UNESCO Biosfeergebied verbindt mens met omgeving

INTERVIEW — Marja Spierenburg is sinds 2016 lid van de Internationale Adviesraad behorend bij het Mens en Biosfeer-programma van UNESCO. “De Mens en Biosfeer-benadering laat natuurbescherming en duurzame regionale ontwikkeling hand in hand gaan”.

Relatie

‘Het UNESCO biosfeerprogramma stelt de relatie tussen de mens en zijn leefomgeving centraal, een combinatie van natuurbescherming en regionale ontwikkeling. Dat maakt het programma wezenlijk anders dan bijvoorbeeld UNESCO’s werelderfgoed, dat zich vooral richt op behoud van het erfgoed en het bevorderen van toerisme. Mens en Biosfeer is veel breder. Het gaat over de duurzame ontwikkeling van een gebied, en heeft daarnaast een wetenschappelijk karakter, met onderzoek en educatieve activiteiten als belangrijke pijlers. 


Participatie

Het programma stamt uit de jaren 70. In die periode waren biosfeergebieden toch vooral vaak natuurparken waar natuurbehoud centraal stond en waarbinnen de wetenschappelijke functie gericht was op ecologie en flora en fauna. Bij wijze van spreken stond er een hek om het gebied waardoor ook de lokale bevolking de toegang werd ontzegd. Sinds 1996 is er een nieuwe strategie die beter aansluit bij de uitgangspunten van het programma. Daarin is de participatiecomponent belangrijker geworden. Zo doet een aantal Franse biosfeergebieden projecten op het gebied van citizen science, bijvoorbeeld door burgers te betrekken bij het verzamelen van wetenschappelijke data. In biosfeergebied Isle of Man (Verenigd Koninkgrijk) staan duurzame technologie en innovatie centraal in het duurzaam beheer en de ontwikkeling van het eiland.

Samenwerking

Het Mens en Biosfeer-programma biedt lokale belanghebbenden en gemeenschappen de mogelijkheid een gebied samen te ontwikkelen. Een mooi voorbeeld hiervan is het Rhöngebied in Duitsland. In de Rhön had de landbouw het moeilijk en was er sprake van bevolkingskrimp. Om economisch rendabel te blijven moesten boeren overgaan op schaalvergroting, of stoppen. Men is toen kleinschalige duurzame biologische landbouw gaan ontwikkelen als alternatief. Toekenning van de UNESCO-status hielp om deze aanpak te stimuleren. Daarnaast is de UNESCO-status, net als bij Werelderfgoed, natuurlijk ook een goede manier om het gebied te promoten. Het label werd bijvoorbeeld ingezet om lokale landbouwproducten te vermarkten. Een heel succesvol product dat daaruit voortkwam is Bionade, een biologische frisdrank die nu onder meer in Nederland verkrijgbaar is.            

Conflicterende partijen

Ook kan de biosfeerstatus conflicterende partijen bij elkaar brengen. In Canada zijn er bijvoorbeeld biosfeergebieden met industrie. Vanuit een natuurbeschermingsgedachte zou je de vervuilende industrieactiviteiten willen stoppen. Maar tegelijkertijd vormen zij een belangrijke basis voor economische ontwikkeling en werkgelegenheid. Vanuit de Man and Biosphere-benadering om natuurbescherming en ontwikkeling hand in hand te laten gaan, werd de industrie minder vervuilend gemaakt maar bleven banen behouden. 

Ontwikkelingsdoelen

Biosfeergebieden zijn een manier om op lokaal niveau op geïntegreerde wijze te werken aan het gehele spectrum van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. De aanpak past specifiek bij een gebied en zal dus van gebied tot gebied verschillen, maar een op maat gesneden lokale aanpak werkt altijd beter dan een algemener plan en komt de participatie ten goede. Voldoen gebieden niet aan de eisen van het programma, dan verliezen ze hun plek in het netwerk. Elke tien jaar evalueren we de kenmerken en resultaten van de biosfeergebieden.’

Achtergrond

Prof. dr. Marja Spierenburg is hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze is opgeleid in de sociale psychologie en antropologie. Ze werkte onder meer in het UNESCO regiokantoor in Senegal en later op het hoofdkwartier van de organisatie in Parijs. Ze is lid van de internationale Adviesraad van het Mens en Biosfeer-programma.
Een van de taken van deze raad is de beoordeling van nieuwe aanvragen om toe te treden tot het wereldwijde netwerk van biosfeergebieden en het evalueren van voortgangsrapportages.

Het ‘Mens en Biosfeer’-programma (MAB) van UNESCO ontwikkelt nieuwe wetenschappelijke kennis voor een evenwichtige relatie tussen de mens en zijn natuurlijke leefomgeving. MAB wordt ondersteund door een netwerk van biosfeeregio’s – 669 gebieden in 120 landen (stand 2016) – UNESCO's proeftuinen voor duurzame ontwikkeling. Natuurwetenschappen, sociale wetenschappen, onderwijs en economie vinden elkaar in het programma. Nederland telt één UNESCO biosfeergebied: de Waddenzee.

Results

‘Man and the Biosphere’ is een wetenschapsprogramma van UNESCO dat bestaat sinds 1971. Vanuit wetenschappelijke inzichten wordt gewerkt aan een evenwichtige relatie tussen mens en omgeving in gebieden die een belangrijke ecologische waarde hebben.

Het huidige netwerk telt 660 biosfeergebieden in 120 landen.

Nederland kent één UNESCO biosfeergebied, de Waddenzee. Deze status is toegekend in 1986. Daarnaast verkennen enkele regio’s in Nederland momenteel de mogelijkheden om biosfeergebied te worden. 

More articles