Lezing Pronk: de vanzelfsprekendheid van een vraagteken voorzien

Tijdens de tweede UNESCO-scholenlezing op 16 april schetste Jan Pronk de ontwikkeling van het begrip Wereldburgerschap vanaf de oprichting van de VN in 1946. De lezing was de tweede in een reeks van lezingen voor de scholen, waarbij iedere lezing een van de vier thema’s van de UNESCO-scholen als onderwerp heeft.

Pronk vroeg de scholen welke thema’s binnen wereldburgerschap hen aan het hart gingen, welke hij mee zou moeten nemen in het verhaal. De antwoorden daarop waren divers: van gemengde scholen tot bootvluchtelingen, de verhouding tussen nationalisme en internationalisme en de vraag wat burgerschap eigenlijk betekent in een veranderende wereld.

Jan Pronk tijdens de UNESCO-scholenlezing.

Pronk plaatste in zijn betoog de Verenigde Naties in het perspectief van de globalisering, en wees er op dat het de verantwoordelijkheid van wereldburgers is om zich altijd kritisch te blijven opstellen.

De afspraken die de landen van de wereld maakten na een periode waarin de ene op de andere catastrofe volgde, hadden als basis een set van waarden die alle landen van de wereld in consensus waren overeengekomen. De soevereiniteit van de natiestaat (voor 1946 beslist geen vanzelfsprekendheid) en de mensenrechten vormden deze basis. Het gemeenschappelijke doel waar al die landen naar wilden streven: wereldvrede.

Pronk betoogde dat men daar op dit moment weer te veel van afdwaalt, en terug moet naar de basis: ga terug naar de wortels en praat weer over wat je precies bedoelt met vrijheid en vrede. Stel vragen en neem niet te snel genoegen met het antwoord.

Op een vraag van de aanwezigen gaf Pronk dat ook als antwoord: de taak van het onderwijs zou moeten zijn om jongeren vragen te leren stellen, om de vanzelfsprekendheid van een vraagteken te voorzien. Dat maakt je tot een (wereld)burger.

Aansluitend vertelde Ronald Ringenoldus van Bonhoeffer College Enschede over hun ervaringen met wereldburgerschap. Deze school staat in Enschede, in een multiculturele wijk met onder andere veel Syrisch orthodoxe leerlingen.
Dat leverde discussies op in de les, die de school graag aangaat. Men zoekt met de leerlingen naar voordelen in plaats van vooroordelen, en probeert wereldburgerschap dichtbij te brengen.

De school heeft als motto: geef, groei en geniet – geef kennis over je cultuur en krijg er antwoord op terug, groei door je grenzen te verleggen en uitdagingen aan te gaan en geniet van de samenwerking en van het sluiten van vriendschappen.
Bonhoeffer College is dit jaar oriëntatieschool en sloot zich aan bij het netwerk om te kunnen leren van andere scholen en de waarden van UNESCO te laten leven in de school.

Tot slot filosofeerden de aanwezigen nog verder over de globalisering en de gevolgen die dat heeft voor de noord-zuid verhoudingen en de arm-rijk verhoudingen: is er nu niet een nieuwe bevoorrechte klasse van hen die toegang hebben tot de modernisering en zij die daarvan worden uitgesloten?

De bijeenkomst leverde alle aanwezigen een breder perspectief op de wereld op – en van hun rol als wereldburgers daarin.

‘Since wars begin in the minds of men, it is in the minds of men that the defences of peace must be constructed’.

Deze gedachte vormt de essentie van de missie van UNESCO. UNESCO-scholen ondersteunen deze missie: ze maken hun leerlingen vertrouwd met het UNESCO-gedachtegoed en dragen zo hun steentje bij aan vrede en verdraagzaamheid. De UNESCO-scholen hebben een eigen website: unescoscholen.nl

Meer berichten