen. Dat gebeurt onder meer in de Heuvelrug en de Gooi- en Vechtstreek (beide in Utrecht/Noord-Holland), de Vlaams-Nederlandse Delta (in het grensgebied Brabantse Wal/Zeeland/Vlaanderen), de HollandDelta (Nederlands rivierengebied) en de Peelrandbreuk (Zuidoost-Brabant).

Nederlands Unesco Geoparkforum

Harry van Zon, Onafhankelijke deskundige (voorzitter) ∎ Marike Bontenbal, Nederlandse Unesco Commissie, bureau (secretaris) ∎ Hugo Bouter, onafhankelijk deskundige, bestuurslid VVFG ∎ Dré van Marrewijk, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ∎ Michiel van der Meulen, Geologische dienst Nederland ∎ Roel van Raaij, Ministerie van Economische Zaken ∎ Peter Ros, RVO ∎ Gretha Roelfs, Provincie Drenthe / Geopark de Hondsrug ∎ Theo Spek, onafhankelijke deskundige, hoogleraar Landschapsgeschiedenis ∎ Angélique Vermeulen, NBTC Holland Marketing ∎ Robert Missotten, Vlaamse Unesco Commissie (agendalid) ∎ Henk Weerts, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (agendalid)

Unesco-status

De Hondsrug is vooralsnog het enige Unesco Global Geopark in Nederland. De Waddenzee is het enige Unesco Biosfeergebied in ons land.

Nederland telt twee instituten met een Unesco-status: het Unesco-IHE Institute for Water Education (Categorie I) en het International Groundwater Resources Assessment Centre (IGRAC) (Categorie II). Beide zijn gevestigd in Delft.

Herziening Unesco-aanbeveling wetenschap

Unesco stelde in 1974 een aanbeveling op die is bedoeld als internationale standaard voor wetenschapsbeleid. Lidstaten en wetenschappelijke organisaties kunnen dit instrument gebruiken om ethische en regulerende beleidskaders op te stellen en te handhaven op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie. Maar veertig jaar en tal van fundamentele veranderingen in de maatschappij en de wetenschap verder is de aanbeveling sterk verouderd.

Om bij te dragen aan vernieuwing van dit instrument organiseerde de commissie een consultatiebijeenkomst met het Nederlandse wetenschapsveld. Vertegenwoordigers van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), de vereniging van Nederlandse universiteiten (VSNU), de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), het Rathenau Instituut, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij Unesco, adviseerden de aanbeveling volledig opnieuw op te bouwen. Het huidige mondiale wetenschappelijke systeem moet daarbij volgens hen het uitgangspunt vormen. Alleen dan kan de aanbeveling werkelijk recht doen aan de veranderingen in de wetenschap die voortvloeien uit digitalisering, mondialisering, de gewijzigde financieringsstructuur, emancipatie van vrouwen en minderheden, en actuele ethische vraagstukken. In de nieuwe aanbeveling moeten wetenschappelijke integriteit en onafhankelijkheid veel aandacht krijgen, net als het delen van onderzoeksdata en het open access publiceren van onderzoeksresultaten.

Cultuur

Cultuur is bepalend voor wie we zijn. Ze vormt mede onze identiteit en beïnvloedt onze keuzes. Omdat de mens richting geeft aan de duurzame ontwikkeling van de aarde zijn cultuur en culturele diversiteit medebepalend voor de richting en uitkomsten van dit proces. Dat is terug te zien in de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (SDG’s) waarvan vele een duidelijke culturele component hebben.

Denk aan de doelen over kwaliteitsonderwijs, milieubescherming, duurzame steden, economische groei, duurzame consumptie en productie, de inclusieve samenleving, gendergelijkheid en voedselzekerheid. Unesco zet zich wereldwijd in voor erkenning van
deze fundamentele rol van cultuur. De internationale Unesco-cultuurverdragen zijn hierbij het belangrijkste instrument.

De Nederlandse Unesco Commissie houdt toezicht op de uitvoering van de cultuurverdragen die ons land heeft ondertekend. Dat zijn er momenteel vijf, te weten het Werelderfgoedverdrag, het Immaterieel Erfgoedverdrag, het Haags Verdrag, het Verdrag tegen Illegale Handel in Cultuurgoederen en het Verdrag ter Bescherming en Bevordering van de Diversiteit van Cultuuruitingen. In 2016 maakte de regering bekend ook de enige nog niet ondertekende cultuurconventie van Unesco op termijn te willen ratificeren. Dat verdrag is de 2001 Conventie ter Bescherming van Cultureel Erfgoed Onder Water. 

Op het gebied van cultuur en erfgoed werkte de commissie in 2016 in de gelijknamige themagroep samen met de volgende experts: 

Andrée van Es, Nederlandse Unesco Commissie (voorzitter) ∎ Lucky Belder, Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht, Universiteit Utrecht ∎ Daan van Dartel, Museum van Wereldculturen (tot oktober 2016) ∎ Yvonne Donders, Universiteit van Amsterdam ∎ Sabine Gimbrère, Gemeente Amsterdam ∎ Robèrt Gooren, Koninklijke Nederlandse Landmacht ∎ Corinne Hofman, Nederlandse Unesco Commissie ∎ Charlotte Huygens, Nederlandse Unesco Commissie (vanaf mei 2016) ∎ Mary Kavachos, NJR Jongerenvertegenwoordiger ∎ Cornelieke de Klerk, Nuffic ∎ Riemer Knoop, Reinwardt Academie ∎ Susanne Legêne, Vrije Universiteit ∎ Muriëlle van der Meer, NJR Jongerenvertegenwoordiger ∎ Ana Pereira-Roders, TU Eindhoven ∎ Marielies Schelhaas, Nederlandse Unesco Commissie ∎ Steph Scholten, Universiteit van Amsterdam (tot mei 2016) ∎ Rieks Smeets, Unesco consultant ∎ Cas Smithuijsen, Radboud Universiteit ∎ Deborah Stolk, Prins Claus Fonds ∎ Marlous Willemsen, Imagine IC

Interview met Birgit Büchner: Van de zolder naar buiten

Birgit Büchner is directeur van Museum Ons’ Lieve Heer op Solder, een historische huiskerk in de binnenstad van Amsterdam. In 2016 organiseerde het museum het onderwijsproject ‘Voices of Tolerance’. De Nederlandse Unesco Commissie verleende patronage, leerlingen van twee Unesco-scholen deden mee.

