De bescherming van mondiaal erfgoed door de 1970 Conventie

Kunst en antiek gaan dagelijks de grenzen over: musea lenen voorwerpen uit voor tentoonstellingen, toeristen kopen souvenirs, kunsthandelaars drijven handel, en verzamelaars verzamelen. Dat gebeurt niet altijd legaal. Helaas wordt ook cultureel erfgoed gestolen, geplunderd en illegaal verhandeld.

Om illegale handel in culturele goederen te helpen bestrijden en teruggave ervan te stimuleren, heeft UNESCO in 1970 een verdrag opgesteld. Nederland trad in 2009 toe tot dit UNESCO-verdrag.

Waarom is het belangrijk dat Nederland is toegetreden tot dit UNESCO-verdrag?

Marja van Heese, inspecteur van de Erfgoedinspectie, legt uit: “Met de toetreding tot het verdrag schaart Nederland zich nu wettelijk achter de erkenning van een fundamenteel beginsel: cultureel erfgoed is niet alleen van belang voor het eigen nationale culturele erfgoed, maar verdient ook respect en erkenning door andere staten. Dit wordt zeer breed gedragen: 118 landen zijn al  toegetreden tot het verdrag.

Wat moet een land doen dat toetreedt?

“Het verdrag vraagt van lidstaten dat ze: preventieve maatregelen treffen, denk aan registratie en fotodocumentatie van cultuurgoederen, een systeem van uitvoervergunningen, monitoring van de handel en educatieve activiteiten over het belang van cultureel erfgoed. Ook dienen ze regels op te stellen in verband met de teruggave van cultuurgoederen naar het land van herkomst, zoals goede samenwerking tussen de nationale autoriteiten. Verder moeten lidstaten bijdragen aan internationale samenwerking; bijvoorbeeld extra controles op in- en uitvoer als het cultureel erfgoed in een land wordt bedreigd door plundering

Wat voegt het UNESCO-verdrag 1970 daar toe aan de bescherming van ons erfgoed?

“Op nationaal en Europees niveau was een en ander al wettelijk geregeld  maar met de Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 heeft de bescherming van ons culturele erfgoed  (met de 118 aangesloten verdragsstaten) een forse mondiale uitbreiding gekregen. Nederland kan nu ook in actie komen als beschermd erfgoed uit een van de verdragspartijen ons land wordt binnengebracht.

“Een belangrijke aanpassing in de wet is dat bij verwerving te goeder trouw door iemand, deze persoon ook recht heeft op een billijke vergoeding wanneer het herkomstland of de rechthebbende het cultuurgoed terugvordert. Van belang is dan dat degene die een voorwerp koopt of ‘onder zich heeft’, kan aantonen dat hij de nodige zorgvuldigheid (due diligence) in acht heeft genomen bij de verwerving.

Wat betekent dat praktisch?

“Dat betekent dat je alles moet doen wat redelijkerwijs kan worden verwacht op het gebied van controle van de herkomstgegevens van een voorwerp of verzameling.
Dit is wel wat werk voor de toekomstige eigenaren van cultuurgoederen. Je moet bijvoorbeeld rekening houden met de omstandigheden van de verwerving. Denk aan een betaalde prijs en raadpleging van registers voor (gestolen) cultuurgoederen”.