Site seeing van Luxor tot Mekka, van Athene tot Amsterdam
Document acties
Op maandag 9 januari vond in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden het symposium Sites in the City plaats. In het museum was eerder de gelijknamige fototentoonstelling te zien, over de sloop van oude wijken in de Egyptische stad Luxor. Doel van de bijeenkomst was aandacht te besteden aan het behoud van concurrerend archeologisch en historisch erfgoed in de stedelijke context. Wat zijn de effecten van massatoerisme, infrastructuur en de politiek op erfgoed van steden als Luxor, Rome, Athene en Amsterdam?

In de Egyptische stad Luxor, is oud islamitisch erfgoed gesloopt om een moderne infrastructuur voor toeristen aan te leggen. (Foto's: RMO)
Op het symposium dat mede georganiseerd was door de Nationale UNESCO Commissie werden met name casestudies uit het Mediterrane gebied en het Midden-Oosten besproken. Bij wijze van vergelijking werd eveneens ingegaan op de aanleg van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam.
Pieter ter Keurs van het RMO opende de bijeenkomst met een reflectie op de vraag wat de selectiecriteria zijn om erfgoed te bewaren dan wel te vernietigen ten gunste of nadele van andere erfgoedlagen. Welke rol kunnen archeologen hierin spelen en hoe tellen de belangen van de lokale bevolking mee? UNESCO’s Recommendation on the historic urban landscape die onlangs is aangenomen, kwam hierbij ter sprake.
Maarten Raven en Christian Greco, eveneens van het RMO, analyseerden de situatie in het Egyptische Saqqara, waar het museum al jarenlang opgravingen verricht, en in Luxor, waar bijvoorbeeld oud islamitisch erfgoed moest verdwijnen om een moderne infrastructuur voor toeristen aan te leggen. Hoe kun je van een lokale bevolking verwachten dat ze zorgdragen voor Werelderfgoed als hun eigen cultureel erfgoed wordt vernietigd?
Antropologe Eleana Yalouri van de Pandeion Universiteit in Athene gaf intrigerende voorbeelden van de immateriële invloed die monumenten op de omwonenden hebben. In Athene, waar men dagelijks geconfronteerd wordt met erfgoed uit de klassieke oudheid, bestaat een wijdverspreid geloof in spirituele krachten uit dat verleden. Zo zou de ‘geest van de Acropolis’ tot de mensen spreken om ze te manen de evenwichtige relatie met de tempels op de berg niet uit het oog te verliezen. Gevolg hiervan is dat het behoud van het klassieke erfgoed onder de bevolking en dus ook in de politiek zeer dominant is ten opzichte van behoud van erfgoed uit later eeuwen. Gert-Jan Burgers, verbonden aan het Nederlands Instituut in Rome, liet juist voorbeelden zien waaruit blijkt dat in de Eeuwige Stad een herwaardering plaatsvindt van gebouwen uit de fascistische tijd en Nederlandse opgravingen in een arbeiderswijk. In Rome vindt men blijkbaar dat er meer is dan alleen het glorierijke klassieke verleden.
In de presentatie over Mekka, noemde Mirjam Hoijtink van de Universiteit van Amsterdam, dat het begrip erfgoed ‘pijnlijk westers’ georiënteerd is. De ‘universele waarde voor de mensheid’ geldt als noodzakelijk criterium voor de werelderfgoedstatus, maar daardoor loopt een zeer bijzondere stad als Mekka deze status mis. De heilige stad is van religieuze waarde en voor niet-moslims niet te bezoeken. Vanwege de miljoenen pelgrims loopt het erfgoed gevaar, maar internationale bescherming is niet aan de orde.
Jerzy Gawronski, stadsarcheoloog van Amsterdam, hield een presentatie over de aanleg van de nieuwe metrolijn en de problemen die archeologen daarbij ondervinden. Archeologen moesten niet alleen in zeer korte tijd hun werk doen vanwege de grote financiële belangen van het project, maar ook nieuwe manieren verzinnen om gevonden artefacten te bewaren. ‘In situ’-bewaring in de natte Amsterdamse ondergrond was namelijk geen optie.
Tenslotte stond Michael Rowlands van het University College London stil bij het UNESCO Creative Cities Network. Ook bij deze slotlezing werd duidelijk hoe belangrijk de relatie met omwonenden van archeologische sites is. Archeologen zouden meer moeten nadenken over het organiseren van deze betrokkenheid. Om een goede relatie met de omwonenden te krijgen moet de archeoloog een standpunt innemen over de omgang met verschillend concurrerend erfgoed. Praktisch advies van een organisatie als UNESCO kan bij deze standpuntbepaling helpen.