Museum Ons’ Lieve Heer op Solder, een voormalige huiskerk, wil meer betekenen voor mensen in Amsterdam en omstreken. In 2016 gaf het museum aan zo’n vijfhonderd vmbo-leerlingen een stem over het thema vrijheid en tolerantie. Invloedrijke Amsterdammers kwamen naar hen luisteren.

Halverwege 2015 heropende Museum Ons’ Lieve Heer op Solder met een uitbreiding: een heel pand met enorme ramen die ruim zicht geven op de gracht en het oude monument. ‘Dit was nodig om het monument te ontlasten maar ons uitgangspunt was daarbij altijd: we richten onze blik naar buiten, letterlijk en figuurlijk,’ vertelt directeur Birgit Büchner. ‘Misschien kunnen we met ons erfgoed en programma zo een bijdrage leveren aan een vreedzamere samenleving.’ Maar hoe geef je kinderen waarden mee? En wat kunnen kunst en cultuur hieraan bijdragen? Op zoek naar antwoorden ontstond het project ‘Voices of Tolerance’, gericht op Vmbo-leerlingen, voor wie het educatieve aanbod op dit gebied mager is. Büchner: ‘Gezien het verhaal van de huiskerk lag de thematiek voor het oprapen: vrijheid en tolerantie.’ 

Rolmodellen

Het museum wilde pertinent niet onderwijzen in traditionele zin, vervolgt Büchner. ‘Jongeren van het Vmbo zijn eigenlijk de expert als het gaat om omgaan met verschillende achtergronden en tolerantie. Het leek ons daarom van belang hen op een creatieve manier te prikkelen om hier zelf over na te denken. En hun gedachten en gevoelens ook creatief te laten uiten.’ Ze benaderden drie workshopdocenten die leiding konden geven aan het proces op de scholen: een rapper, een ondernemer in de mode
en een stand-up comedian. ‘Het zijn rolmodellen, mensen die zich kunnen verbinden aan jongeren, weten waar het over gaat en er zelf ook iets over te zeggen hebben. Bijvoorbeeld Massih Hutak, hij is rapper, schrijver, oud-leraar maatschappijleer en heeft
als vluchteling zelf veel meegemaakt.’ 

‘Misschien kunnen we met ons erfgoed en programma zo een bijdrage leveren aan een vreedzamere samenleving.’

Elkaar vasthouden

Op 16 november 2016, de Internationale Dag van de Tolerantie, presenteerden ruim vijftig leerlingen hun creaties in de huiskerk. Via YouTube zijn de bijdragen nog te zien. De kinderen uitten vooral de behoefte ‘ergens bij te horen’. Een jongen rapte: Er is iets waar ik mij als Nederlander erg aan hinder / Mensen roepen zonder denken: minder, minder, minder / De leugens verteld op NOS en 1Vandaag, haatzaaiing, live vanuit Den Haag / Of ik bij dit land hoor, is voor mij een vraag. Anderen hielden het bij het dagelijks leven op school en straat: niet pesten, niet buitensluiten. Workshopdocent en stand-up comedian Anuar vroeg de leerlingen elkaars hand vast te houden: ‘Niet loslaten, tolerantie begint bij jou en mij’.

In de ochtend voerden de leerlingen kringgesprekken met burgemeester Eberhard van der Laan van Amsterdam, de woordvoerder van de Amsterdamse politie Ellie Lust en comedian Jandino Asporaat. Büchner: ‘Als je kinderen een stem geeft, moet je ook
naar ze luisteren. Het liefst door mensen die er ook iets mee kunnen doen. In het proefjaar 2015 sprak koningin Máxima tijdens onze heropening met leerlingen. Dat juist zij luisterde, maakte enorm veel indruk op hen.’

Sociale cohesie

‘De vraag aan culturele instellingen verandert natuurlijk met de tijdgeest,’ besluit Büchner. ‘Bovendien is niet alles voor elke plek geschikt. Focus je op hogere kunst? Of draag je bij aan burgerschapsdoelen? Om er maar twee te noemen. Ons’ Lieve Heer op Solder werkt nu aan een onderwijsmethode rond ‘Voices of Tolerance’, zodat andere erfgoedinstellingen het kunnen vertalen naar hun eigen situatie, met een eigen thema. En sinds kort overlegt Büchner met twee andere historische plekken in de Amsterdamse binnenstad: de Oude Kerk en de Waag. ‘In die driehoek denken we na over sociale cohesie in onze buurt en wat wij hierin kunnen betekenen.’ 

Werelderfgoed

In 2016 organiseerde de commissie het grote Unesco-debat ‘Werelderfgoed: schat of schietschijf?’ (zie de sectie Erfgoed in gevaar). Daarnaast was de organisatie op diverse terreinen rond werelderfgoed actief. Zo droeg ze bij aan de werelderfgoeddag die het tv-programma Klokhuis organiseerde in de Van Nellefabriek in Rotterdam en bemande ze voor de derde keer een stand over Nederlands werelderfgoed op de Vakantiebeurs. Dat laatste gebeurde samen met de Stichting Werelderfgoed Nederland, het Werelderfgoed Podium en de Nederlandse werelderfgoedsites. Tijdens de beurs werd een nieuwe app gelanceerd met informatie over de tien werelderfgoederen in het koninkrijk.


