Consultatie immaterieel erfgoed in Caribisch Nederland

In januari hebben op zowel Bonaire, Saba als St. Eustatius bijeenkomsten plaatsgevonden om het lokale immaterieel erfgoedveld in kaart te brengen. Welke activiteiten vinden er op de eilanden plaats om immaterieel erfgoed te beschermen, welke knelpunten treden daarbij op en hoe kunnen betrokken partijen intensiever samenwerken en van elkaar leren? De bijeenkomsten maken onderdeel uit van een capaciteitsprogramma van UNESCO om het immaterieel erfgoed verdrag te implementeren in het Nederlands Caribisch gebied en Suriname. 

Kwetsbaar

Uit de bijenkomsten kwam naar voren dat het immateriële erfgoed op de eilanden rijk en divers van karakter is. Maar deze diversiteit levert ook risico’s op want de bescherming van het erfgoed is in veel gevallen afhankelijk van een specifieke organisatie of individu. Het ontbreken van een duurzame structuur om immaterieel erfgoed te beschermen identificeert men dan ook als het belangrijkste knelpunt. Om het erfgoed minder kwetsbaar te maken zou het onderdeel moeten worden van het lokale cultuurbeleid en het schoolcurriculum. 

Percy Ten Holt blaast de hoornschelp op Saba.

Succesvolle initiatieven

Tijdens de drie bijeenkomsten werd veel tijd ingeruimd om succesvolle initiatieven te bespreken. Zo laat de Simon Doncker club, de jongerenorganisatie van het historisch museum op St. Eustatius, kinderen via theater en workshops kennis maken met immaterieel erfgoed. In het bijzonder de workshop over de traditionele vervaardiging van lokaal snoep is zeer populair. Op Bonaire speelt het openlucht museum Mangazina di Rei een belangrijke rol in de overdracht van immaterieel erfgoed. Zij organiseert in samenwerking met de stichting Plataforma Kultural het project Pone Barí Ronka. In dit project bouwen kinderen zelf een Barí, een typisch Bonairiaans slaginstrument, en leren zij deze eveneens bespelen. Saba heeft slechts een beperkt aantal organisaties die actief zijn in het culturele veld. Het zijn dan ook voornamelijk individuen die zich inzetten voor de overdracht van immaterieel erfgoed. Een kleine groep ouderen bijvoorbeeld, draagt op eigen initiatief de technieken van het vervaardigen van het beroemde Sabaanse kantwerk en traditionele methoden voor voedselvoorziening over op jongere generaties.

Uitvoering

In een eerste training over de implementatie van het immaterieel erfgoed verdrag afgelopen september op Sint Maarten is reeds kennis opgedaan om dit soort oplossingen te realiseren. Eind februari zal een tweede training vanuit het UNESCO-programma worden georganiseerd waarin de uitvoering hiervan centraal zal staan. Hieraan zullen delegaties deelnemen van alle zes eilanden in het Nederlands Caribisch gebied.

 

Immaterieel erfgoed is ‘levend erfgoed’. Het omvat sociale gewoonten, voorstellingen, rituelen, tradities, uitdrukkingen, bijzondere kennis of vaardigheden die gemeenschappen en groepen (en soms zelfs individuen) erkennen als een vorm van cultureel erfgoed. Een bijzonder kenmerk is dat het wordt overgedragen van generatie op generatie en belangrijk is voor een gemeenschappelijke identiteit.

Nederland heeft in 2012 het Immaterieel Erfgoedverdrag van UNESCO geratificeerd. Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN) stelt een inventaris op van immaterieel erfgoed in het Koninkrijk der Nederlanden. De Nederlandse Unesco Commissie adviseert over het verdrag in internationale context, en over de implementatie van het verdrag in Nederland.

Uitkomsten

Nederland heeft één immaterieel erfgoed op de Internationale Representatieve Lijst van Unesco staan, het ambacht van de molenaar, ingeschreven in 2017.

De Nederlandse Inventaris Immaterieel Erfgoed vindt u op de website www.immaterieelerfgoed.nl.

Meer berichten