UNESCO plaatst 25 immateriële erfgoederen op Representatieve Lijst

Begin december is het Intergouvernementeel Comité bijeengeweest van het UNESCO-verdrag ter bescherming van immaterieel erfgoed. De vergadering in Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan, plaatste 25 nieuwe elementen op de Representatieve Lijst.

Daaronder bevinden zich de Belgische garnalenvisserij te paard in Oostduinkerke, de Turkse koffiecultuur en -traditie en de Mediterrane keuken. Vier elementen zijn ingeschreven op de Lijst voor Urgente bescherming. Als Best Safeguarding Practice merkt het Comité een Spaanse methode aan die immaterieel erfgoed helpt beschermen in biosfeerreservaten.

Garnalenvisserij te paard, België.

Evaluatie

Het Comité riep een nieuw adviesorgaan in het leven dat vanaf 2015 alle nominatiedossiers zal beoordelen en die met een advies zal voorleggen aan het Comité. Uit een evaluatie naar de werking van het Verdrag nam het Comité aanbevelingen aan om de impact, nationale implementatie en effectiviteit van capaciteitsopbouw te versterken. Zo worden de Lijst voor Urgente bescherming, best practices en het fonds voor financiële ondersteuning meer onder de aandacht gebracht. NGO’s krijgen een grotere rol bij de beleidsvorming en de bijdrage van immaterieel erfgoed aan duurzame ontwikkeling wordt concreter uitgewerkt. De Nationale UNESCO commissies zullen een rol gaan spelen bij de follow-up van capaciteitsopbouwactiviteiten.

Het Comité erkende verder het belang van samenwerking en uitwisseling met andere UNESCO-conventies zoals het Werelderfgoedverdrag en het verdrag dat de diversiteit van cultuuruitingen bevordert en beschermt. Het nodigde de comités van deze conventies uit om gezamenlijk mechanismen te ontwikkelen. Nieuw bij deze sessie was de aandacht voor de samenwerking met de World Intellectual Property Organization (WIPO). Deze samenwerking met UNESCO is gericht op de bescherming van intellectueel eigendom van rituelen, kennis en tradities van inheemse volken. Met name de Caribische regio en een aantal NGO's agendeerden dit punt.

Nederland

Nederland is pas sinds 2012 partij bij het verdrag en had voor deze sessie van het Comité nog geen nominaties ingediend. Ons land richt zich nu nog op het inventariseren van haar immaterieel erfgoed. Jet Bussemaker, Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, heeft wel aangegeven een of meerdere nominaties uit het Koninkrijk te willen gaan indienen. Duitsland en Zwitersland bevinden zich in dezelfde fase en de Nationale Commissies hebben afgesproken om kennis en informatie  te zullen gaan uitwisselen.

Immaterieel erfgoed is ‘levend erfgoed’. Het omvat sociale gewoonten, voorstellingen, rituelen, tradities, uitdrukkingen, bijzondere kennis of vaardigheden die gemeenschappen en groepen (en soms zelfs individuen) erkennen als een vorm van cultureel erfgoed. Een bijzonder kenmerk is dat het wordt overgedragen van generatie op generatie en belangrijk is voor een gemeenschappelijke identiteit.

Nederland heeft in 2012 het Immaterieel Erfgoedverdrag van UNESCO geratificeerd. Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) stelt een inventaris op van immaterieel erfgoed in het Koninkrijk der Nederlanden. De Nederlandse Unesco Commissie adviseert over het verdrag in internationale context, en over de implementatie van het verdrag in Nederland.

Uitkomsten

Nederland heeft één immaterieel erfgoed op de Internationale Representatieve Lijst van Unesco staan, het ambacht van de molenaar, ingeschreven in 2017.

De Nederlandse Inventaris Immaterieel Erfgoed vindt u op de website www.immaterieelerfgoed.nl.

Meer berichten