Samen met de Vlaamse Unesco Commissie, het Vlaamse agentschap Onroerend Erfgoed en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bereidde de commissie een meerdaagse training voor om beheerders en eigenaren van werelderfgoedlocaties meer kennis aan te bieden over het beheer van een site. Deze training vindt plaats in 2017. Enkele van de te behandelen vragen zijn: hoe kun je het verplichte beheerplan zo optimaal mogelijk gebruiken, waaraan voldoet een goede risicoanalyse en hoe ga je om met (lokale) bestuurders en soms tegengestelde belangen?

De veertigste sessie van het Werelderfgoedcomité vond plaats in Istanbul, Turkije. De vergadering werd vroegtijdig beëindigd vanwege de militaire coup in het gastland. De Nederlandse delegatie bleef, ondanks het geweld in de stad, ongedeerd. Het comité nam nog wel een besluit over nieuwe inschrijvingen op de Werelderfgoedlijst, maar schoof de overige onderwerpen van de agenda door naar een extra vergadering in Parijs, later in het jaar.

Het Institute for Digital Archaeology nodigde de commissie uit te spreken bij het World Heritage Strategy Forum aan de Universiteit van Harvard, Boston. Het onderwerp van de sessie was ‘Restore, rebuild, remember: technology and policy frameworks for heritage stewardship’. 

In Nederland

In 2016 stonden de volgende erfgoederen in het Koninkrijk der Nederlanden op de Werelderfgoedlijst van Unesco:

Schokland en omgeving (1995) ∎ Stelling van Amsterdam (1996) ∎ Historisch deel van Willemstad, binnenstad en haven, Curaçao (1997) ∎ Molencomplex Kinderdijk-Elshout (1997) ∎ Ir. D.F. Woudagemaal (1998) ∎ Droogmakerij de Beemster (1999) ∎ Rietveld Schröderhuis (2000) ∎ Waddenzee (2009) ∎ 17e eeuwse Grachtengordel van Amsterdam binnen de Singelgracht (2010) ∎ Van Nellefabriek (2014)

Op de Nederlandse voorlopige lijst van potentiële werelderfgoederen staan:

Bonaire Marine Park ∎ Eiland Saba ∎ Eise Eisinga Planetarium ∎ Koloniën van Weldadigheid ∎ Nieuwe Hollandse Waterlinie ∎ Plantagesysteem in West-Curaçao ∎ Romeinse Limes ∎ Sanatorium Zonnestraal

Erfgoed onder water

Ministers Jet Bussemaker (OCW) en Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) maakten in 2016 bekend dat Nederland het Unesco-verdrag voor de bescherming van cultureel erfgoed onder water wil ratificeren. Streefdatum voor de ratificatie is januari 2021. Omdat de overheid hiervoor wetgeving moet aanpassen en er zorgen leven over mogelijke interferentie met het VN-zeerechtverdrag, duurt het traject langer dan in eerste instantie gepland. De commissie gaat in samenwerking met het ministerie van OCW bijdragen aan een publiekscampagne om de bewustwording over cultureel erfgoed onder water te versterken.

Diversiteit van cultuuruitingen

De commissie ondersteunde het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) dat in 2016 de ‘Unesco International Week of Arts Education’ organiseerde in Nederland. Het thema voor de week was culturele diversiteit en vluchtelingen.

In diverse steden konden bezoekers lezingen en debatten bijwonen over culturele diversiteit en het recht om je in vrijheid kunstzinnig en creatief te mogen te ontwikkelen. Verder kregen lokale kunst- en cultuurinitiatieven van, met en voor vluchtelingen veel aandacht.

De commissie droeg in 2016 ook bij aan het onderzoek van het LKCA naar cultuureducatie en internationalisering op Unesco-scholen en Cultuurprofielscholen. Op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) bracht de commissie een advies uit over de toepasbaarheid van de Unesco-conventie ‘Diversiteit van Cultuuruitingen’ in het digitale domein.

Erfgoed in gevaar

Beelden van de verwoestingen in de Syrische stad Palmyra en de Irakese stad Nimrud gingen al eerder de wereld over. Toch bleek pas na de eerste heroveringen op terreurgroep IS hoe groot de schade aan het cultureel erfgoed daadwerkelijk was. Bij het produceren van dit jaarverslag waren in Palmyra af en toe nog gevechten gaande. Unesco heeft experts gevraagd de schade in kaart te brengen, maar zolang de veiligheidssituatie precair blijft kan geen begin worden gemaakt met het veiligstellen van erfgoed. Ook naar de ruïnestad Nimrud, een van de hoofdsteden uit het oude Assyrische rijk, werd een missie gestuurd. De stad blijkt zeer zwaar beschadigd. Onder andere de Ziggoerat, een tempeltorencomplex, is compleet vernietigd.

Een overtuigend succes in de strijd tegen vernietiging van cultureel erfgoed was de veroordeling van Ahmad Al-Faqi Al-Mahdi door het Internationaal Strafhof in Den Haag. Deze Malinese extremist kreeg negen jaar cel voor zijn aandeel in de opzettelijke verwoesting van negen mausolea en de geheime poort van de Sidi Yahia moskee in 2012, onderdeel van de Unesco werelderfgoedsite Timboektoe. Met het vonnis is een cruciale stap gezet om vernietiging van cultureel erfgoed te beschouwen als oorlogsmisdaad. Daarmee neemt de kans toe dat de daders hiervan worden bestraft. De Nederlandse Unesco Commissie ziet deze ontwikkeling als een aanmoediging om haar werk voor de bescherming en het herstel van erfgoed voort te zetten.

