"A connected planet with access for all"
Document acties
Jos de Haan over het WCIT en eInclusion
Van 25 tot en met 27 mei 2010 vindt het World Congress on Information Technology (WCIT) plaats, dit keer in Amsterdam. ICT-ers, beleidsmakers en opinieleiders praten er over technologische ontwikkelingen en de impact op verschillende sectoren en in lokale samenlevingen. Doel is: to share and build a vision of a connected planet with access for all.
Jos de Haan hielp bij het opzetten van het programmaonderdeel e-Inclusion. De Haan is hoofd van de onderzoeksgroep Tijd, Media en Cultuur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, en bijzonder hoogleraar ICT, Cultuur en Kennissamenleving aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij legt uit wat we moeten verstaan onder deze term: “eInclusion, ook wel aangeduid als digital inclusion, is de term die de EU hanteert voor alle activiteiten die verband houden met een inclusieve informatiesamenleving. Iedereen moet op verschillende maatschappelijke terreinen voordeel kunnen halen uit de toepassing van ICT.”
eInclusion en unesco
unesco streeft naar universal access for all, gelijke toegang tot informatie voor iedereen. Digitale ontwikkelingen spelen daarbij een grote rol. Op initiatief van De Haan neemt namens unesco een spreker deel aan het WCIT: “Voor de track eInclusion heb ik me tot de Nationale unesco Commissie gericht met de vraag wie namens unesco een goede spreker zou kunnen zijn. Dat is Wijayananda Jayaweera geworden, directeur van unesco’s Communication Development Division, Communication and Information Sector. Hij zal een keynote speech geven over aspecten van media-ontwikkeling, zoals training van media professionals en public service broadcasting.”
Hoe staat het met Access for All?
“Access for all is nog lang niet gerealiseerd. Mondiaal zijn er nog diepe scheidslijnen tussen gebieden die wel en niet connected zijn. Hoewel de verspreiding van nieuwe technologieën door de mobiele netwerken ook in de derde wereld vorm begint te krijgen, blijft het verschil tussen rijke en arme landen groot. En zelfs als iedereen toegang zou hebben, blijven verschillen in vaardigheden over. Vandaar dat e-skills ook een belangrijk onderdeel vormt van het eInclusion programma.”
Waaraan is behoefte?
“Dat verschilt sterk tussen landen. In ons land is er wel aandacht voor digibeten, maar dat is inmiddels een klein groepje, voornamelijk ouderen, maar ook lager opgeleiden en allochtonen. Het gaat dan niet zozeer over toegang als wel over vaardigheden en computerangst. In Scandinavië en Noord-Amerika speelt dat ook, maar in Zuid-Europa is de situatie al anders. Daar is infrastructuur en de diffusie van apparatuur voor grote delen van de bevolking nog steeds een probleem. In Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse landen en delen van Azië is dat in nog veel sterkere mate het geval.”
![]()












