Sinterklaasfeest, immaterieel erfgoed en het UNESCO-Verdrag

Er is veel opwinding in Nederland over de achtergrond en betekenis van Zwarte Piet binnen de Sinterklaasviering en de ‘bemoeienis’ vanuit de internationale gemeenschap met dit Nederlandse immateriële erfgoed. Sommige media refereerden aan UNESCO als beoordelaar van deze traditie en aan het UNESCO-Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Erfgoed uit 2003, dat Nederland vorig jaar ratificeerde. Maar hoe steekt het in elkaar en heeft UNESCO nu een rol of niet?

Intocht van Sinterklaas in Amsterdam in 2010.

De eerste stap die een land moet zetten als nieuwe partij bij het 2003-verdrag, is in kaart brengen welk immaterieel erfgoed op het eigen grondgebied aanwezig is. Onder immaterieel erfgoed verstaat UNESCO tradities en gebruiken – maar ook ambachten – die door gemeenschappen erkend worden als onderdeel van hun culturele erfgoed. Dit erfgoed is geen statisch geheel, maar kan veranderen in de tijd of nieuwe vormen aannemen als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen.

Het inventariseren is in ons land belegd bij het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) en is nu nog in volle gang. Na het opstellen van deze inventaris kan de overheid ervoor kiezen een voordracht te doen voor UNESCO's Representatieve Lijst voor Immaterieel Erfgoed. Over de daadwerkelijke plaatsing van een erfgoed op deze lijst beslist een internationaal comité van UNESCO-lidstaten, dat een nominatie alleen in behandeling neemt als aan de volgende voorwaarden is voldaan: 

  • Een genomineerd erfgoed mag niet in strijd zijn met de mensenrechten; 
  • Het erfgoed moet uitgaan van wederzijds respect tussen gemeenschappen, groepen en individuen;
  • Het gebruik of de traditie mag geen afbreuk doen aan duurzame ontwikkeling.

Een van de doelstellingen van het verdrag is om door middel van immaterieel erfgoed – waaronder dat van minderheden – wederzijds respect te creëren tussen verschillende bevolkingsgroepen en de dialoog tussen mensen te stimuleren.

De Sinterklaasviering is vooralsnog niet opgenomen in de nationale inventaris en er is op dit moment dus ook geen sprake van een internationale voordracht door Nederland of een oordeel van een UNESCO-comité. Het is aan de gemeenschappen in ons land, om in discussie met elkaar, over vormgeving of invulling van het feest na te denken. Die dialoog kan bijdragen aan de ontwikkeling van een Sinterklaasviering waarin iedereen in Nederland zich kan vinden. Het voeren van zo'n dialoog ligt precies in de lijn van het verdrag.

Immaterieel erfgoed is ‘levend erfgoed’. Het omvat sociale gewoonten, voorstellingen, rituelen, tradities, uitdrukkingen, bijzondere kennis of vaardigheden die gemeenschappen en groepen (en soms zelfs individuen) erkennen als een vorm van cultureel erfgoed. Een bijzonder kenmerk is dat het wordt overgedragen van generatie op generatie en belangrijk is voor een gemeenschappelijke identiteit.

Nederland heeft in 2012 het Immaterieel Erfgoedverdrag van UNESCO geratificeerd. Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) stelt een inventaris op van immaterieel erfgoed in het Koninkrijk der Nederlanden. De Nederlandse Unesco Commissie adviseert over het verdrag in internationale context, en over de implementatie van het verdrag in Nederland.

Uitkomsten

Nederland heeft één immaterieel erfgoed op de Internationale Representatieve Lijst van Unesco staan, het ambacht van de molenaar, ingeschreven in 2017.

De Nederlandse Inventaris Immaterieel Erfgoed vindt u op de website www.immaterieelerfgoed.nl.

Meer berichten