Samenwerking

Voor de bescherming van erfgoed werkt de Nederlandse Unesco Commissie samen met vele instellingen en experts. In 2016 in het bijzonder met:

Jaap van der Burg, Helicon Conservation Support ∎ Tom Compaijen, Gemeente Amsterdam ∎ Angela Dellebeke, Blue Shield / Nationaal Archief ∎ Robèrt Gooren, Koninklijke Nederlandse Landmacht ∎ Mara de Groot, Centre for Global Heritage and Development ∎ Marja van Heese Erfgoedinspectie ∎ Jan Hladík, Unesco ∎ Alexy Karenowska, Institute for Digital Archaeology ∎ Rohit Jigyasu, ICOMOS/ICORP ∎ Raymond de Jong, Rijksmuseum Amsterdam ∎ Wim Weijland, Rijksmuseum van Oudheden ∎ Renate van Leijen, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed ∎ Edwin Maes, Koninklijke Nederlandse Landmacht ∎ Ulrich Mans, Centre for Innovation, Universiteit Leiden ∎ Roger Michel, Institute for Digital Archaeology ∎ Sada Mire, Universiteit Leiden ∎ Flora van Regteren Altena, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ∎ Stephan Sanders ∎ Corien Sips, Ministerie van Buitenlandse Zaken ∎ Deborah Stolk, Prins Claus Fonds ∎ Aparna Tandon, ICCROM ∎ Wouter Veraart, Vrije Universiteit, Amsterdam ∎ Jeroen Vervliet, Vredespaleis Bibliotheek ∎ Biljana Volchevska, CIE / Centre for International Heritage Activities ∎ Corine Wegener, Smithsonian Institution ∎ Robert Wichink, Gemeente Amsterdam

Unesco-debat

In september vond in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden het eerste Nederlandse Unesco-debat plaats. Ongeveer tweehonderd mensen bezochten het evenement ‘Werelderfgoed: schat of schietschijf?’. Het debat draaide om de vraag of het toekennen van een internationale status aan een bepaalde plek of monument de kwetsbaarheid ervan vergroot. Maakt deze waardering en de daaruit voortvloeiende toenemende (media)aandacht het erfgoed niet ongewild doelwit voor extremisten?

Filosoof en publicist Stephan Sanders en archeoloog Sada Mire gaven ieder een lezing waarna ze onder leiding van commissievoorzitter Andrée van Es debatteerden met elkaar en met de zaal. Sanders duidde in zijn verhaal de idee achter de Werelderfgoedlijst: de openbaarheid zou het erfgoed extra beschermen. ‘Bij de oprichting van Unesco en later bij het opstellen van het Werelderfgoedverdrag werd echter geen rekening gehouden met de terugkeer van militante vormen van religie in zijn strikte, dogmatische, mensen- en beeldenvernietigende vorm’, aldus Sanders. 

Maar, stelde hij: ‘In werkelijkheid zijn deze beeldenstormers ook gewoon [...] machtswellustelingen. Er kan een religieuze vorm aan worden gegeven, maar het blijft toch eerst en vooral: machtswellust.’ Bescherming komt daarom volgens Sanders vooral neer op het inzetten van politiek: geopolitiek, diplomatie, gewone, alledaagse onderhandelingspolitiek, desnoods machtspolitiek. 

Mire noemde het doelbewust vernietigen van erfgoed een fenomeen van alle tijden. Maar voor haar gaat erfgoed niet alleen om stenen of archeologische opgravingen. ‘De waarde ervan zit juist ook in de tradities, gevoelens en interacties die een lokale gemeenschap rond en bij erfgoed ervaart. Helaas blijft deze immateriële kant onderbelicht bij Unesco wanneer ze de werelderfgoedstatus toekent.’ Mensen zijn volgens Mire goed in staat om zich te identificeren met de diversiteit in hun eigen geschiedenis. Dat een hedendaagse bevolking de verschillen tussen zichzelf en de eigen voorouders kan accepteren, ziet ze als aanknopingspunt om ook de diversiteit tussen mensen in de huidige tijd te leren aanvaarden. 

Beide sprekers waren het erover eens: de werelderfgoedstatus is een ‘schat’, maar toekenning moet met omzichtigheid gebeuren. Als erfgoed in een conflictgebied op de Werelderfgoedlijst terechtkomt, zou dat waarschijnlijk  desastreuse gevolgen hebben. Oorlog in het gebied maakt dat erfgoed alsnog tot ‘schietschijf’.

Voor en na het debat konden bezoekers de fototentoonstelling ‘Culture under Attack’ bekijken. In België waren de foto’s dit jaar op diverse plaatsen te zien. De Nederlandse ambassade in Algerije vertoont de tentoonstelling in 2017 op verschillende locaties in Algerije.

Europalezing door Irina Bokova

Irina Bokova sprak dit jaar de Europalezing uit in de Kloosterkerk in Den Haag. De directeur-generaal van Unesco onderstreepte dat opzettelijke vernietiging van cultureel erfgoed een oorlogsmisdaad is. Ze benoemde de vele bedreigingen in conflictgebieden en besprak strategieën en maatregelen om te reageren op culturele zuiveringen, verwoesting van culturele uitingen en de illegale handel in cultuurgoederen.

De grote vraag is wat VN-organisaties en ook Europese en andere internationale instanties kunnen doen om straffeloosheid van dergelijke misdrijven tegen te gaan. Voorzitter van het Internationaal Strafhof Silvia Fernández de Gurmendi en Sada Mire, archeoloog/onderzoeker aan de Universiteit Leiden, traden op als co-referent bij de lezing.

De Unesco Commissie vertoonde tijdens de door haar aangeboden receptie de fototentoonstelling ‘Culture under Attack’.

First Aid Course

De training ‘First Aid to Cultural Heritage in Times of Crisis’ die de Nederlandse Unesco Commissie in 2015 in Amsterdam organiseerde, kreeg in 2016 een vervolg. Samenwerkingspartners ICCROM en het Smithsonian Institution organiseerden dezelfde training in Washington. De Nederlandse commissie was hierbij zijdelings betrokken: twee experts van de gemeente Amsterdam verzorgden op haar initiatief een trainingsmodule over crisiscommunicatie. Verder organiseerde de commissie een participants conference in de Nederlandse ambassade.

