Rijkscultuurfondsen zetten vaart achter inclusiviteit

OPINIE – Diversiteit wordt niet langer uitzondering maar regel, schrijven de directeuren van de zes Rijkscultuurfondsen en de Nederlandse Unesco Commissie. “Een inclusieve cultuursector, diversiteit van makers en publiek en pluriformiteit van uitingen hebben topprioriteit in de periode die voor ons ligt”.

Goed werkgeverschap bij gesubsidieerde instellingen en kunstenaarshonoraria zijn deze week onderwerp van gesprek in het jaarlijkse Paradiso-debat. Belangrijke onderwerpen. Het debat over kunst en cultuur zal aanzwellen, en dat is goed.

Voor ons, de zes rijkscultuurfondsen en de Nederlandse Unesco Commissie, is in het verlengde daarvan duidelijk en onontkoombaar: een inclusieve cultuursector, diversiteit van makers en publiek en pluriformiteit van uitingen hebben topprioriteit in de periode die voor ons ligt.

Ja, daar is de afgelopen twintig jaar ook aan gewerkt. En ja, dat heeft mooie dingen opgeleverd. Maar wij vinden dat niet voldoende. Het is tijd voor niet-vrijblijvende doorbraken. Middelen moeten echt voor bredere groepen beschikbaar komen. Veel meer en onderling verschillende mensen moeten theater- en concertzalen en musea kunnen vinden. Diversiteit in de meest brede betekenis van het woord wordt vanzelfsprekend als het aan ons ligt, zowel op het podium als achter de schermen. Omdat dat past bij de maatschappij van vandaag en ook omdat we daar internationale afspraken over hebben gemaakt. We vergeten het wel eens, maar ook Nederland is verplichtingen aangegaan in een Unesco-verdrag over de diversiteit en pluriformiteit van cultuuruitingen. We zien met soms lede ogen aan hoe het gepolariseerde maatschappelijke en politieke debat, met steeds zwaardere nadruk op identiteit, mensen eerder in een hokje plaatst dan eruit bevrijdt. We zien en ervaren hoe benauwend dat hokje voor kunstenaars is. Voor schrijvers, beeldend kunstenaars, theatermakers, ontwerpers, filmmakers. Dat moet veranderen.

Gezamenlijk zullen wij in de komende periode de volgende acties ondernemen:

Als eerste: we geven de verhalen die nu niet gehoord worden een podium. We maken budget vrij om deze verhalen te vinden en ze te steunen: door ze zichtbaar te maken, door ze van het regionale naar het nationale landelijke podium te brengen. We zorgen dat makers weten waar ze met hun verhalen terecht kunnen. Dat ze niet in kleine kring blijven terwijl ze een grotere verdienen. Subsidieaanvragen zullen we mede beoordelen op representativiteit, doelgroep en thematiek. We hebben een netwerk van broedplaatsen, labs, hubs, festivals en matchmakers in de regio en verenigen onze krachten op zoek naar nieuwe verhalen.

Ten tweede: jongeren zijn experts in diversiteit, en tonen de kracht ervan. Ze hebben nieuwe netwerken, ontdekken nieuwe genres, komen op andere manieren aan hun informatie – via apps en sociale media. De vernieuwende kracht van jongeren – die er altijd is geweest – omarmt de veranderde samenstelling van de maatschappij. Vanuit onze rol om talent en vernieuwing ruimte te geven, stimuleren we niet alleen de doorontwikkeling van gevestigd talent maar juist ook die van beginnende makers.

Als derde onze eigen organisaties en adviseursnetwerken. Immers, als we zelf een inclusieve en diverse organisatie zijn, komt er meer pluriformiteit in de verhalen die naar boven en naar binnen komen. We hanteren concrete doelen bij het aannamebeleid van personeel en voor de samenstelling van ons adviseursnetwerk. We beoordelen adviseurs, commissies en personeel op hun ervaring met diversiteit. En we maken culturele sensitiviteit onderwerp van gesprek bij functioneringsgesprekken.

We willen dat diversiteit een vanzelfsprekendheid is. Dat alle verhalen verteld worden en dat alle verhalen gehoord worden.

We willen voorbij aan de toon van de discussie waarin niet zelden een valse noot klinkt, bijvoorbeeld dat selectie van kunstenaars met een andere culturele achtergrond kunstmatig zou zijn. Het gaat bij selectie om de kracht van het werk en het verhaal dat wél wordt verteld.

Die discussie onderstreept voor ons hoezeer we toe zijn aan een volgende stap, voorbij aan de huidige status quo waarin we steeds maar weer benoemen wat anders is. Diversiteit is niet de uitzondering maar de regel zelf: dat is onze toekomst. Wij gaan aan de slag met deze verhalen en doen dat graag samen met de collega’s in de cultuursector.

Doreen Boonekamp (Filmfonds), Birgit Donker (Mondriaan Fonds), Andrée van Es (Nederlandse Unesco Commissie), Syb Groeneveld (Stimuleringsfonds Creatieve Industrie), Jan Jaap Knol (Fonds voor Cultuurparticipatie), Tiziano Perez (Nederlands Letterenfonds), Henriëtte Post (Fonds Podiumkunsten)

Foto van een groep beelden van dansers

Het UNESCO-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen bestaat sinds 2005. Het benadrukt onder meer het recht dat landen bezitten om een eigen cultuurbeleid te voeren en het belang van vrij verkeer van culturele goederen en diensten. Maar het gaat ook over de pluriformiteit in de cultuursector. Nederland ratificeerde het verdrag in 2009. In 2017 is voor de tweede keer aan Unesco Parijs verantwoording afgelegd over de implementatie van het verdrag.

Meer berichten