‘We moeten grondwater aan de oppervlakte brengen’

Volgend jaar zullen UNESCO, de Wereldbank en de FAO een wereldwijd actieplan voor grondwater governance presenteren op basis van een zojuist afgerond vijfluik van internationale consultaties. De laatste van deze bijeenkomsten vond van 19 tot 21 maart plaats in het The Hague Institute for Global Justice. Sleutelelementen in dit plan zullen meer publiek-private samenwerkingen zijn, en er komt meer aandacht voor het maatschappelijk draagvlak van duurzaam grondwaterbeheer. Vanuit vijftien landen, van Canada tot Azerbeidzjan en van Turkije tot Denemarken deden experts de stand van grondwater governance in hun land uit de doeken.

De driedaagse Grondwaterconsultatie in het The Hague Institute for Global Justice.

Hoewel er op onze planeet 273 grensoverschrijdende aquifers – grondwaterbronnen – zijn, bestaat er slechts over vijf van dergelijke bronnen een internationaal akkoord. Een van de doelen van het Groundwater Governance Project is daarom een gevoel van urgentie creëren over deze governance gap. “We moeten grondwater aan de oppervlakte brengen”, stelde Elaine Alwayn, directeur Water en Bodem van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, dan ook bij de opening van de bijeenkomst.

Grondwater is bij uitstek een natuurlijke hulpbron die institutionele arrangementen vereist om uitputting te voorkomen: ‘als ik het water niet oppomp, doet mijn buurman het wel’, is vaak de gedachte. De noodzaak van governance is in het afgelopen decennium onder meer pijnlijk duidelijk geworden in India, waar grondwaterspiegels jaarlijks met soms anderhalve meter dalen, om te voorzien in de behoeften van dorstige landbouwgewassen zoals katoen.

Tijdens de bijeenkomst bleek een veel genoemde voorwaarde voor effectieve governance het samenbrengen van alle belanghebbenden op het gebied van grondwatergebruik. Stakeholders die tot deze week afwezig waren in de discussies over governance zijn bedrijven. Daarom vond tijdens de consultatie een speciale round table plaats met de World Business Council on Sustainable Development en grote bedrijven zoals Nestlé, Shell, Heineken, Research en facilitator in de olie- en gasindustrie Schlumberger, en drinkwaterbedrijf Vitens. Het belang van vertrouwen en het delen van data en informatie werd daarbij vaak genoemd.

Ten slotte was er een vaak geuite zorg tijdens deze bijeenkomst: het gebrek aan een adequate opleiding voor grondwater governance experts. Alice Aureli, hoofd van UNESCO’s grondwatersectie, sloot de consultatie af met de belofte dat ze binnen UNESCO het ontwikkelen van dergelijke curricula zal bevorderen.