De commissie onderzocht de mogelijkheden voor een follow-up van de training voor het Caribisch gebied. Met onder meer de Universiteit Leiden en betrokkenen van enkele eilanden zijn verkennende gesprekken gevoerd. De beoogde cursus in de Cariben zou gericht moeten zijn op de bescherming van cultureel erfgoed bij rampen. De komende periode zet de commissie haar onderzoek naar draagvlak en financiële mogelijkheden voort.

Kennisdag erfgoed en terrorisme

In december organiseerde de commissie, samen met het Rijksmuseum, de Museumvereniging en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, een kennisdag over erfgoed en terrorisme. Na de aanslagen in Frankrijk, België en Duitsland is het dreigingsniveau in Nederland opgeschaald naar ‘substantieel’. Dit betekent dat ook erfgoedinstellingen eventuele risico’s moeten inschatten en afwegen. Hoewel er geen concrete aanwijzingen bestaan voor een aanslag is het van belang dat zij hun veiligheidsbeleid actueel houden. Welke preventieve maatregelen zijn mogelijk, hoe ga je om met chaotische bezoekersstromen, bij wie moet je zijn voor informatie over de veiligheidssituatie en wat te doen als bezoekers in paniek raken?

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België en specialisten op het gebied van veiligheid presenteerden voorbeelden uit binnen- en buitenland. De ongeveer honderd vertegenwoordigers van musea, archieven en monumenten konden vervolgens tijdens workshops kennis opdoen om de dreiging van terrorisme bewuster mee te wegen in hun veiligheidsbeleid en organisatie.

Interview met Paul Abels: Veiligheid bij terrorismedreiging: bedenk scenario’s vooraf

Paul Abels is plaatsvervangend directeur Analyse en Strategie bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). In december 2016 was hij keynote speaker op de kennisdag over terrorismedreiging en erfgoed, die de Nederlandse Unesco Commissie organiseerde in samenwerking met het Rijksmuseum, de Museumvereniging en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Met veiligheidsbeleid willen erfgoedinstellingen hun medewerkers, bezoekers en collecties optimaal beschermen. De sector doet er goed aan terroristische dreiging in hun plannen mee te nemen, zegt Paul Abels van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). ‘Denk ook aan mogelijke scenario’s bij een aanslag elders in het land.’

Het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland stond in 2016 op niveau vier op een schaal van vijf. De afdeling van Paul Abels hanteert het waarschuwingsinstrument namens de
Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). Minder bekend is het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding, bedoeld voor organisaties van vitale onderdelen in de samenleving, waaronder de drinkwatervoorziening. Maar de erfgoedsector hoort daar niet bij. ‘Ik hoor ze al protesteren,’ glimlacht Abels, die als gelauwerd Nederlandse kerkhistoricus de sector meer dan een warm hart toedraagt. Gebruik elkaars expertise, luidt zijn advies. ‘Het Van Gogh, het Stedelijk en het Rijks-museum hebben al zo’n veiligheidsplan en reiken hun collega’s graag de hand zodat ze incidenten tijdig kunnen detecteren en het hoofd kunnen bieden.’ Instellingen moeten daarbij bedenken dat ze ook gevolgen kunnen ondervinden van een incident in hun buurt, stad of land. ‘De Musea voor Schone Kunsten in België moesten na de aanslagen in Brussel à la minute een noodplan bedenken en uitvoeren, ook al was geen enkel museum doelwit.’

Inventariseren

Een plan begint met het inventariseren van je specifieke situatie, zegt Abels. ‘Hoe drukker in en om je museum, hoe meer risico. Terroristen willen immers veel slachtoffers maken en daarbij zo veel mogelijk toeschouwers. Kijk vervolgens naar je type bezoekers: komen er bijvoorbeeld vaak Amerikanen, of – bij een opening – hoogwaardigheidsbekleders, een omstreden politicus? Daarnaast kunnen tentoongestelde objecten een trigger zijn voor terroristisch of extremistisch geweld, omdat ze in de ogen van een geweldpleger symbool staan voor bijvoorbeeld afgoderij, slavernij of politieke overtuiging. Verwacht je risico’s, maak dan afspraken over beveiliging met de lokale autoriteiten. Overigens maken zij een eigen risico-inschatting. Je kunt ook beveiligingsprofessionals vragen mee te denken. De Sint-Janskerk in Gouda krijgt bijvoorbeeld advies van een oud-marechausseeofficier.’ 

Scenario’s bedenken

Na inventarisatie is het zaak scenario’s te bedenken. Abels: ‘Sluit je direct na een incident – ook als dat elders plaatsvindt – de deuren of laat je mensen erin en eruit? Roep je alle medewerkers op? Na de aanslag in Brussel hielden veel musea hun deuren twee weken gesloten bijvoorbeeld. En wat is je plan als landen waar veel toeristen vandaan komen een tijdelijk negatief reisadvies naar Nederland uitvaardigen? Allemaal scenario’s die je bij dit type dreiging moet meenemen.’

Wat is terrorisme?

Hoewel een oneindige discussie, vindt Abels het belangrijk uiteen te zetten wat nu precies onder terrorisme valt. ‘Terrorisme is een politiek begrip waarvoor geen internationaal aanvaarde definitie bestaat. Voor ons betekent het: alle vormen van op mensen gericht geweld die worden gepleegd met het doel de maatschappij te ontwrichten en politiekmaatschappelijke veranderingen teweeg te brengen. Zo is een gewelddadige eenling een terrorist als hij of zij wordt gedreven door een vorm van systeemhaat.’ Louter een aanval op de kunst is in Abels ogen geen terrorisme, maar ook zorgwekkend. Net als extremistisch geweld, van welke signatuur dan ook, omdat het in het uiterste geval kan leiden tot terroristisch geweld.

‘Wat drijft mensen om te moorden voor hun ideaal?’

