Koloniale roofkunst hoog op agenda Unesco

OPINIE – Onderzoeker Evelien Campfens schrijft in een gastcolumn over de veranderingen in de omgang met geroofde kunst. “De tijd lijkt echt voorbij dat kritische vragen over roofkunst in westerse musea kunnen worden afgedaan met argumenten als ‘verjaring’ of ‘alleen wij kunnen er goed voor zorgen’.”

Herkomst van koloniale roofkunst lijkt ineens een populair thema. In de filmhit van 2018, Black Panther, speelt het een rol als de held van Afrikaanse herkomst over ‘zijn’ cultureel erfgoed in een Brits museum te horen krijgt: “It was legal at the time”. En in de echte wereld doorbrak President Macron afgelopen november een westers politiek taboe door teruggave aan te kondigen van Afrikaans erfgoed uit Franse musea. Hij vindt het onacceptabel dat Afrikanen naar Europa moeten reizen om hun eigen cultuur te leren kennen. In november moet het rapport van de door hem aangestelde experts klaar zijn, als basis voor concrete uitvoering van zijn beleid.

Herkomst

Ook in Duitsland – dat tijdens een relatief korte koloniale periode intensief verzamelde – buitelen politici over elkaar heen om politiek correct te handelen. In de eerste plaats ligt daar de nadruk op herkomstonderzoek in musea en digitalisering van de resultaten. Anderzijds denkt men na over procedures voor het hoe, waar en aan wie van teruggave in individuele gevallen.

De tijd lijkt dus echt voorbij dat kritische vragen over de aanwezigheid van koloniale roofkunst in westerse musea kunnen worden afgedaan met formeel-juridische argumenten (zoals verjaring) of met argumenten dat alleen wij er goed voor kunnen zorgen.

Unesco-conferentie

Dat was luid en duidelijk de boodschap van de door Unesco georganiseerde conferentie Circulation of Cultural Property and Shared Heritage: new perspectives, begin juni in Parijs.[1] Een spannende gedachtewisseling tussen politici en experts uit de hele wereld, met name uit Frankrijk, Duitsland en Afrika.[2] Zeker, er was een tegenstelling tussen de standpunten van herkomstlanden en die van westerse landen. Aan de ene kant lag de focus op restitutie van cultuurgoederen als gerechtvaardigde compensatie voor historisch onrecht[3]. Aan de andere kant stond het begrip ‘shared heritage’ centraal. Daarmee gaan de gedachten dan kennelijk naar een systeem van circulatie van iconische kunstschatten uit Westerse musea[4].

Maar iedereen leek het eens dat dialoog de sleutel is voor het succesvol oplossen van een te lang uitgestelde kwestie. En samenwerking tussen gemeenschappen van herkomst en musea die vaak lang en goed voor voorwerpen hebben gezorgd.

Erkenning

Een ding lijkt dus duidelijk: de la moet open. We zullen moeten erkennen dat sommige objecten een ongemakkelijkere herkomst hebben en symbool kunnen staan voor de identiteit van een volk. Het positieve nieuws is dat in het achterhalen en vertellen van dergelijke verhalen een deel van de oplossing kan liggen. En echt niet hoeft te leiden tot een leegloop van musea. Nieuwe kennis en samenwerkingsvormen kunnen museumcollecties immers ook verrijken. Een prachtig Nederlands voorbeeld hiervan lijkt me de teruggave van een Toi Moko[5] door het Leidse Volkenkundig Museum wat in 2010 leidde tot de verwerving van een voor het museum gemaakte traditionele Maori kano (‘waka’).

Onderzoek

Concreet lijkt een en ander dus te betekenen dat musea onderzoek moeten doen naar hun collecties en de resultaten daarvan publiceren. Daarnaast moeten ze oplossingen zoeken voor betwist erfgoed, liefst in overleg met de gemeenschappen van herkomst.

Ethische code

In de internationale ethische code voor musea staan al behoorlijk wat aanwijzingen hoe musea proactief met claims moeten omgaan. En Unesco zou dan het discussieforum kunnen zijn voor algemene principes en verzameling van best practices. De ontwikkelingen lijken me ook voor Nederland de moeite van het volgen waard. Sterker, het bundelen van krachten van de Nederlandse erfgoedsector en een inventarisatie van wat er zoal te doen staat, lijkt me geen overbodige luxe.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

[2] Nederland was, afgezien van de plaatsvervangend ambassadeur bij Unesco en ondergetekende in het publiek, niet vertegenwoordigd.

[3] President Talon van Benin benadrukte dit bijvoorbeeld in zijn openingsspeech.

[4] Een voorstel van de Franse minister van cultuur Nyssen.

[5] Een getatoeëerd Maori hoofd, ooit een geliefd verzamelobject.

Darul Aman Palace (Foto: CC / Bruce MacRae)

Diverse internationale verdragen dragen bij tot de bescherming van cultuur: De Haagse 1954 Conventie helpt cultureel erfgoed te beschermen in geval van een gewapend conflict. De Conventie uit 1970 draagt bij aan de bestrijding van illegale handel in cultuurgoederen en stimuleert teruggave van ontvreemde culturele objecten.

Results

Lees op unesco.org meer over de hulp van UNESCO aan Mali. U vindt hier ook de mogelijkheid om te doneren.

More articles