Mondialisering wetenschap door Open Access: goed voor hen, goed voor ons

Ter gelegenheid van de zesde Open Access week organiseerden de universiteitsbibliotheken van Delft, Leiden en Rotterdam en het Institute of Social Studies (ISS) een symposium over Open Access en het mondiale zuiden in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.

De bijeenkomst met als titel Participation in Research was een voorschot op de grote Open Access-conferentie die op 6 november van start gaat in Stellenbosch (Zuid-Afrika) en waar de Nationale UNESCO Commisie actief aan deelneemt.

Africa Bwamkuu van het Koninklijk Instituut voor de Tropen.

Als Nederlandse onderzoekers hun publicaties en data voor eindgebruikers kosteloos toegankelijk zouden maken – en dat kan door ze te publiceren in Open Access tijdschriften of ze te uploaden in zogenoemde repositoria – dan helpen ze daarmee hun collega’s over de hele wereld. Wetenschappers in het zuiden kunnen op die manier hun kennisachterstanden verkleinen en daadwerkelijk deelnemen aan het mondiale wetenschappelijke ‘bedrijf’. Open Access faciliteert zo de kennisuitwisseling in beide richtingen. Daar profiteert uiteindelijk ook het Westen van.

Instellingen als het ISS en het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) hebben nog grotere ambities: rector De Haan van het ISS zoekt naar mogelijkheden om zijn duizenden alumni over de hele wereld toegang te geven tot de wetenschapelijke literatuur waarover ze beschikten toen ze in Den Haag studeerden. Veel universiteiten in het zuiden hebben toegang tot, voor hen op de markt onbetaalbare, wetenschappelijke tijdschriften via speciale programma’s als HINARI en  AGORA. Maar de meeste ISS-alumni werken buiten de universiteit en missen die ondersteuning. Het grote voordeel van Open Access is dan ook, dat toegang er werkelijk universeel van wordt: ook patiëntenverenigingen, journalisten of citizen scientists komen dan aan hun trekken.

Africa Bwamkuu van het KIT stelde dat Afrika niet meer alleen gezien moet worden als een ‘consument’ van wetenschappelijke kennis, maar ook als ‘producent’. De bijdrage van het continent is nog erg klein, maar kan toenemen als de opvatting wordt losgelaten dat het breed delen van kennis een soort kapitaalvernietiging is. Met het veranderen van die opvatting is nu een begin gemaakt; Bwamkuu noemt de Berlijndeclaratie van 2003 – inmiddels ondertekend door 27 Afrikaanse instellingen – en het werk van UNESCO belangrijke factoren in dat proces.

Meer informatie over de activiteiten van het KIT op het gebied van toegang tot wetenschappelijke kennis voor het mondiale zuiden.

Moderne informatie- en communicatietechnologieën hebben het uitwisselen van kennis eenvoudiger gemaakt dan vroeger. Maar geldt dat ook voor wetenschappelijke kennis? Hoe worden publicaties en data beschikbaar gesteld en voor wie zijn zij toegankelijk? En hoe kunnen we de duurzame toegang tot publicaties en data (op papier én digitaal) waarborgen? 

Uitkomsten

De Nationale UNESCO Commissie heeft meegeschreven aan de Open Access strategie die op de Algemene Conferentie in 2011 is aangenomen. Daarnaast neemt de Commissie actief deel aan conferenties over het onderwerp, of stelt experts in de gelegenheid daaraan deel te nemen.

Meer berichten