Drijfveren

Op dit moment komt terroristische dreiging in Nederland voornamelijk uit radicaal-islamitische hoek, stelt Abels. ‘Maar dat wil niet zeggen dat het niet ergens anders vandaan kan komen.’ Wat drijft mensen om te moorden voor hun ideaal? Dat is de vraag die Abels weer drijft, mede vanuit zijn achtergrond als historicus. ‘De geschiedenis staat bol van maatschappelijke spanningen tussen groepen mensen. Ik heb me verdiept in het christelijke, joodse en de laatste jaren in het islamitische verhaal. Jihadisten – een extreme, bijna sekte-achtige vorm van de islam – zien een reëel perspectief in hun zelfmoordacties: het paradijs, het afdoen van aardse schulden en een nieuwe eer bereiken – terwijl je in de samenleving mislukt. Onze relatief seculiere samenleving worstelt met het begrijpen van mensen die handelen vanuit religieuze motieven. En we onderschatten vaak de kracht ervan. Daarom doen we onder meer veel aan countermessaging, een tegengeluid is hard nodig. We moeten laten zien dat geweld niet de weg is.’

Communicatie en Informatie

Om de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) te realiseren zijn publieke toegang tot informatie, vrije uitwisseling van ideeën en onafhankelijk functionerende media van groot belang. Hoe breder mensen informatie delen, hoe beter de keuzes kunnen zijn die ze maken om hun leven in te richten en duurzamer te handelen. Vrije, pluralistische media dragen hieraan bij en versterken ook de werking van democratie door controle van overheden en bestuur. Unesco ondersteunt dit ideaal met twee intergouvernementele programma’s: een voor de ontwikkeling van communicatie (‘International Programme for the Development of Communication’, IPDC), en een voor toegang tot informatie (‘Information for All Programme’, IFAP).

Voor Nederland zijn de bescherming van journalisten en mediavrijheid belangrijke thema’s. Ons land levert de voorzitter van de IPDC-raad in de persoon van Albana Shala van Free Press Unlimited. Yvonne Donders, lid van de Nederlandse Unesco Commissie, heeft een zetel in de IFAP-raad. De commissie hield zich in 2016 met name bezig met het ‘Persist’-project voor duurzame toegang tot digitale informatie, en het ‘Memory of the World’-programma van Unesco.

Op de onderwerpen IPDC en IFAP werkte de commissie in 2016 samen met:

Yvonne Donders, Nederlandse Unesco Commissie (voorzitter) ∎ Lucky Belder, Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht ∎ Douwe Buzeman, Ministerie van Buitenlandse Zaken ∎ Marga Groothuis, Rechtenfaculteit Leiden Universiteit ∎ Mary Kachavos, NJR ∎ Marian Koren, Koninklijke Bibliotheek ∎ Michiel Leenaars, NLnet & Onderwijsraad ∎ Tarlach McGonagle, Instituut voor Informatierecht, Universiteit van Amsterdam ∎ Muriëlle van der Meer, NJR ∎ Nol Reijnders, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ∎ Albana Shala, Free Press Unlimited ∎ Mascha Wismans, Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij Unesco

Interview met Jan Bos: Politieke spanningen zetten documentair erfgoed onder druk

Jan Bos is teamleider Collecties bij de Koninklijke Bibliotheek en lid van het Nederlandse Memory of the World Comité. Hij zit ook de Register Subcommittee van Unesco in Parijs voor. Dit comité doet de eerste beoordelingsronde van wereldwijde nominaties. (Foto: Jacqueline van der Kort | © Koninklijke Bibliotheek)

De Koninklijke Bibliotheek huist – anders dan de naam doet vermoeden – niet in een majestueus pand. Maar als Jan Bos door diverse gangen, (beveiligde) deuren en zalen vol boekenkasten voorgaat naar zijn werkkamer, raak je toch onder de indruk: hier bevindt zich het Nederlandse ‘geheugen’ in boekvorm.

Documentair erfgoed vertegenwoordigt een bijzondere waarde, bijvoorbeeld omdat het uitzonderlijk mooi is of het eerste in een soort. Vijfennegentig procent van het erfgoed in het Memory of World Register valt in de categorie ‘onomstreden’, vertelt Bos. Sommige documenten zijn weliswaar politiek beladen, maar leiden niet tot conflicten. ‘Anne Frank had haar dagboeken niet zo geschreven zonder de Jodenvervolging door de nazi’s. Maar niemand heeft ooit die dagboeken als erfgoed betwist.’

Provocatie

Tot drie jaar geleden opereerde het MoW-Register als expertprogramma buiten de schijnwerpers. Dat veranderde toen Japan afscheidsbrieven van kamikazepiloten nomineerde en daarmee haar buurlanden provoceerde. Hoewel de nominatie werd teruggetrokken, nomineerde China als tegenreactie documenten over het bloedbad van Nanking in 1937 en over ‘troostmeisjes’, waarmee gedwongen prostitutie door het Japanse leger wordt bedoeld. In Zuidoost-Azië haalt de controverse nog dagelijks de kranten.

Hiermee kregen politieke spanningen voor het eerst invloed op het MoW-programma. En dat kan weer gebeuren. Spijtig, vindt Bos, ‘het gaat er niet om of documenten goed
of slecht zijn. Om in het register te komen moeten ze van wereldbetekenis zijn. Het Rode Boekje van Mao zou erin kunnen staan. Sterker, de archieven van de West-Indische Compagnie staan erin en die gaan over slavenhandel. Zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis en tegelijk belangrijk om te bewaren, ook voor slachtoffers van toen en hun nakomelingen.’ Met opname in het register onderschrijft Unesco niet de ideeën in zo’n document, benadrukt hij: ‘De gedachte achter MoW is: wat kunnen we leren uit het verleden?’ 

Herziening programma

Los van politieke beïnvloeding speelt nog een kwestie rond MoW. Het programma bestaat een kwart eeuw en is toe aan herziening. Bos: ‘Internet en sociale media hadden
tien jaar geleden nog niet de invloed die ze tegenwoordig hebben. Volgens de MoW-richtlijnen moeten documenten en collecties onveranderlijk zijn. Wat doe je dan
met een verschijnsel als Wikipedia? De criteria moeten zo worden aangepast dat digitale uitingen kunnen meedoen.’ Een andere reden voor herziening is de benoeming van leden in de diverse commissies. Lidstaten vragen meer transparantie op het gebied van voordrachten, zittingstermijnen en vertegenwoordiging van bepaalde landen en regio’s.

