Vernietigen van erfgoed blijft niet onbestraft

Op 6 november zijn Unesco en het Internationaal Strafhof (ICC) een samenwerking aangegaan die tot doel heeft cultureel erfgoed te beschermen tegen moedwillige aanvallen in tijden van oorlog. Fatou Bensouda, aanklager van het ICC, en Irina Bokova, directeur-generaal van Unesco, ondertekenden de intentieverklaring in het kader van de internationale bijeenkomst ‘Responding to Cultural Cleansing, Preventing Violent Extremism’, die plaatsvond bij Unesco in Parijs.

Oorlogsmisdaad

Bensouda prijst Unesco voor het cruciale werk van de organisatie in de strijd tegen moedwillig geweld tegen cultureel erfgoed. “Een effectieve strategie om de vernietiging van erfgoed aan te kaarten, vereist een veelzijdige aanpak en nauwe samenwerking”. De bewuste vernietiging van burgerdoelen of plekken van culturele, sociale en religieuze waarde worden als oorlogsmisdaad beschouwd binnen het Statuut van Rome. Dit statuut vormt het belangrijkste juridische kader voor berechting bij het ICC. “Unesco zien wij als een logische partner om de plaag van aanvallen tegen cultureel erfgoed aan te pakken.”

Historische uitspraak

Dat de vernietiging van erfgoed niet langer onbestraft blijft, blijkt uit de historische uitspraak van het ICC in 2016. Het hof achtte toen een lid van een extremistische islamitische terreurbeweging schuldig aan het opzettelijk vernielen van religieuze en historische gebouwen in Timboektoe, Mali in 2012. Hiermee schepte het strafhof een belangrijk precedent: namelijk het vernietigen van erfgoed is een oorlogsmisdaad. De eerder dit jaar door de VN-Veiligheidsraad aangenomen resolutie 2347 onderstreept datzelfde idee. Moedwillige vernietiging van cultureel erfgoed is een oorlogsmisdaad en dient bestraft te worden.  

Actieplan 

In de resolutie wordt verwezen naar het actieplan van Unesco voor de bescherming van cultuur in gewapend conflict. De noodzaak voor een actieplan en strategie is urgent, omdat het aantal aanvallen tegen cultuur blijft toenemen. Dit vereist nauwe samenwerking tussen de verschillende internationale organisaties. De intentieverklaring tussen Unesco en het Strafhof is daarvan een mooi voorbeeld. Daarnaast werkt het bureau van aanklager Bensouda aan een nieuw beleidsinitiatief voor cultureel erfgoed. Dit initiatief zal in 2018 worden aangenomen.