Diversiteit

OPINIE — Andrée van Es schrijft in haar column over de cursisten van de ‘First Aid Course on Cultural Heritage’. “Deelnemers vertelden dat het lastig is om met mensen uit zulke verschillende culturen samen te werken in een crisissituatie. Lastig, maar daardoor juist zo goed om het te leren”.

Op vrijdag 24 april wordt de First Aid Course on Cultural Heritage in times of crisis afgesloten in Amsterdam. 

Een maand lang hebben 22 archeologen, architecten en museumcuratoren uit de hele wereld intensief getraind om in zeer moeilijke omstandigheden erfgoed in veiligheid te brengen. Ik heb bijzondere mensen aan het werk gezien. Dappere mensen en mensen met een open blik voor andere culturen en gewoonten. Toen zij een maand geleden kennis maakten met elkaar zag ik de voorzichtige toenadering tussen volstrekt vreemden met één gemeenschappelijk kenmerk: het toegewijd en met grote kennis van zaken werken aan de bescherming van erfgoed. Dat was, misschien meer nog dan de voertaal Engels, hun gemeenschappelijke taal.

Na een week begonnen, om een paar nationaliteiten te noemen, de Cambodjaan, de Zimbabwaan, de Bosniër, de Spaanse, de Syrische, de Afghaan en de Haïtiaan grappen te maken met elkaar. Ze wisten een beetje beter wat ze aan elkaar hadden. Ze maakten muziek met elkaar, deden moeilijke rampenoefeningen.

En ze vertelden: het is lastig om met mensen uit zulke verschillende culturen samen te werken in een crisissituatie. Lastig, maar daardoor juist zo goed om het te leren. Mensen denken anders over leiderschap of over man-vrouwverhoudingen. Mensen zijn gewend zelfstandig te werken en anderen hebben geleerd te wachten tot hen iets gevraagd wordt. Mensen zijn opgegroeid in een  post-conflict samenleving met alle verloren illusies vandien. Anderen leven nog midden in een heftig conflict en kunnen het nauwelijks onder ogen zien. 

Voor mij is dat één van de ontroerende resultaten van deze bijzondere cursus. In deze tijd die zo gekenmerkt wordt door etnische, religieuze conflicten en uitzichtloze oorlogen, werken zeer verschillende mensen samen aan wat hen allen na aan het hart ligt. Ze proberen elkaar te begrijpen, respecteren elkaars eigenaardigheden en vinden het gemeenschappelijk handelingsperspectief.

Kom daar maar eens om in de gemiddelde Nederlandse arbeidsorganisatie. Diversiteit is nog steeds veel te ver te zoeken. Zeker in leidinggevende posities zijn er te weinig vrouwen en te weinig mannen of vrouwen uit de migrantengemeenschappen. Het blijft blijkbaar altijd aantrekkelijker om de bekende weg (persoon) te kiezen, dan het onbekende pad te nemen. Dat geldt ook voor scholen: gemengde scholen zijn witte raven in de massa zwarte of witte scholen. En toch weten we dat het een doodlopend pad is, het pad van de monocultuur, in een wereld die permanent verandert. Het wereldburgerschap dat UNESCO propageert, vraagt om het leren omgaan met verschillen. Om het waarderen van diversiteit. Dat is de beste bescherming van ons erfgoed natuurlijk. En bovenal de beste bescherming van de mensen, van de kinderen. Wij, op ons veilige eilandje dat West- Europa is, kunnen het zoveel beter doen dan we doen. Dat lieten de 22 erfgoedspecialisten mij ook zien, in april.

 

Andrée van Es
Voorzitter Nationale UNESCO Commissie

Foto ANP/Inge van Mill