In 2016 gingen twee werkgroepen aan de slag met het doorlichten van de richtlijnen en aanpassing van de statuten. In 2017 worden de eerste voorstellen verwacht. Enkele landen willen de invloed van lidstaten op het MoW-Register vergroten. Dat plaatst Unesco voor lastige vragen: hoe voorkom je verdergaande politieke beïnvloeding in een expertprogramma? En anderzijds, hoe respecteer je dat in de wereld verschillende belangen spelen? ‘We proberen het belang van de documenten voorop te zetten’, aldus Bos. ‘Als ze voldoen aan de MoW-criteria, moet je ze serieus beoordelen. Soms is tijd onze vriend, waait een politieke storm over en gaat een nominatie alsnog door.’

Wereldbetekenis

Unesco wil vrede bevorderen door toegang te geven tot kennis, ook tot omstreden documenten. Als dat leidt tot tegenstellingen kun je je afvragen of de nominatie van bepaald erfgoed de Unesco-doelen dient. ‘In academische zin misschien wel’, stelt Bos, ‘maar dat zal nooit de enige overweging zijn.’ Discussie over de wereldbetekenis of authenticiteit van een document is te ondervangen met aanvullende documenten of een tegengeluid van partijen die zich benadeeld voelen. Misschien dat sommige landen dat niet ver genoeg gaat, denkt hij: ‘Zij zullen dan willen dat zo’n nominatie van tafel gaat. De vraag is hoe standvastig de directeur-generaal van Unesco zich dan kan opstellen, wetende dat de organisatie bestaat dankzij financiële bijdragen van lidstaten.’

De toegenomen aandacht voor MoW stemt Bos ook positief: ‘Dat zie je onder andere aan het groeiende aantal nominaties. Het programma leeft en wordt volwassener. Ik ben zelf iedere keer weer gegrepen door de diversiteit aan materiaal dat ik onder ogen krijg. Wist ik veel dat Nieuw-Zeeland het eerste land was waar vrouwen stemrecht kregen of welke prachtige bijbels ze in de achtste eeuw in Armenië maakten. Mensen denken misschien: zo’n lijst is voor nerds. Ik zie hoeveel documenten ons vertellen over ontdekkingsreizen, volken, culturen, geloven. Fascinerend.’

Digitale duurzaamheid

Door de toenemende digitalisering van de samenleving loopt de wereld een groot risico: digitaal geheugenverlies. De snelle veroudering van software maakt informatie van tien jaar geleden tegenwoordig vaak al lastig leesbaar. Verder hebben opslagmedia, zoals harde schijven, een korte levensduur door snel verval van de drager.

Samen met de ict-industrie, overheden en bewaarinstellingen als archieven en bibliotheken probeert Unesco in het Persist-project internationale afspraken vast te leggen om dit geheugenverlies te voorkomen en digitaal materiaal toegankelijk te houden voor de toekomst. De Nederlandse Unesco Commissie coördineert het project.

In maart nam de commissie deel aan een wereldwijde Persist-bijeenkomst in Abu Dhabi waar de lancering van de ‘Selection Guidelines for Digital Heritage’ plaatsvond. Deze richtlijnen beantwoorden de vraag hoe overheden en archiefinstellingen, uit vaak omvangrijke collecties digitaal materiaal, objecten kunnen selecteren die de moeite waard zijn om te bewaren. Tijdens de conferentie bespraken de deelnemers ook de lancering van een online platform voor verouderde computerprogramma’s. Op het ‘World Library and Information Congress’ (WLIC) in Ohio en het jaarcongres van de International Council on Archives bracht de commissie Persist onder de aandacht van experts. 

Persist Programmacomité

David Fricker, International Council on Archives, voorzitter ∎ Robert Buckley, Nationaal Archief Verenigde Arabische Emiraten ∎ Nataša Milić-Frayling, Universiteit van Nottingham ∎ Stein van Oosteren, Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij Unesco ∎ Ingrid Parent, Universiteit van British Colombia, voormalig president van IFLA

Adviseurs:

Abdulla El Reyes, Nationaal Archief Verenigde Arabische Emiraten ∎ Ryder Kouba, Amerikaanse Universiteit, Kairo ∎ Marco de Niet, Digitaal Erfgoed Nederland ∎ Iskra Panevska, Unesco – Sector voor Communicatie en Informatie ∎ Vincent Wintermans, Nederlandse Unesco Commissie, bureau

 

In 2016 werkte de commissie samen op het onderwerp Duurzame Toegang tot Informatie met:

Erik-Jan Zürcher, Nederlandse Unesco Commissie (voorzitter) ∎ Erik van Aert, NWO ∎ Thomas van den Brink, Unesco Jongerenwerkgroep NJR ∎ Elvira Caneda Cabrera, Bibliotheek van de Universiteit Leiden & Koninklijke Bibliotheek ∎ Yvonne Donders, Nederlandse Unesco Commissie ∎ Marc Dupuis, SURF ∎ Andrée van Es, Nederlandse Unesco Commissie ∎ Rik Janssen, KNAW ∎ Marga Koelen, Universiteit Twente ∎ John Marks, Nederlandse Unesco Commissie ∎ Marco de Niet, Digitaal Erfgoed Nederland ∎ Julia Noordegraaf, Universiteit van Amsterdam ∎ Marcel Ras, Nederlandse Coalitie voor Digitale Duurzaamheid ∎ Reinier Salverda, Memory of the World Comité Nederland ∎ Barbara Sierman, Koninklijke Bibliotheek ∎ Marielies Schelhaas, Nederlandse Unesco Commissie, algemeen secretaris ∎ Heiko Tjalsma, DANS ∎ Vincent Wintermans, Nederlandse Unesco Commissie, bureau

Digitalisering van gedeeld documentair erfgoed

Tijdens het WLIC ging een speciale sessie over de vraag hoe instellingen beter kunnen samenwerken bij het digitaliseren van collecties die zij bewaren, maar die in andere landen zijn ontstaan. Nationale bibliotheken van landen met een koloniaal verleden bevatten vaak dergelijke collecties.

