Volg het spoor terug: de rol van erfgoed

Erfgoed is de laatste jaren ongekend populair: gebouwd erfgoed, ambachtelijk erfgoed, wetenschappelijk erfgoed, religieus erfgoed – elke zichzelf respecterende sector koestert zijn materiële en immateriële verleden. We zijn massaal op zoek naar onze roots, onze geschiedenis, en vaak ook naar een wereld die in hoog tempo verdwijnt. Maar erfgoed is ook kwetsbaar: juist omdat het deel uitmaakt van onze identiteit, is het door de hele geschiedenis heen vaak doelwit bij gewelddadige conflicten en oorlogen.

Identiteit

Als de ‘Zwarte Piet’-discussies van de laatste weken iets hebben aangetoond, dan is het wel dat immaterieel erfgoed evenzeer een bron van conflicten kan zijn. Het idee om ook de waarde van ‘levend erfgoed’ in beeld te brengen was goed: immers, ook aan tradities, gebruiken, rituelen waaraan mensen collectief waarde hechten, ontlenen ze een deel van hun identiteit. Maar met het Immaterieel Erfgoed-Verdrag creëerde UNESCO misschien wel haar lastigste Conventie. Niet alleen omdat ze al snel zo populair werd dat de stroom van aanmeldingen voor de Representatieve Lijst nauwelijks bij te houden is. Maar ook omdat dit ‘dynamische erfgoed’ soms lastige vragen met zich meebrengt.

Transformatie

Doorgaans maken mensen zich niet erg druk om de vraag waar tradities en rituelen vandaan komen – ze koesteren ze omdat ze een sociale en emotionele waarde hebben. Dat kerstmis een midwinterfeest was dat symbool werd voor de geboorte van Christus en nu voor veel mensen vooral een prettig samenzijn in de donkerste tijd van het jaar betekent, is voor bijna niemand een punt. Dat de paasvuren in het oosten van het land en het zoeken van eieren gekoppeld werden aan de Wederopstanding uit de dood: geen probleem. Met al die getransformeerde rituelen willen mensen in essentie hetzelfde vieren – de blijdschap om de terugkeer van het licht, of het Licht, geloof in de cyclus van leven en dood, vormgegeven in regionale, religieuze en sociale rituelen.

Start van het Paasvuur bij Espelo.

Tradities veranderen

Maar sommige tradities confronteren ons met snelle veranderingen in de samenleving, of met opvattingen die in deze tijd zwaar onder vuur liggen. Op een prent uit Sint-Nicolaasvertellingen voor de jeugd uit 1852 heeft Sint een kleuter over de knie genomen en geeft hem een flink pak slaag met een Spaans rietje. Een knecht is nergens te bekennen. ‘Sint-Nicolaas kastijdt een jongen’, heet de prent. Hij zou in deze tijd waarschijnlijk beschuldigd zijn van kindermishandeling. De keurige ouders zitten onbewogen aan tafel toe te kijken. De Sint als boeman – we willen het liever niet meer weten, maar de hardhandige opvoeding van anderhalve eeuw geleden is wel degelijk ons recente verleden, én het verleden van het ‘kinderfeest’. Zo’n prent confronteert ons met het besef dat tradities veranderen onder invloed van iets dat we graag als onveranderlijk beschouwen: onze eigen normen en waarden.

Prent uit Sint-Nicolaasvertellingen voor de jeugd.

Bij de snelle ontwikkelingen in de samenleving zijn we geneigd vooral te denken aan de demografische veranderingen die hier en elders in de westerse wereld leiden tot discussies rond het begrip ‘nationale identiteit’. Zo hadden we ons een paar decennia geleden niet kunnen voorstellen dat nieuwe tradities als de Ramadan en het Suikerfeest onderdeel zouden worden van de West-Europese samenleving. Maar in het Nederland van nog maar een halve eeuw geleden zouden heel wat tradities die nu worden opgenomen in de ‘nationale inventaris’, tot heftige debatten tussen de verschillende kerkelijke gezindten hebben geleid. En de kennis uit en over oude ambachten, nu zo populair, zou als ouderwets en oninteressant zijn weggezet in de naoorlogse jaren waarin korte metten werd gemaakt met het verleden, en vreugde over het gemak van machines en kunststoffen overheerste.

Kwetsbaarheid

Je zou dus kunnen zeggen dat een Verdrag met betrekking tot Immaterieel Cultureel Erfgoed óók kwetsbaar is omdat het, meer dan materieel erfgoed, gevoelig is voor verandering in waardering die gepaard gaat met veranderingen in de samenleving zelf, in maatschappelijke normen en waarden.

Onderzoek en dialoog

Maar juist in die context is het waardevol om ons te verdiepen in de achtergrond van tradities en gebruiken, en om het collectieve geheugen te onderhouden waarmee we duiding kunnen geven aan eeuwenoude rituelen, mythen en legendes. Wanneer is een traditie ontstaan, wat is de achtergrond ervan, hoe heeft die zich hier en elders ontwikkeld? Kennis en inzichten uit de culturele antropologie, taalkunde, geschiedenis, theologie brengen de bredere context in beeld waarin we internationaal de oorsprong van dergelijke gebruiken delen. En verbinden ons daardoor met een veel bredere gemeenschap dan we ons meestal bewust zijn. Als het UNESCO-verdrag dat onderzoek en die dialoog weet te stimuleren, met andere gemeenschappen in de samenleving, en met onszelf door de tijd heen, is het alleen al daarom de moeite waard.

Greetje van den Bergh
Voorzitter Nationale UNESCO Commissie

Immaterieel erfgoed is ‘levend erfgoed’. Het omvat sociale gewoonten, voorstellingen, rituelen, tradities, uitdrukkingen, bijzondere kennis of vaardigheden die gemeenschappen en groepen (en soms zelfs individuen) erkennen als een vorm van cultureel erfgoed. Een bijzonder kenmerk is dat het wordt overgedragen van generatie op generatie en belangrijk is voor een gemeenschappelijke identiteit.

Nederland heeft in 2012 het Immaterieel Erfgoedverdrag van UNESCO geratificeerd. Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) stelt een inventaris op van immaterieel erfgoed in het Koninkrijk der Nederlanden. De Nederlandse Unesco Commissie adviseert over het verdrag in internationale context, en over de implementatie van het verdrag in Nederland.

Uitkomsten

Meer berichten