De commissie stelde een analyse op over dit onderwerp en presenteerde daarbij de digitalisering van de VOC-archieven als voorbeeld. Deze archieven liggen verspreid over de wereld. Opvallend aan de samenwerkingsprojecten op het gebied van digitalisering is dat vele ontstaan op initiatief van – en meestal ook worden betaald door – landen die ooit gekoloniseerd waren en tegenwoordig technologisch en economisch geavanceerd zijn. Denk bijvoorbeeld aan Korea, China en Qatar. Maar armere landen vinden de weg naar de nationale bibliotheken en archieven van hun voormalige kolonisatoren vaak nog niet. Het Memory of the World-programma zou deze samenwerkingen moeten gaan faciliteren. Unesco’s nieuwe aanbeveling over documentair erfgoed besteedt aandacht aan deze kwestie.

Memory of the World

Het Memory of the World-programma (MoW) stimuleert het behoud en de toegankelijkheid van documentair erfgoed. Het beoogt ook bewustwording bij het grote publiek over de waarde die deze documenten vertegenwoordigen.

Het programma belandde de afgelopen jaren in zwaar weer doordat diverse landen politiek gevoelige nominaties indienden voor het internationale MoW-Register. Op deze Unesco-lijst staat documentair erfgoed dat van uitzonderlijke betekenis is voor de wereld. Na Japanse kamikazebrieven, de Chinese nominatie over de slachting in Nanking en een nominatie van documenten over gedwongen prostitutie in Azië tijdens de Tweede Wereldoorlog (‘troostmeisjes’), dreigde Japan zijn contributie aan Unesco op te schorten. Dat land is een van de grootste nettobetalers. 

De commissie organiseerde een bijeenkomst met experts van het Nationaal Archief, het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD), het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), en het Nationaal MoW-Comité om tot aanbevelingen te komen voor Unesco voor een goede afwikkeling van dit politiek gevoelige dossier. De experts adviseerden onder meer om alleen nominaties voor het register in behandeling te nemen als het gedeelde verleden, waarvan dergelijke documenten een weerslag zijn, is verwerkt of die verwerking gaande is. Nederland staat verder op het standpunt dat MoW een programma van experts moet blijven, gevrijwaard van politieke druk.

De commissie stelde met experts uit haar netwerk een aanvullend advies op over de plaatsing van digitale documenten op het register. Dat advies is overgedragen aan het MoW International Advisory Committee dat in 2017 met voorstellen komt om het reglement voor nominaties te vernieuwen. Nederland heeft tot nu toe elf objecten in het MoW-Register, waaronder de dagboeken van Anne Frank, de VOC-archieven en het Utrechts Psalter. Een van de nieuwe nominaties is het archief van de Amsterdamse notarissen, ingediend door het Stadsarchief Amsterdam. Dit archief bevat alle notariële akten die zijn opgemaakt tussen 1578 en 1915. Er staan gegevens in van miljoenen Amsterdammers – veelal onbekende burgers, maar ook beroemdheden als kunstschilder Rembrandt van Rijn en koloniaal bestuurder Peter Stuyvesant. De beslissing van Unesco over de nominatie valt in 2017.

UNESCO Memory of the World Comité Nederland

Reinier Salverda, University College London & Fryske Akademy (KNAW) (voorzitter) ∎ Jan Bos, Koninklijke Bibliotheek ∎ Irene Gerrits, Nationaal Archief ∎ Gerard Nijssen, Beeld researcher en tentoonstellingsmaker ∎ Martine Pronk, Universiteitsbibliotheek Utrecht ∎ Marco Streefkerk, Stichting Digitaal Erfgoed Nederland ∎ Valika Smeulders, Pasado Presente ∎ Henk Wals, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis ∎ Hans van der Windt, Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid 

Waarnemers:

Hanna Pennock, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ∎ Vincent Wintermans, Nederlandse Unesco Commissie, bureau

Nederlandse inschrijvingen op het Unesco ‘Memory of the World’-Register

Archieven van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (2003), samen met India, Indonesië, Zuid-Afrika en Sri Lanka ∎ Bibliotheek Ets Haim - Livraria Montezinos (2003) ∎ Dagboeken van Anne Frank (2009) ∎ Archieven van de Middelburgsche Commercie Compagnie (2011), samen met Curaçao en Suriname ∎ Collectie Desmet (2011) ∎ Archieven van de West-Indische Compagnie (2011), samen met Brazilië, Ghana, Guyana, Nederlandse Antillen, Suriname, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten ∎ La Galigo (2011), samen met Indonesië ∎ Conceptpagina uit het manuscript van het Communistisch Manifest en Karl Marx’ persoonlijke geannoteerde kopie van de eerste druk van Das Kapital (2013) ∎ Babad Diponegoro of de autobiografische kroniek van prins Diponegoro (1785-1855). Een Javaanse edelman, Indonesische nationale held en pan-Islamist (2013), samen met Indonesië ∎ Utrechts Psalter (2015) ∎ Selectie van dataverzamelingen van talendiversiteit in de wereld, The Language Archive (2015)

Colofon


Jaarverslag Nederlandse Unesco Commissie 2016:

© Nederlandse Unesco CommissieEindredactie Martijn van Eck ∎ Interviews Christel van Dam, Ellen Meijer ∎ Verslag Martijn van Eck, bureau Nederlandse Unesco Commissie ∎ Tekstredactie Ellen Meijer ∎ Engelse vertaling Jane Bemont, Elegant English ∎ Design ConceptID, Rotterdam en voor het web Cinnamon Interactive, Leeuwarden.